Rood

'Meneer, het spijt me heel erg, maar ik heb mijn betoog niet kunnen voorbereiden, meneer.' Aan zijn stem kon je het al horen dat Prins de spot dreef met zijn docent. Bovendien had hij meneer Docent twee maal met Meneer aangesproken. Een dergelijke overdreven beleefdheid wees vaak al op ironie. Meneer Docent zuchtte en keek de brutale leerling met zijn sproeten en rode stekels hulpeloos aan.
'Wat moet ik nou met jou?'
'Ik weet het niet meneer, misschien moet u me nog wat meer tijd geven om mijn betoog voor te bereiden, meneer, dan heb ik hem volgende week af.' Meneer Docent schudde zijn hoofd.
'En dan zeker weer niet afhebben en om uitstel vragen. Dat doe ik bij andere leerlingen toch ook niet? Bovendien, heb je al een onderwerp?' Prins schudde zijn hoofd, een dun laagje schaamte op zijn gezicht dat de dikkere laag vermaak nauwelijk bedekte. 'Dan krijg jij van mij een week uitstel, indien je je betoog doet over een onderwerp naar mijn keuze.' De hele klas keek benieuwd naar meneer Docent en Prins, die elkaar nu uitdagend aanstaarden. 'Doe je hem dan niet, dan krijg je een n. En met hoe je er nu voorstaat, ga je dan waarschijnlijk niet over. Door Nederlands. Door n betoog.' Prins fronste zijn wenkbrauwen. Ng een jaar Nederlands van meneer Docent. Nee, liever niet.
'Wat voor onderwerp kiest u voor mij, meneer?'
'Eerst wil ik weten of wij een afspraak hebben. Zo niet, dan kun je nu alsnog wat bij elkaar lullen. Misschien weet je wel een drie bij elkaar te kletsen.' Prins dacht even na. Hij was ervan overtuigd dat hij hoger dan een drie kon halen met welk onderwerp meneer Docent voor hem klaar had liggen ook.
'Ok, wij hebben een afspraak. Nu, kom maar op met dat onderwerp.' Misschien had meneer Docent hem een normaal onderwerp gegeven als hij niet zo brutaal was geweest met zijn confermatie over de afspraak. Maar dat was niet het geval, dus het heeft geen nut om daar nog over te praten. Meneer Docent glimlachte gemeen over de briljantheid van zijn wraak op de grootste etter die hij ooit in zijn klas had gehad. Wist hij veel dat zijn wraak heel Nederland zou gaan benvloeden!
'Ik wil dat jij een betoog gaat houden over waarom dat de kleur rood verboden moet worden.' Hij grijnsde, en het gezicht van Prins trok bleek weg. Hoe kon je in godsnaam een kleur verbieden? Dat was het meest debiele onderwerp dat hij ooit had gehoord. Maar hij liet niet lang merken dat hij van slag was: hij zou er iets zo goed van maken, dat zelfs meneer Docent overtuigd zou zijn dat de kleur rood volgens de wet verboden moest worden. Wacht maar...

