Changes

'Vieze gothic!' klinkt een schelle stem door de op mij na lege gang. Een klein, blond, slank meisje staat in de deuropening van Lokaal 24 en kijkt me met een schijnheilige glimlach na. Ik werp een dodelijke blik over mijn rechterschouder maar laat verder niet blijken dat ik haar heb gehoord. Ze is ruim 15 meter van me verwijderd, zoals gewoonlijk. Als ik recht voor haar zou staan zou ik misschien een of twee centimeter boven haar uitsteken, maar aangezien ik niet zo dun ben dat het lijkt alsof ik anorexia heb, lijk ik een stuk groter en zal ze me dus niks durven maken. Tenzij ze bij haar vriendjes en vriendinnetjes staat, die allemaal stuk voor stuk ruim een kop groter dan mij zijn en ook niet zullen twijfelen om mij een klap te verkopen als ik ook maar n verkeerde opmerking maak.
Een diepe zucht. Ik heb het lokaal in ieder geval redelijk ongeschonden weten te bereiken, maar dat zegt nog niks. Het begint meestal pas echt tijdens de les als iedereen zogenaamd huiswerk zit te maken. Ik loop rustig tussen de tafeltjes door naar het achterste hoekje waar de muur volgetekend is met pentagrammen, bandlogo's en kruizen. Daar laat ik mijn tas van mijn schouder glijden en hoor hoe die met een doffe plof op de grond valt waarna ik me voorzichtig op de stoel laat glijden. Als ik opzij ga hangen om mijn boeken uit mijn tas te pakken, druk ik snel mijn tanden op elkaar om de bijtende pijn in mijn zij te onderdrukken. Misschien moet ik in de weekenden maar wat rustiger aan doen. Dan zit ik de week die op dat weekend volgt niet onder de blauwe plekken en de wondjes.

De bel gaat. De les Handvaardigheid is nog best goed verlopen. Ik werd wel aangekeken met blikken die me dood wensten bij iedere beweging en bij ieder geluid wat ik maakte, maar afgezien van die blikken heeft er niemand naar me geschreeuwd en heeft er ook niemand propjes naar me gegooid. Welke gek zorgt er dan ook voor orde en stilte tijdens Handvaardigheid, dan vrg je toch om problemen? Pauze. Een half uur lang rust en stilte als ik op tijd een afgelegen plekje weet te vinden. Een donker plekje. Ergens in het trappenhuis of zo, want dan weet ik zeker dat ik alleen blijf. Als ik vol in het licht ga zitten dan zijn er nog mensen die ergens bij me durven te gaan zitten. In het donker zijn ze nog banger voor mij dan een kind bang is voor onweer. Precies als ik opsta en voorzichtig mijn tas over mijn schouder gooi, roept de leraar me bij zich.
'Elisa, kun je nog even blijven zitten?'
'Eigenlijk niet, meneer Koops,' antwoord ik rustig terwijl ik doorloop naar de deur. Terwijl ik mijn hand op de deurknop leg om de deur open te doen, werp ik een blik in de spiegel die naast de deur hangt. Een paar doffe grijze ogen met dikke zwarte randen make-up er omheen staren terug. Zwart stijl haar valt over mijn schouders om toch nog licht golvend heen en weer te wiebelen over mijn rug en borst met iedere beweging die ik maak. Uit de broekzak van mijn spijkerbroek haal ik een pakje shag en ik begin er rustig een te draaien terwijl ik de trappen af loop en door de grote deur naar buiten stap. Het grote grasveld voor de school waar bomen op staan voor wat schaduw en verkoeling is al helemaal vol. Leerlingen van verschillende leeftijden zitten in het gras of rennen achter elkaar aan met het doel een plastic flesje tussen twee bomen door te schieten. Flesvoetbal. Nog erger dan gewoon voetbal. Ik zucht diep en steek mijn peuk aan om langs het grasveld naar het fietspad te lopen wat er achter ligt. Daar laat ik me op een bankje in de schaduw vallen. Uit mijn tas haal ik mijn mobiel die ik meteen aanzet. Drie gemiste oproepen en twee smsjes van Thymen en een smsje van Anna die vraagt waar ik nu ben omdat ze in de buurt is van mijn school en me graag weer een keertje wil zien. Ik sms terug dat ik op het bankje achter het grasveld zit en dat ik nog 25 minuten pauze heb en lees dan de smsjes van Thymen.
Morgen naar politiebureau. Ze zullen jou ook nog wel bellen. Samen heen gaan? xxx
En:
Ik kom je vanmiddag om twee uur van school halen. Geen minuut eerder of later.
Ik trek mijn wenkbrauwen op en probeer te bedenken wat er aan de hand is, als ik iemand luid hoor toeteren. Ik kijk op van mijn mobiel en zie een klein, zwart autootje het fietspad op rijden met Anna vrolijk zwaaiend achter het stuur. Ik grijns breed naar haar en steek mijn hand op om haar te begroeten. Als ze de auto stil zet en uitstapt, geven we elkaar een dikke knuffel en beginnen honderduit te praten over van alles en nog wat, zoals dat bij ons altijd het geval is.

