Dit verhaal valt in de catogrie Fanfictie. Het is geschreven in de wereld van Harry Potter.
Hoewel er geen karakters uit de boeken in voorkomen, worden hier wel spreuken, heksen, tovenaars en dergelijke gebruikt.
Dit verhaal is geschreven voor een Halloween wedstrijd(tje)
het moest gaan over de Halloween viering van minstens 1000 jaar geleden.
Ik heb Samhain genomen, waarvan de tegenwoordige Halloweenviering is afgeleid.
Hieronder dus een mengsel van waarheden en overige verzinsels
SamhainHet geluid van paardenhoeven en de ratelende wielen van een boerenkar klonken door de stenen straten van het kleine dorpje. Op een nabijgelegen berghelling dreven een eenzame herder met zijn hond een kudde schapen richting het dorp.
Vallende bladeren en een ijzige wind waren de verdere tekenen dat de zomer over was en de onvermijdelijke winter in aantocht was en de bewoners van het dorp maakten zich klaar voor een nieuwe, koude winter.
Het vee stond al grotendeels op stal en de schuren waren gevuld met de oogst van het afgelopen jaar. Samhain was in aantocht.
Samhain; het feest waar het einde van de zomer mee werd gevierd en het begin van de winter mee werd ingeluid. Tijd voor een nieuw jaar.
Op de avond van Samhain was het tevens een gebruik om dierbare overledenen te eren en te herdenken. Volgens oud-Keltisch gebruik werd er dan ook dagenlang gewerkt aan de feestmaaltijd, waarbij gehoopt werd dat het eten lekker genoeg zou zijn om de overledenen over te halen om voor één avond de overstap van Tir nan Og naar de sterfelijke wereld te maken.
Tir nan Og, het land van eeuwige jeugd en vreugde was het land waar de overledene naar hun dood naar toe ging en op Samhain was de rand tussen deze twee verschillende werelden het dunst en kans voor contact het grootst.
Alles moest dan ook klaar zijn voor dit jaarlijkse moment en de vrouwen uit het dorp hadden zich dan verzameld op het dorpsplein om ideeën over maaltijden uit te wisselen.
De mannen waren nog druk bezig met de laatste handelingen om oogst en vee op tijd binnen te krijgen en zochten het zwakke vee op uit de kuddes, om zo vlees klaar te maken voor de komende winter.
Door de drukte was het dan ook niemand opgevallen dat in een steegje een huis stond dat de luiken gesloten had. Een rookwolk steeg op uit de schoorsteen van dit huis, iets wat niet zo heel vreemd was, daar alle huizen hun kachels op kolen en hout stookten. Toch was er iets vreemds aan dit huis, wat in mysterieuze duisternis gehuld was.
Binnen in het huis was het donker. Potten met vreemde substanties en voorwerpen stonden op planken langs de muur en een duister figuur hing voorover gebogen over een ketel met een bruine drab erin.
“nog even…nog even,” mompelde zijn krakerige, zware stem, terwijl hij met een gelijkmatige snelheid de inhoud in de ketel roerde. Eindelijk was het zover en kon hij zijn plan tot uitvoering brengen. Zijn bovenlip krulde naar een lach, nog even en hij had de macht die hij wilde. De macht waar hij al jaren naar op zoek was.
“Heb jij de knolraap al uitgehold, schat?” vroeg een vrouw aan haar man. De man liep met grote passen door de keuken naar haar toe.
“Dat had ik je toch beloofd,” sprak hij, terwijl hij in het kaarslicht een knol aan een touwtje liet zien. Hij had er een gezicht in gekerfd waar de volgende dag het licht van het kooltje door zou schijnen en dat de kwade geesten op afstand moest houden. De vrouw sloeg haar armen om zijn nek.
“Bedankt schat,” sprak ze zacht, terwijl ze hem een zoen gaf. Hierna liet ze haar man weer los en ging weer verder met de pan die op het vuur stond.
“Waarom gebruik je niet voor deze ene keer je krachten, Sabia?” vroeg de man, die nog steeds achter haar stond. “Dat zou je zoveel tijd schelen.”
“Je weet wat ik van mijn magie vind,” sprak de vrouw bits. “Wat zouden de dorpelingen van me denken als ze erachter kwamen dat ik een heks was. Ze zouden mij nooit of ten nimmer meer vertrouwen.” Ze roerde harder dan gepland door de grote pan en de soep golfde er uit.
“Kijk nou wat je doet, Dillon,” riep de vrouw geschrokken uit. Altijd als haar man over haar magie begon, raakte ze in de war en gingen er dingen fout. Ze had er zelf nooit om gevraagd om heks te worden, maar had dit nu eenmaal geërfd van haar moeder, die haar had opgeleid en had geleerd met haar krachten om te gaan, maar liever gebruikte zij deze krachten niet en had haar toverstok dan ook ergens onder een dikke laag stof in een la liggen.