Part Two

'Oh, Lies, ik ben eindelijk van de alcohol af. Nou ja, niet helemaal natuurlijk want je hebt me van 't weekend gezien, maar het is niet meer zo'n verslaving als dat het eerst was,' zegt Anna opgelucht met een brede glimlach op haar gezicht. Stiekem weet ik dat ze er niet helemaal blij mee is omdat haar leven er een stuk moeilijker van word als ze iedere nare gebeurtenis niet weg kan spoelen met alcohol, maar toch ben ik trots en weet ik dat ze er wel door komt. Door die moeilijke tijd die er voor haar nu aan zit te komen.
'Heeft Thymen jou ook al gesmst?'
'Nee, ik heb hem net gesproken. Hij liep met twee maten door de stad. Jij kent ze volgens mij ook wel. Hij zei dat hij je om twee uur op komt halen. Dat moest ik trouwens nog zeggen. Als je om twee uur niet buiten staat komt hij je uit de les slepen. Als het moet zelfs nog aan je haren.'
'Heerlijk, die agressie,' grinnik ik. Anna kijkt bedenkelijk en neemt nog een trekje van haar sigaret.
'Ik weet het niet hoor, Elisa. Hij is inderdaad wel heel erg agressief.'
'Je weet dat hij me met geen vinger aanraakt. Wat er ook gebeurd.'
'Maar hij dreigt er wel mee...' Ik zucht diep en neem ook een trekje van de sigaret die tussen mijn vingers klemt om dan langzaam mijn hoofd te schudden. Anna snapt het gewoon niet. Thymen geeft om me. Meer dan dat hij ooit om iemand anders heeft gegeven. Hij zou me nooit pijn doen. Niet lichamelijk en waarschijnlijk ook niet geestelijk. Soms zijn oudere vrienden best irritant.
'Wanneer vier je je verjaardag eigenlijk?'
'Oh, dat weet ik nog niet. Misschien wel komend weekend. Maar dat vind ik ook weer zo'n zonde omdat Murder Manifest dan komt. Dan is iedereen al zo bezopen dat ze de volgende dag niet gezellig naar een schuurfeest voor mijn verjaardag komen.'
'Nee, da's waar. Maar het word dus een schuurfeest? Bij jou thuis neem ik aan? Of ga je de schuur en het huis van je ouders opeisen zoals vorig jaar?'
'Vorig jaar werd ik 18. Toen vonden mijn ouders dat het een speciale gelegenheid was en gingen ze voor me op vakantie. Dit jaar word ik 19 en zijn mijn ouders nog steeds boos om de vorige keer. Het was ook niet zo heel erg handig dat jij en Mathijs op hun bed bezig zijn geweest.'
'Ho, wij waren niet de eersten. Daarvoor had Emmeline Dennis al gehad, op dat bed.' Anna glimlacht lichtjes en drukt haar sigaret uit.
'Het was in ieder geval niet de meest slimme zet die je hebt gedaan. En dat weet je, hoop ik.'
'Ik heb er nog steeds spijt van.'
'Mooi. Maar ik ga er weer eens vandoor. En jij mag ook wel eens naar binnen denk ik, bijna iedereen zit al in de les.'
'Nah, ik denk dat ik spijbel. Ik heb echt geen zin in Nederlands. Zo nutteloos. Ik kan al Nederlands praten, waarom moet ik weten wat een Begelijdend Voorwerp is?'
'Lijdend Voorwerp heet zoiets.'
'Ook goed. Het voegt toch niks toe aan je leven als je weet wat dat is?'
'Het is handig met Duits.'
'Dat heb ik toch niet.'
'Dan weet ik het ook niet. Maar lieverd, ik ga echt nu. Ik bel je rond een uur of twee om te horen wat er nou zo belangrijk was voor Thymen, goed?'
'Is goed. Moet je die aansteker nog mee?' Anna knikt en pakt de aansteker om die in haar broekzak te doen en haalt haar autosleutels tevoorschijn. Ze geeft me nog een dikke knuffel en stapt dan in, om na een paar seconden achteruit het fietspad af te rijden en de weg richting de stad op te gaan. Ik zucht diep en hijs mijn schooltas op mijn schouder om dan het grasveld over te steken en mezelf te verstoppen in de wc's van de gymzaal. Daar komt nooit iemand, dus dan kan ik rustig voor mijn proefwerk Engels leren, wat ik het zesde uur heb. Als ik dat snel genoeg maak kan ik om twee uur buiten staan en dan bespaar ik Thymen de moeite helemaal naar boven te moeten lopen.

Part Three

'Mevrouw, als ik het af heb mag ik dan meteen weg? Er staat iemand op me te wachten,' vraag ik met een glimlach als ik het lokaal binnenstap. De rest van de leerlingen staan nog op de gang te wachten, aangezien er eigenlijk nog niemand naar binnen mocht omdat de lerares alles nog aan het klaarleggen is.
'Dat zien we nog wel, Elisa. Als je nou wilt gaan zitten en stil wil zijn?'
'Natuurlijk,' mompel ik waarna ik naar mijn vaste plek achterin de klas slof. Mijn kisten maken doffe geluidjes op de vloer en mijn spijkerbroek, die eigenlijk net iets te lang is, slijt met iedere stap verder af. De lerares roept de rest van de klas die stuk voor stuk een lelijke blik mijn richting in werpen, die ik stuk voor stuk beantwoord met een gemaakte glimlach. Ik trek het zwarte hemdje wat weer een stukje omhoog is gekropen wat naar beneden, zodat die net over mijn riem komt. Mijn nieuwe riem, van Cradle Of Filth. Zo trots als op die riem ben ik nog nooit geweest op een ander kledingstuk. Uit mijn tas haal ik een zwarte balpen en als ik het tikje van de lerares op het bord hoor, wat ons allemaal toestemming geeft om te beginnen, zet ik de pen op het papier om mijn naam en de datum op te schrijven.