“Het komt wel goed,”sprak de man zacht en sloeg een arm om haar heen. “Ik wilde je niet van streek maken,” zei hij oprecht en liet zijn vrouw los om de soep op te ruimen.
“Laat het dan rusten,” zei Sabia kort. “Je weet dat ik normaal wil leven. En in dat leven is voor magie geen plaats.”
De man knikte en verliet de keuken. Hij had de knolraap op de keukentafel neergelegen, die hadden ze toch pas morgen nodig bij de schemering. Dan konden de slechte geesten over stappen uit Tir nan Og en er voor zorgen dat de goede geesten de weg niet konden vinden. Dat mocht niet gebeuren, het was een belangrijk onderdeel van hun feest.
De dag van Samhain was aangebroken den de duisternis begon te vallen. Overal in het dorp waren kaarsen ontstoken en de mannen hadden die ochtend een grote stapel hout op het dorpsplein gemaakt voor het vuurfeest van die avond.
Langzaam begonnen de dorpelingen zich te verzamelen en onder hun waren ook Sabia en haar man Dillon. Sabia had zich in de loop van de dag steeds onrustiger gevoeld en ze was dan ook in de war over dit fenomeen dat ze nog nooit eerder op Samhain meegemaakt had. Het had er voor gezorgd dat ze haar toverstok had opgezocht en deze zat nu diep onder haar mantel verborgen. Iets in haar zei dat ze deze nog wel eens nodig kon hebben.
Er werd een grote kring om het vuur gevormd en terwijl de maan steeds hoger aan de hemel kwam te staan en de sterren zichtbaar werden, ontstak de dorpsoudste het vuur.
In korte tijd laaide het vuur hoog op en begonnen ze met hun jaarlijkse ritueel. Iedereen uit het dorp had kruiden bij zich. Deze hadden ze met uiterste zorg uitgezocht, gedroogd en gemalen.
Eén voor één gooide de dorpelingen hun kruiden op het vuur en geurige dampen stegen op. Iedereen was druk bezig met het ritueel en niemand zag dat er donkere wolken zich begonnen samen te pakken boven het huis met de gesloten luiken. Niemand hoorde de woorden die uitgesproken werden door de mysterieuze man.
“Machtige geesten van het duister, stap over voor deze nacht, versla het goede door het slechte, kom nu en grijp de macht.”
Zijn zacht uitgesproken woorden gingen gepaard met zorgvuldig uitgezochte offers die hij in de ketel bruine drab gooide. Voorwerpen die hij in de loop der tijd verzameld had en die zijn voorvaderen symboliseerden.
Buiten stak een plotselinge koude wind op die Sabia deed rillen. Mensen keken omhoog en zagen de kolkende wolkenmassa die boven het dorp hing. Paniek ontstond op het plein en iedereen wilde zo snel mogelijk naar zijn of haar veilige huis. De geesten van de overledenen waren boos, werd er door velen geschreeuwd. Kinderen werden door hun ouders meegesleurd en er brak een grote chaos uit op het plein.
In het midden van de chaos stond er een vrouw stok stijf stil. Ze keek naar de wolken nog steeds dikker en dikker werden en de maan en sterren ondertussen verdrongen hadden voor een beangstigende duisternis.
“Dit is niet goed,” flitste er door haar heen en ze bedacht zich een verhaal van haar moeder. Jaren geleden was er in haar geboortedorp een soortgelijk fenomeen verschenen. Toen dacht men ook dat er fouten waren gemaakt in de Samhain viering, maar later die avond vonden ze een man, die de duistere machten had aangesproken. In dat dorp woonden veel tovenaars en heksen die deze duistere machten weer konden bedwingen.
De beschrijving van haar moeder was hetzelfde geweest als wat er nu gebeurde. Sabia moest zich haasten. Zij was de enige heks in dit dorp en als de persoon die de duistere machten wilde aanspreken daar in slaagde, kon zij niets anders doen dan toekijken. Ze had de ervaring en de krachten er niet voor om er in haar eentje tegen te vechten.
“Sabia, we moeten vluchten,” klonk de stem van Dillon naast haar. Er klonk paniek in zijn stem.
“Nee,” zei Sabia resoluut. “Ga naar huis en hou je schuil. Dit moet ik regelen.” Terwijl Sabia sprak keek ze naar de wolkenmassa en ontdekte een middelpunt in de kolkende massa. Daaronder moest de persoon zitten die voor dit aansprakelijk was.
Naast haar brandde nog steeds het grote vuur, maar de duisternis had het licht ervan opgeslokt. Ze pakte een tak die ze als fakkel kon gebruiken en begon in de richting van het huis met de gesloten luiken te lopen. Ze vond de steeg en voelde de koude duisternis die om het huis in de steeg hing. Dit was de plek waar ze moest zijn. Ze haalde haar toverstok uit haar mantel en zuchtte een keer diep, hierna liep ze de steeg verder in en bleef nog een kort moment voor de gesloten deur staan, alvorens ze deze opende en naar binnen stormde.
“Expelliarmus,”gilde ze direct, toen een in duister gehuld figuur opsprong. Deze was echter snel met zijn schildspreuk en kaatste de ontwapeningsspreuk af.
“Je moet meer in je macht hebben om mij tegen te houden,” kraste de man en er volgde een duel.
Sabia moest meerdere keren weg duiken voor de vloeken die de man op haar afstuurde, maar vuurde toch onophoudelijk vloeken terug.
Ze moest hem verslaan, het dorp rekende op haar.
“Paralitis,” schreeuwde ze met haar laatste krachten. Ze was moe en viel voorover, zonder te kijken of haar spreuk ook werkelijk doel raakte. Hijgend lag ze op de grond en luisterde of ze de man hoorde, maar het bleef stil. Langzaam krabbelde ze omhoog en zag de man verlamd over de grote ketel hangen. Hij had tijdens het gevecht geprobeerd de laatste offers nog in de ketel te gooien, maar gelukkig was dit niet gelukt.
Sabia liep langzaam naar de ketel en trok probeerde de man eraf te trekken om te kijken wat de inhoud van de ketel was, maar ze had niet genoeg kracht meer om dit te doen.
“Hulp nodig,” klonk de bekende stem van Dillon vanuit de deuropening. Sabia knikte dankbaar toen ze haar man het huis zag betreden en met hulp van Dillon trok ze de verlamde man van de ketel af.
“Je zult zijn werk ongedaan moeten maken,” sprak Dillon zacht. “De wolken zijn er nog steeds en er is een licht in het midden verschenen. Ik vrees dus dat je niet veel tijd meer hebt.”
Sabia knikte, ze was zichtbaar vermoeid, maar liep toch naar het geopende boek wat ze op de tafel had zien liggen en las snel een paar regels.
“Ik heb offers nodig die het goede voorstellen,” sprak ze zacht. Haar hand ging naar de zilveren ketting die ze om haar nek had hangen. Deze had ze van haar moeder gekregen toen die stierf en was al jaren in de familie. Dit moest het offer zijn wat ze moest geven om alles weer naar het oude te krijgen.
Ze liep naar de ketel en gooide haar ketting erin, terwijl ze langzaam rechtsom begon te draaien met de grote pollepel.
“Geesten van het licht, kom en verenigd u met ons, voor deze nacht hebben wij u nodig, verdrijf het duister uit dit dorp,” sprak Sabia zacht. Ze haalde even diep adem en ging verder, “Neem deze ketting als mijn offer, een offer van diep uit mijn hart, en help de mensen uit dit dorp.”
Dillon was tijdens dit ritueel in de deuropening gaan staan en keek naar de wolkenmassa die zich langzaam oploste.
“Het werkt,” riep hij uit. Hij draaide zich naar Sabia om. Sabia was opnieuw door haar knieën gezakt en zat nu op haar knieën op de grond. Ze was zwaar vermoeid en kon niet meer op eigen kracht op staan.
Dillon hielp haar omhoog en sloeg haar arm om zijn nek heen.
“Kom dan gaan we naar huis,” sprak hij zacht.
Buiten waren de dorpelingen uit hun huizen gekomen en keken nieuwsgierig naar het licht wat nu over het dorp scheen en waardoor het leek alsof het midden op de dag was.
Een applaus klonk toen ze Sabia moeizaam naast Dillon de steeg uit zagen komen. Het vuur op het plein brandde nog steeds en het leek wel of al het licht daarvandaan leek te komen.
Langzaam vormden de grote kring zich weer om het vuur. Aan de zijkant werd een stoel neergezet voor Sabia, die het niet meer redde te blijven staan.
Opnieuw stegen de geurige kruidendampen op uit het vuur. Als laatste stond Sabia op en liep met trillende benen naar het vuur en gooide haar kruiden erop. Een grote rookwolk steeg op.
Even dacht Sabia hier het gezicht van haar moeder in te herkennen, die haar goedkeurend toelachte. Hierna werd het donker voor haar ogen. Ze had Samhain en het dorp gered, nu kon ze dus wel flauwvallen.