Shit, het is al twee uur. Snel sta ik op en pak mijn papieren bij elkaar om ze op het bureau van de lerares te leggen. Gelukkig had ik het proefwerk net helemaal af, anders zou het zeker een onvoldoende worden.
'Mag ik ga-'
'Ga maar ja. En stil op de gang.'
'Ja mevrouw,' antwoord ik braaf, waarna ik al mijn spullen oppak en het lokaal uit verdwijn. Als ik een paar meter bij het lokaal vandaan ben zet ik het op een rennen. Ik kom Thymen tegen op de trap, met een gezicht wat niet veel goeds voorspelt.
'Meekomen,' zegt hij zacht, maar luid genoeg om het helemaal tot achterin mijn hoofd verstaanbaar te maken. Dit voorspelt echt niet veel goeds. Ik voel hoe Thymen zijn hand om mijn bovenarm laat glijden en die stevig vastpakt. Vlug trek ik mijn arm los en grijp zijn hand met mijn eigen hand, zodat het er nog enigzins vrijwillig uit ziet dat ik zo snel met hem mee loop. Voor iedere stap die hij zet, moet ik er twee zetten en met een zware schooltas over een schouder valt dat niet heel erg mee. Als we buiten komen zie ik dat Thymen een lift voor ons geregeld heeft. Of nou ja, hij is in ieder geval niet met zijn eigen auto. Er staat een wit bestelbusje voor de school op ons te wachten en nog voordat Thymen me kan opdragen om in te stappen, zit ik al in het busje. Achter het stuur zit een man van ongeveer eind 20, begin 30. Ik heb hem wel een keer eerder gezien, maar ik zou zo niet weten wie het is.
'Wat is er aan de hand, Thymen?' vraag ik voorzichtig als Thymen naast me heeft plaats genomen en de deur met een klap dicht heeft getrokken.
'Problemen. Zware problemen.'
'Dat snap ik, maar wat zijn die problemen?' Thymen is even stil en staart uit het raampje om daarna zachtjes in mijn bovenbeen te knijpen om me gerust te stellen, wat niet heel erg goed wil lukken. Uit de broekzak van mijn spijkerbroek haal ik het pakje sigaretten wat Anna me heeft gegeven en ik steek er een aan terwijl ik Thymen er ook een voor houd.
'Ik heb zelf,' zegt hij toonloos.
'Vertel nou maar wat er is. Het gebeurt niet iedere dag dat ik met veel geweld van school word opgehaald, nog voordat ik eigenlijk vrij ben.'
'Hector hier,' zegt Thymen met een knikje naar de bestuurder van het witte bestelbusje waar we nu in zitten, 'heeft lichte problemen met de politie. Aangezien wij nogal veel in contact komen met Hector... Zitten wij met hetzelfde probleem.'
'Veel in contact? Sorry? Ik herken hem wel, maar ik zou niet weten waarvan.'
'Via hem kom ik aan de wiet. En aan de messen. En aan alles waarvoor ik weken celstraf zou kunnen krijgen. Ik wil niet dat de politie bij jou op school verschijnt en jou meeneemt zonder dat ik daar iets van af weet.'
'En je denkt niet dat het opvalt als ik ineens weg ben en niet meer terug kom? Je denkt niet dat ze ons niet gaan zoeken? Mij lijkt het veel handiger als we voorlopig juist niet meer met Hector omgaan, in plaats van dat we samen met hem op de vlucht gaan.' Thymen geeft geen antwoord meer, wat mij de tijd geeft om even rustig na te denken.

Part Four

De messen, de wiet, al die andere shit die nog ergens verborgen ligt, verspreid over de huizen van onze vele vrienden die grotendeels al op zichzelf wonen. In mijn linkerbroekzak voel ik het vlindermes wat ik een paar weken geleden van Thymen heb gekregen om mezelf te kunnen beschermen branden. Ik haal het er uit en zonder Thymen aan te kijken leg ik het in zijn open hand, die ergens tussen zijn benen ontspannen hangt. Ik had het niet moeten aanpakken. Ik had nooit met al die shit moeten beginnen, want dit is wat je er van krijgt. Plotseling mindert het busje vaart. Wat afwezig kijk ik uit het raam, besmeurd met bruine viezigheid waardoor ik nog maar net een rijtje huizen kan onderscheiden die er zo te zien niet al te best aan toe zijn. Heel anders dan het ruime appartement waar ik in woon met mijn ouders. Dat Thymen, Anna en de rest van de vriendengroep al op zichzelf wonen, is niet zo raar aangezien Anna al 19 word en Thymen al 21 is. Als k als 17-jarig meisje op mezelf zou gaan wonen, zou dat wel een beetje vreemd zijn. Dus op aandringen van al mijn vrienden woon ik nog thuis.
Thymen trekt de deur van het busje open en stapt uit, waarna hij mij helpt omdat het busje nogal hoog is en ik nogal klein. Hij steekt zijn hand uit richting mijn schooltas en dankbaar geef ik die aan hem, zodat ik dat gewicht ten minste kwijt ben.
'We maken hier de boel klaar en dan gaan we je spullen halen. Je gaat een weekje bij mij wonen,' zegt hij. Ik trek mijn wenkbrauwen op en kijk van het rijtje huizen naar Thymen en weer naar de huizen. Ik moet moeite doen om mijn lachen in te houden maar als ik de serieuze, enigzins kwade blik in Thymes ogen zie, besluit ik toch maar rustig te blijven.
'Wij gaan dus in... die bouwval wonen?'
'Ja.'
'Oh. Aha. Ok. Nou, laten we dan maar snel alles klaar gaan maken zodat ik snel in dat vlooienbad terecht kan.'
'Het is graag of niet Elisa.'
'Liever niet dan. Kom op zeg. Je denkt toch niet dat ik in dat geval ga wonen? Doe normaal!'
'Als je me belooft dat je je eigen huis niet verlaat wil ik je ook wel meenemen naar jouw huis. Je ouders zijn nu toch op vakantie.'
'Wat bedoel je?'
'Ik heb een vakantie voor ze gewonnen met een of ander programma. Die zijn twee weken het huis uit. Als je denkt dat we veiliger zijn in dat huis dan lijkt het me prima om daarheen te gaan.'
'Wat denk je zelf?' roep ik dan verbaasd uit. 'Natuurlijk zijn we daar veiliger! Niemand weet dat adres! Zelfs school denkt dat ik nog bij mijn vader woon!' Precies als Thymen zijn mond open doet om nog wat te zeggen, gaat mijn telefoon. 'Ja?' zeg ik wat kortaf.
'Goedemiddag, spreek ik met Elisa Vos?'
'Ja...'
'Dit is Richard Brouwer van politie Zwolle. Je word morgenmiddag om drie uur verwacht op het politiebureau. Als je niet komt volgen er sancties...' zegt de agent met de nadruk op het laatste woord. 'Dus ik zie jou morgen?'
'Yo. Doei.'
'Goede dag nog verder.' Ik hang op en kijk schuin omhoog naar Thymen, die al precies weet hoe laat het is. Ze zijn ons op het spoor. Ons, ons hele handeltje. Iemand heeft ons verraden, en niet zo'n beetje ook. We moeten nadenken bij iedere stap die we zetten, en als we pech hebben dan hoeft zelfs dat niet meer omdat we morgen misschien niet meer weg komen bij het politiebureau maar tijdelijk worden vastgezet totdat ze weten wat ze met ons gaan doen. Ik had nooit een relatie met een dealer aan moeten gaan. Een vriendschappelijke relatie was al link geweest, maar wat Thymen en ik hebben is wel meer dan vriendschappelijk.

Part Five

Uitdrukkingsloos staar ik voor me uit. Hand in hand lopen Thymen en ik van het busje naar het voorhalletje van het grote gebouw midden in de stad waar het appartement van mijn ouders zich in bevind. Aan de overkant van de weg ligt een lange winkelstraat, die pas midden in het centrum zijn einde vind, waar natuurlijk veel meer straatjes liggen vol met allerlei verschillende winkels. Over mijn schouder hangt mijn eigen schooltas weer, en in mijn vrije hand heb ik een plastic tas vol kleren en andere spullen van Thymen. Thymen draagt een grote weekendtas over zijn schouder en in zijn hand twee plastic tassen met daarin nog meer plastic tassen. Wat daar in zit weet ik niet precies, maar ik kan er wel naar raden. Uit mijn broekzak haal ik de sleutels van het appartement, die ook de deur van het voorhalletje open doen. Als het goed is zijn mijn ouders al weg, zei Thymen, en hebben ze een briefje voor me achtergelaten met daarop hun nummer en de boodschap dat ik ze moet bellen. Wel met de huistelefoon omdat het duurder is als ze misschien al in het buitenland zitten.

Ik zucht diep als ik de sleutels met veel gerinkel op het kastje naast de voordeur laat vallen. Nooit heb ik me echt op mijn gemak gevoeld thuis. De witte muren, houten meubels van allerlei verschillende soorten hout die daardoor voor geen meter bij elkaar passen, de vele spiegels die door het hele huis verspreid hangen, natuurlijk allemaal met een houten frame waarvoor de moeite niet is genomen ze in een kleur te verven die enigzins aan te zien is. Thymens tas zet ik voor het kastje neer, met daarnaast mijn schooltas. De hal is redelijk groot. Het houten kastje naast de deur is ongeveer een meter breed, met een klein lampje tegen de muur er recht boven. Tegenover dat kastje, ongeveer twee en een halve meter verder, staat een grote kast met deuren. In die kast liggen spelletjes en voetballen, van die dingen die je nooit ergens anders kwijt kan. Op de onderste plank liggen alle schoenen. Daar leg ik dus ook mijn kisten neer als ik ze met veel geweld uit heb gekregen. Achter me doet Thymen hetzelfde. Zijn tassen neerzetten, schoenen uittrekken en opruimen. Hij volgt me naar de woonkamer waar hij zich op de luie bank laat vallen en zijn voeten op tafel legt om de TV aan te drukken met de afstandsbediening. Intussen slof ik door naar de open keuken om voor ons allebei een flesje bier uit de koelkast te pakken.
'Hier. De laatste,' zeg ik rustig waarna ik mezelf naast Thymen op de bank laat vallen en dicht tegen hem aan kruip terwijl hij zijn arm om me heen slaat.

'Met Elisa.'
'Hey Elisa, met mama. Je bent al thuis hoor ik?'
'Hmhm.'
'Papa en ik zitten op de snelweg met pech. De wegenwacht is onderweg en daarna kunnen we hopelijk weer verder rijden naar Polen.'
'Ok.'
'Doe je de groetjes aan Thymen als je hem weer ziet?'
'Zal ik doen. Doei.'
'Doei schat.'
'Groetjes van m'n moeder,' mompel ik terwijl ik de telefoon weer op de oplader zet. Thymen knikt en zet zijn inmiddels lege flesje bier op de salontafel waar ook zijn voeten op liggen.
'Ik ga vanavond even iets regelen. Ik denk dat ik morgenochtend pas terug ben. Beloof je dat je het huis niet verlaat?'
'Lijkt het je handig om een nacht niet te slapen?'
'Ik zal wel moeten.'
'Wat ga je doen?'
'Iets regelen, dat vertel ik allemaal nog wel een keer.'
'Laat je je wapens hier?' Stilte. Nou, dan hoef ik dus ook niet meer van hem te horen wat hij gaat regelen. Hij gaat er voor zorgen dat de rest van onze klanten zich stil houden, zodat wat er ook gebeurd, zij aan onze kant staan. Ik zucht opnieuw diep en loop naar de hal om mijn schooltas en de weekendtas van Thymen te pakken en die in mijn kamer neer te leggen. Mijn schooltas pak ik uit en de kast waarin mijn schoolboeken liggen ruim ik netjes op. Ik ga voorlopig toch niet meer naar school, dus ik hoef ook niet meer 'per ongeluk' alles kwijt te raken. Thymens weekendtas rits ik open en ik haal uit n van de plastic tassen een zakje wiet van ongeveer een tientje en stop die in mijn broekzak waarna ik de tas weer dicht rits en in de hoek van mijn kamer neer zet. Zo kan ik in ieder geval deze avond doorkomen.
'Hij denkt toch niet dat ik thuis blijf, de zak,' mompel ik bijna onverstaanbaar.

Part Six

'Wat zei je?' vraagt Thymen. Ik kijk op en zie hem in de deuropening staan. Bruin, licht golvend haar valt over zijn schouders. Een klein baardje van nog geen halve centimeter wat hij eigenlijk had moeten scheren siert zijn kin. Met dat baartje vind ik hem knapper dan zonder, waarschijnlijk omdat hij er gewoon ruim twee, misschien wel drie jaar ouder uit ziet met dat ding. Een broek met legerprint, die hij normaal in zijn kisten draagt hangt op zijn kont omdat de riem die hij er bij draagt eigenlijk te groot is en dus alleen maar averechts werkt. Een T-shirt er op van Guns 'n Roses, die - in my opinion - z leuk bij hem en zijn broek staat dat ik er bij weg smelt iedere keer als ik er naar kijk.
'Niks,' glimlach ik liefjes. Ik druk het zakje wiet nog wat dieper in mijn broekzak en draai me volledig om naar Thymen, om met langzame stappen steeds dichter naar hem toe te komen met een verleidende glimlach op mijn gezicht. Thymen glimlacht ook lichtjes en komt naar me toe lopen om me midden in mijn kamer bij mijn kont te grijpen en me vol op mijn mond te zoenen. Half-struikelend vinden we onze weg naar mijn tweepersoonsbed, waar we languit op gaan liggen terwijl ik mezelf ontdoe van mijn riem en terwijl Thymen zijn T-shirt over zijn hoofd uittrekt.

'Zullen we maar officiel gaan?' vraagt Thymen fluisterend als we in ons ondergoed naast elkaar op mijn bed naar het plafond liggen te staren, onze handen liefdevol ineen gevouwen. Ik glimlach en probeer oogcontact met hem te zoeken, wat wonder boven wonder lukt.
'Ja,' is mijn antwoord, gevolgd door een kus op mijn mond. Nu is het dus officiel. Mijn relatie met hem. Ik ben zijn vriendin, hij mijn vriend. Nu houd hij eindelijk op met het naaien van andere meisjes in ruil voor wiet. Nu zullen ze er voor moeten gaan betalen. Want hij heeft mij voor de seks. Het enige nadeel is: Ik zal weer kleren moeten gaan jatten, zoals ik dat vroeger altijd deed. Want wat voor hem geldt, geld natuurlijk ook voor mij. Geen seks meer voor geld of iets anders. Ja, of ik moet gewoon gaan werken maar dat vind ik ook zo'n tijdverspilling.
'Ik betaal je kleren wel,' zegt Thymen, alsof hij mijn gedachten kan lezen. Hij veert overeind en gooit zijn benen over de rand van het bed om zijn broek en zijn T-shirt terug te vinden op de vloer van mijn slaapkamer. 'Maar nu ga ik er vandoor. Ik reken er op dat je thuis bent, dus ik neem geen sleutel mee.'
'Doe maar wel. Straks lig ik te slapen en dan hoor ik de bel niet.' Hij lijkt even te twijfelen maar knikt dan toch. 'Hij licht op het kastje, in dat rieten mandje.'
'Ik zie je morgen,' zegt hij zacht, waarna hij over het bed komt hangen om me een kus op mijn mond en mijn voorhoofd te drukken.

Als ik de deur in het slot hoor vallen, veer ook ik overeind. Wie zal ik eerst eens bellen? Sowieso een meid. Dat maakt de keuze al minder moeilijk om te maken, aangezien onze vriendengroep niet al te veel meiden telt. Anna maar gewoon? Ja, Anna. Misschien neemt ze haar zusje nog wel mee en dan word het een gezellige boel. Met de telefoon tussen mijn oor en mijn schouder geklemd, begin ik een paar jointjes voor te draaien, zodat we dat straks niet hoeven te doen en zo dus tijd besparen.
'Anna,' klinkt er aan de andere kant van de lijn.
'Schaaaat! Met mij,' zeg ik enthousiast.
'Heeey, sorry dat ik niet meer heb gebeld. Ik zat net op de snelweg dus, ja.'
'Geeft niet hoor. Ga je vanavond mee naar de club?'
'Moet je morgen niet naar school?'
'En van Thymens ideetjes. Hij wil niet dat ik- Maar dat zeg ik straks allemaal wel. Kom je? Ik zit al voor te draaien,' grinnik ik. Ik hoor Anna aan de andere kant zuchten.
'Ok, ok, ik ben al onderweg,' zegt ze dan.
'Tot zoooo!' roep ik enthoustiast, waarna ik mijn tong langs het vloeitje haal om die dicht te maken. Ik heb al twee kant en klare joints, goed gevuld zodat we sneller stoned worden. Neurind leg ik de joints op tafel neer, naast mijn shag en het zakje wiet wat nu niet meer zo vol zit als tien minuten geleden. Terwijl ik mijn kleren weer uit trek loop ik naar de badkamer, waar ik een snelle douche neem en in schoon ondergoed naar mijn kamer loop om kleren uit te zoeken voor vanavond.

Part Seven

Ik heb net mijn fel roze netpanty over een zwarte gewone panty aan getrokken als de bel gaat. Snel gris ik het zwarte minirokje van mijn bed en trek dat over mijn kont om ook mijn korset te pakken en die wat krampachtig voor me te houden, zodat niet het hele gebouw me half naakt ziet. Ik doe de deur open voor Anna en verdwijn dan meteen weer terug naar mijn kamer, waar Anna ook naar binnen komt als ze haar schoenen uit heeft gedaan.
'Kun je even helpen?' vraag ik aan haar spiegelbeeld. Anna knikt en gaat recht achter me staan, zodat ze het zwarte korset met roze schedeltjes en roze veters dicht kan maken. 'Zo strak mogelijk.'
'Weet ik.' Dat is waar. Het is niet de eerste keer dat ze mijn korset vast maakt. Als het eenmaal goed strak zit strompel ik naar de hal om mijn kisten aan te doen. Dan loop ik met doffe bonken naar de badkamer waar ik in een kastje naar een spuitbus zoek voor mijn haar. Helemaal roze moet het.
'Ga je het echt hele-'
'Ja, helemaal. Kun je even helpen?'

Een half uur later staan we klaar om te vertrekken. Ik zie er uit als n of andere hoer, zoals altijd als ik uit ga. Niet dat ik het erg vind. De sjans bevalt me wel, ook al is het niet om mij persoonlijk maar gewoon omdat ze denken dat ik met ze naar bed ga nog voordat ze er om vragen. Uit het tasje bij mijn heup haal ik een joint en die steek ik op. Na een paar trekjes druk ik hem tussen de lippen van Anna, die ook een paar trekjes neemt en hem dan weer terug geeft.

'Elisa, kom, we moeten echt terug naar huis. Het is al half vier!' zegt Anna. Ik hoor haar wel. Ik hoor haar echt, maar op een of andere manier lijkt het niet helemaal tot me door te dringen.
'Nee, ik wil... Eh... Ik wil nog even hier blijven,' klinkt er loom uit mijn mond, gevolg door hard gelach van mijzelf en de mensen om me heen. Niemand er van die ik ken. Ja, van gezicht en zo en omdat ik ze wel vaker tegen kom in de club, maar ik zou niet weten hoe ze heten en waar ze vandaan komen en... Wat eigenlijk? Wat moet je van iemand weten om ze te kennen? Eigenlijk is het maar beter als je mensen niet kent, want ze vallen altijd tegen.
'Elisa, ik zeg het nog n keer. We gaan naar huis.'
'Ga zelf maar, ik blijf hier,' zeg ik. Maar toch klonk het in mijn gedachten beter. God, wat haat ik het om dronken te zijn.

'Werk nou eens mee,' klinkt er een stem. Langzaam doe ik mijn ogen open en wazig zie ik hoe Anna en een ander meisje mijn kleren uit proberen te trekken. Ik kan niet zien waar ik ben. Nou ja, ik kan het wel zien maar het ziet er niet bekend uit. Ik leg mijn handen over mijn ogen en voel hoe ze mijn panty eindelijk van mijn benen af krijgen.
'Is ze al wakker?' hoor ik Thymen vragen. Hij klinkt niet boos. Niet bezorgd. Niet teleurgesteld. Misschien is het een mengeling van al die gevoelens, maar op dit moment ben ik te ver heen om ze te herkennen. In gedachten kan ik alles wat ik normaal ook kan, maar mijn lichaam werkt niet mee. Ik voel hoe twee sterke handen me vast houden onder mijn armen en me languit op bed leggen. Er valt een deken over me heen die ik bijna niet kan voelen maar die zo zacht is. Nu pas merk ik hoe lekker ik lig en hoe goed ik me voel. Met een glimlach op mijn gezicht doe ik mijn ogen dicht. Ik hoor nog wat stemmen en niet veel later hoe de deur dicht gaat. Voetstappen komen de kamer weer in en na wat andere geluidjes gaat de deken weer omhoog en voel ik een gewicht achter me op het bed komen liggen. De deken gaat weer naar beneden en iemand - ik denk Thymen - slaat zijn warme arm om me heen, waarna ik bijna direct in slaap val.

Part Eight

'Hier, asperines. Ik dacht dat je er aan vier wel genoeg zou hebben,' zegt Thymen. Ik probeer mijn ogen dicht te knijpen tegen het felle licht wat door mijn slaapkamerraam schijnt, maar hou daar maar snel mee op als mijn hoofd begint te bonzen van de pijn. In plaats van mijn ogen dicht te knijpen, trek ik de dekens over mijn gezicht heen terwijl ik langzaam rechtop ga zitten om de medicijnen van Thymen in te nemen.
'Dank je,' klinkt er schor uit mijn keel. Helemaal uitgewerkt is de alcohol nog niet, maar mijn lichaam luistert in ieder geval al naar mijn gedachten en dat is een hele vooruitgang met gisteravond. Of nou ja, eigenlijk vanochtend. Het koude water waarmee ik de pilletjes naar binnen slik werkt verkoelend en laat me beter nadenken. Ik had moeten luisteren naar Anna toen ze me zei dat ik niet zo veel meer moest drinken. Maar ik ken mezelf, en Anna kent mij ook dus beiden wisten we dat ik niet zou stoppen voordat ik in coma lag of gewoon uit de club weg was en geen alcohol meer in handbereik had.
'Ik zei nog zo; ga nou niet weg. Maar wat doet mevrouw?' begint Thymen.
'Hou maar op. Ik weet dat het niet handig was.' Thymen zucht diep en staart even naar het plafond, waarna hij mij weer aankijkt. 'Hoe ging het bij jou gisteravond?'
'Goed. Ze kunnen ons vandaag niks maken. En als ik jou was zou ik maar snel opstaan. Over een half uur moeten we weg en het lijkt me handig als je die roze troep nog even uit je haar spoelt.' Met behulp van Thymen stap ik uit het bed en strompel ik naar de douche. Thymen helpt me met het uittrekken van de kleren die ik nog aan heb, een string, een beha en een paar sokken. Samen springen we onder de douche en Thymen helpt me met het wassen van mijn haar. Na drie keer wassen is het water niet meer roze, maar ook niet helemaal helder dus we wassen het nog twee keer waarna we de kraan uit draaien en ons beginnen af te drogen. Thymen is eerder klaar dan mij, dus hij haalt wat schone kleren uit mijn kast en legt die klaar, zodat ik ze meteen aan kan trekken als ik helemaal droog ben. Een simpele spijkerbroek met een bandshirt van Dimmu Borgir. Niet mijn eerste keuze, maar goed genoeg om mee over straat en naar de politie te gaan.

'Goed, jullie zullen wel weten waarom jullie hier zitten,' begint de poltieagent terwijl hij wat papieren voor zijn neus doorneemt. 'Drugsbezit en zo.'
'Sorry hoor, maar het is toegestaan om drugs bij je te hebben,' zeg ik zelfverzekerd.
'Niet in de hoeveelheden die bij jullie spelen.'
'En wat zijn die hoeveelheden volgens u?'
'In ieder geval meer dan het toegestane.'
'Kunt u ons daarvoor aanhouden, meneer? Heeft u geen cijfertjes of zo? Want op deze manier heeft u geen enkel bewijs tegen ons.' De agent, die zich voorstelde als Erik Smit, is even stil. Ik werp een blik opzij naar Thymen, die langzaam en goedkeurend knikt. Dan kijk ik de agent weer aan, die inmiddels niet meer zo zeker van zichzelf lijkt.
'Kun je mij misschien vertellen waar je je gisteravond bevond, Elisa?' vraagt hij.
'Mag ik dan eerst even weten waarom u die vraag stelt?'
'Ik wil graag antwoord.'
'Ik was in de club. Tot een uur of vier. Daarna ben ik naar huis gebracht en heeft Thymen me opgevangen.'
'En waar is dat huis waar je naar toe bent gebracht?'
'Heeft dit betrekking tot de reden waarom we hier zijn, meneer?' vraagt Thymen, voordat ik antwoord heb kunnen geven.
'Nee, sorry.' Een diepe zucht. 'Jullie hebben gelijk. We kunnen jullie niet hier houden. Jullie kunnen gaan.' Zonder nog iets te zeggen staan Thymen en ik op om de verhoorkamer te verlaten en nog geen minuut later in de auto zitten op weg naar huis. Natuurlijk met een omweg, omdat de kans dat we gevolgd worden erg groot is.
'Kutjuten,' mompel ik. 'Als je ze nodig hebt dan zijn ze er niet, maar wanneer je er niet op zit te wachten komen ze met dat soort vragen. Ze hadden niks! Geen bewijs, helemaal niks! Daarvoor kunnen ze ons toch niet op het bureau laten komen?'
'Blijkbaar wel. Maar het lijkt me handig als we onze handel tijdelijk stop zetten. Voor een maand of zo.' Ik zucht diep en staar uit het raampje naast me. Misschien is dat wel beter. Ik heb nog geld op de bank, dus voor even kunnen we nog wel vooruit. En anders dan verdien ik wel wat geld achter de rug van Thymen om. Dan zet ik mezelf wel weer in het wereldje waarin ik me drie jaar geleden bevond. In het wereldje van de loverboys. Dat verdient het beste, als ik er maar voor zorg dat ik niet vr iemand werk, maar alleen mt iemand.

Part Nine

Ik haal diep adem voordat ik op de groene knop van de telefoon druk. Het nummer op de nummerweergave ken ik maar al te goed en brengt niet hele vrolijke herinneringen naar boven. Maar toch. Ik weet niet waarom, maar het voelt vertrouwd. Vertrouwd om naar juist dit nummer te bellen en vertrouwd om terug te denken aan die tijd. De tijd waarin ik half depressief over straat liep en met iedere stap achterom keek om te zien of ik werd gevolgd door n van zijn vriendjes. Thymen was mijn redding geweest. En dat weet hij. Hij zou het me niet in dankbaarheid afnemen als hij wist wie ik nu aan het bellen was. De telefoon is al vijf keer overgegaan voordat er op word genomen.
'Melle,' klinkt er door de telefoon, gevolgd door wat geruis. Slechte verbinding. Nooit anders geweest.
'Met Elisa,' probeer ik zelfverzekerd te zeggen, maar ik weet zeker dat Melle mijn stem hoorde trillen. Het blijft even stil, op het geruis na.
'Elisa? Jezus, meid. Wat flik je me nou? Ik heb je jaren niet gesproken!'
'Heb je tijd?'
'Zelfde plek...' hoor ik Melle mompelen. 'Over tien minuten.'
'Ik ben al onderweg,' zeg ik, waarna we allebei ophangen.

Terwijl ik over straat loop, langs de winkels richting het centrum, werp ik een blik opzij om mezelf in het etalageraam te bekijken. Een zwarte, gescheurde netpanty die net onder mijn knien verdwijnt in laarzen met enorme plateauzolen. Een zwart, leren rokje wat zo'n 20 tot 30 centimeter boven mijn knien komt en een zwart korset met op de voorkant grote gespen en aan de achterkant zo strak dichtgetrokken dat ik nog nouwelijks adem kan halen. Er overheen heb ik een lange leren jas aan, die tot net boven mijn knien komt en die ik natuurlijk niet dicht heb, maar gewoon wat fladderend achter me aan. Mijn ogen zijn donker en zwart opgemaakt, met kruisjes vlak onder en naast mijn ogen. Mijn lippen heb ik met lipgloss zwart gemaakt. Ik heb nooit van lipstick gehouden, daarom betaal ik al jaren lang zo'n 15 euro per lipgloss. Gelukkig draag ik 'm niet vaak, anders was ik zo al mijn geld kwijt. Uit mijn koptelefoon klinken de melodieuze geluiden van een nummer van Cradle Of Filth. Mijn favoriete nummer. Nou ja, eigenlijk alleen in het begin, omdat later in het nummer te veel verschillende soorten geluiden zijn te horen. Als ik langs een spiegel loop, verminder ik mijn vaart een beetje. Nu moet ik er bijna zijn... Een zwart hek met mooie versiersels aan de overkant van de weg. Daar is het. Na een paar keer van links naar rechts te hebben gekeken, steek ik de straat over en bel aan.
'Ja?' klinkt de stem van Melle. Hij is er dus al.
'Ik ben het,' zeg ik, en weer valt het mezelf op dat mijn stem trilt. Mijn verleden heeft een grotere invloed op me gehad dan ik mezelf altijd voor heb gehouden. Ik haal diep adem en als ik de zoemer hoor, gooi ik mijn gewicht tegen het hek zodat het krakend open springt. Er word een trap van traanplaat zichtbaar en met doffe bonken van mijn plateauzolen loop ik de trap op, om bij een stalen deur te komen en die met een code open te maken. Beter beveiligd dan dit kan bijna niet. Ook deze deur springt open na het geluid van een zoemer. Ik bevind me nu in een klein kamertje. Op een grote plant in de hoek na, is het helemaal leeg. Ik bel aan bij de deur naast de plant en wacht tot ik het geluid van de schuiven en sloten hoor.

'Elisa...' is het enige wat Melle uit kan brengen als hij de deur langzaam open doet. Hij legt zijn pistool op het tafeltje naast de deur en steekt zijn armen uit om me een knuffel te geven. Ik glimlach lichtjes en voel de adrenaline door mijn lijf stromen. Altijd al ben ik bang voor hem en zijn vriendjes geweest. 'Wat ben je gegroeid,' grinnikt hij, waarna hij de deur achter me dicht doet en voor me uit loopt naar de ruime, warme woonkamer. Hij pakt mijn jas aan en hangt die aan een kapstok in de hoek van de kamer, waarna hij gebaard naar de zwarte leren bank voor de haard, waarin in de winter altijd een lekker vuurtje brand maar die nu op wat as na helemaal leeg is. Hij schenkt in het keukentje wat te drinken in en komt dan terug naar de woonkamer, waar hij in een leren stoel naast de bank gaat zitten. Ik glimlach weer. Hij speelt het goed. Niet te klef doen, eerst vertrouwen winnen. Dat zal zijn motto wel zijn, want in de tijd dat ik voor hem werkte bleef hij dat herhalen tegen iedereen die zijn ondergeschikte was.
'Vertel,' zegt hij rustig.
'Ik heb geld nodig...'

Part Ten

'Dus dat is dan afgesproken? Kamer 3 om 20:00 uur. Per klant een uur met pauzes er bij is tot ongeveer 23:30 uur.' Ik kijk Melle even twijfelend aan en knik dan, na een blik te hebben geworpen op de grote envelop die voor me op het tafeltje ligt. Ik steek mijn hand uit om 'm te pakken, wetende wat er in zit. Een klein voorschot van tien euro per uur en de papieren met de voorwaarden, waar onder andere in staat dat ik op geen enkele manier door mag laten schemeren voor wie ik werk. Ik haal diep adem en pak de envelop van tafel om vervolgens op te staan en wankelend de deur naar het halletje te bereiken.
'Zie ik je hier dan vanavond?' vraag ik nog even voor de duidelijkheid.
'Als je me wil zien zul je eerder moeten komen. Om half acht ben ik hier weg en neemt Ty het over van me.'
'Een nieuwe...' Melle knikt langzaam en bekijkt me van top tot teen.
'Je zou hier echt goud geld mee kunnen verdienen, weet je dat? Je bent echt goed.' Ik kijk Melle even aan en probeer zo min mogelijk emoties te tonen. Het doet me wat dat hij dat zegt. Ook al voelt het niet erg goed. Het is niet leuk als er iemand tegen je zegt dat je een goede hoer zou zijn en dat is precies wat hij zegt, maar dan op een manier die wat... aardiger klinkt. Ik knik kort en zorg dan dat ik zo snel mogelijk weer thuis kom. Thymen zal ook wel op weg naar huis zijn en hij verwacht dat er eten op tafel staat zodra hij binnen komt. Ik werp een blik richting de klok die hoog aan een gebouw hangt. Bijna half vijf. Dan red ik het nog wel.

'Ga je vanavond nog ergens heen?' vraag ik met mijn mond vol. Thymen maakt een geluidje ten teken dat hij me gehoord heeft en eet snel zijn mond leeg.
'Ik ga even langs Ty en Jesse.' Stilte. Ik heb net een slok water in mijn mond en moet moeite doen die niet uit te spugen omdat ik me verslik. Daarom sta ik snel op en ren naar de keuken om daar het water uit mijn mond te spugen, gevolgd door hard gehoest.
'Sorry,' zeg ik als ik de kamer weer binnen kom lopen. 'Ik verslikte me. Wat doen die Ty en Jesse voor hun geld?'
'Geen idee. Maar dat maakt niet uit, van mij weten ze het ook niet. Ze denken dat ik die wiet alleen door verkoop voor n of andere dealer.' Langzaam knik ik.
'En hoe laat ga je daar heen?'
'Een uur of acht denk ik. Waarom wil je dat allemaal weten?'
'Interesse,' zeg ik terwijl ik mijn schouders ophaal. Als hij er om acht uur heen gaat, weet ik zeker dat het dezelfde Ty niet is. De Ty waar k mee te maken heb moet immers werken om half acht.
'Ga jij nog weg?'
'Naar Anna denk ik. Of anders Jessie, haar zusje.'
'Ok.'

Voor de tweede keer die dag loop ik op mijn plateauzolen door de winkelstraat richting het zwarte hek met de mooie versiersels. De zenuwen gieren door mijn lijf, alsof het de eerste keer is dat ik dit doe. Na drie volle joints moet het toch te doen zijn. En Melle staat er op dat ik niet nuchter dat hok in ga. Dat stond hij nooit toe. Door hem kwam ik voor het eerst in aanraking met drugs. Zo was ik al een tijdje verslaafd aan speed en die shit. Gelukkig is het nu alleen nog maar wiet. Dat is redelijk onschuldig. Ik ken niemand die nog nooit een joint heeft gerookt. Ja, mijn ouders en zo, maar dat telt niet mee. Ik steek er vast n op terwijl ik wacht op de zoemer die het hek voor me opent. Dan loop ik de trap op en toets de code in waarna de stalen deur voor me open gaat. Ik bel aan en wacht tot de deur voor me open word gedaan. Dit keer niet door Melle, maar door een meisje van een jaar of 14, 15. Pats. Dat is een klap. Even lijkt het alsof ik in een spiegel kijk en mezelf zie staan in een jongere versie. Het meisje wil de kamer weer in lopen maar ik grijp haar vast bij haar blote schouder. Ze draagt een korset, net als ik. Een leren rokje en een zwarte netpanty met een rode gewone panty er onder. Ze loopt op roden lakschoentjes met een hak van minstens tien centimeter.
'Wat?' Ik kijk haar aan. Probeer zo diep mogelijk in haar ogen te kijken en doe iets waarvan ik mezelf altijd van heb weten te weerhouden. Ik sla mijn armen om haar heen en druk haar tegen me aan.
'Zorg dat je hier weg komt, zo snel mogeljik,' fluister ik in haar oor. 'Melle zorgt er echt niet voor dat je alles hebt wat je wilt, je raakt alles kwijt. Geloof me.'
'Ben jij nieuw? Ik heb je nooit eerder gezien.'
'Mijn tijd hier is al achter de rug. Ik heb enkel geld nodig en Melle helpt me daarmee. Maar nooit meer dat ik terug ga naar het wereldje waarin jij je nu bevind. Dit is mijn nummer. Bel me binnenkort maar eens. En dat moet je ook echt doen.' Het meisje kijkt me fronsend aan. Ik voel en ik zie dat ze haar tranen in bedwang moet houden. Haar ogen staan duister, stralen niks meer uit dan angst. 'Doe het maar. Ok? Mijn werk wacht op me, ik zie je nog wel een keer.' Het meisje knikt en laat me los, waarna ze voor me aan de kant gaat en de deur achter me dicht doet.

Terug | Auteur: Marieke