Prins kwam thuis en begon meteen aan zijn betoog. Het uitdagende en prikkelende onderwerp had hem enthousiast gemaakt over het betoog. Niet voor het leren schrijven van een betoog, natuurlijk, maar gewoon om meneer Docent te pesten. Die hoopte namelijk dat hij er met een onvoldoende vanaf kwam. Hij ging voor de spiegel staan en begon argumenten te verzinnen. Wat was er slecht aan de kleur rood? Hij dacht terug aan zijn basisschool periode en gruwelde. Wat was hij gepest geweest om zijn rode haren en sproeten. Dat was al n argument. Rode haren verboden als bescherming voor roodharige kinderen. Grijnzend ging hij verder met het verzinnen van debiele argumenten tegen de kleur rood. Maar hoe langer voor die spiegel stond te verzinnen en te oefenen, hoe meer hij opging in het standpunt en het betoog.
De hele week deed hij dit: hij kwam uit school en ging voor de spiegel staan. Hij oefende zijn betoog totdat hij een kwartier lang aan een stuk door kon vertellen met goede argumenten, een goede houding. En hij had nog een paar verassingen klaar voor zijn vervelende leraar. En toen kwam de dag. Hij had een hele map bij zich om bij zijn betoog te gebruiken. Zijn moeder glimlachte terwijl haar zoon vrolijk fluitend de deur uit ging. Nog nooit had hij zo veel voor school gedaan, en het deed haar goed te zien dat ze niet voor niks schoolgeld betaalde.
Prins liep naar meneer Docent, en grijnsde breed. 'Goede morgen meneer.'
'Goede morgen Prins. Heb je je betoog voorbereid?' Even keek Prins alsof hij nee wilde gaan zegen. Maar net toen er een tevreden glimlach over het gezicht van de nederlandse meneer kwam te liggen, zei Prins: 'Natuurlijk meneer!' Hij leverde zijn blaadje in met de punten die hij wilde gaan bespreken en ging voor het bord staan. Prins had die ochtend een pet op, een groene.
'Rood van woede. Rood van schaamte. Bloedrood. Wanneer ons lichaam iets meemaakt dat het niet op prijs stelt, komt meteen de kleur rood om het hoekje kijken. In de huidige maatschappij wordt gestreefd naar vrede en geluk. Alle slechte dingen moeten dus voorkomen en verboden worden. Dat ons lichaam van nature de kleur rood als een slecht iets laat zien, zegt al eigenlijk genoeg over de kleur rood. Rood is slecht, en moet daarom verboden worden.' Hij sloot zijn intro af door zijn groene pet van zijn hoofd af te trekken en zijn gitzwarte haren bloot te stellen aan de klas. Hier en daar kwam een geschrokken geluid en op andere plaatsen werd er gegniffeld. Het zag er ook niet uit, dat had Prins ook wel gezien, maar dit was het zeker waard.
'Dan begin ik maar gelijk bij mijn eerste punt. Namelijk de treiterijen die mensen met rode haren ervaren. Vuurtoren, roodhoofd, vlammenkop, ik heb het allemaal gehoord. Dergelijke pesterijen zijn genoeg om een kind af te breken, en dat is slecht voor de maatschappij. Om een dergelijke achteruitgang in de maatschappij te voorkomen, moet het verplicht zijn dat mensen met rood of oranje haar hun haren verven.' Hij keek opnieuw de klas rond, en zag weer leerlingen gniffelen. Ze namen hem niet serieus. Dat deed er niet toe. Hij keek meneer Docent aan, en deze zat geboeid te luisteren.
'Het tweede argument is dat rood een negatief inpact heeft op de mensen. Alle negatieve dingen in onze omgeving zijn rood. Rood betekent stop, bij een rood stoplicht moet je stoppen. Rood betekent fout, proefwerken worden met rode pen nagekeken.' Hij keek opnieuw de klas rond, maar er werd al minder gegniffeld. Bij het argument van de proefwerken en de rode pen werd er geboeid geluisterd. 'Rood staat voor ordinair, niet voor niks heet het de 'rosse'buurt. Waar oh waar zou die buurt zijn naam aan ontlenen? Al deze dingen zijn negatieve aspecten van onze maatschappij, en allemaal zijn ze gerelativeerd aan de kleur rood.
Dan kom ik bij onze Nederlandse vlag. Hij trok de map open en haalde de Nederlandse vlag tevoorschijn en wierp hem over het bord, zodat hij goed zichtbaar was voor de klas. 'Blauw, een kleur die voor het goede staat, wit voor zuiverheid, en voor de kleur van onze lucht. En rood. Waar zou rood voor staan? Voor oorlog? Voor het geweld dat de Nederlandse geschiedenis kent? Staat het daarvoor? Waarom hangen wij dat dan met volledige trots ten toon voor de wereld om te zien?'

Zestien minuten bleef Prins doorpraten en met nieuwe argumenten komen, totdat meneer Docent hem aangaf om af te ronden. Prins vatte al zijn argumenten samen en sloot af: 'De kleur rood stimuleert ons ongeluk. Wil je dat de maatschappij een stapje dichter bij het geluk komt, verwijder de kleur rood dan uit de maatschappij.' Er volgde een korts stilte, zonder gelach, zonder gegiechel. Daarna begonnen een paar leerlingen te klappen, vervolgens de hele klas. En niet alleen omdat Prins van het meest debiele onderwerp een waanzinnig betoog had gemaakt, of omdat hij meneer Docent eens flink op zijn plaats had gezet, maar ook omdat het ook echt een goed betoog was. Hij was er zelfs in geslaagd enkele leerlingen te overtuigen, inclusief zichzelf. Meneer Docent zat bewegingloos naar zijn leerling te kijken. Hij kon eigenlijk maar n ding denken: wow. Hij had dan ook niet zo heel veel keuze om Prins een negen te geven, waarop verschillende leerlingen verontwaardigd keken omdat het geen tien werd. 'Een negen maar? Ik vond dat toch zeker een tien waard.' Prins keek meneer Docent nog altijd even uitdagend aan. Die strijd was nog lang niet afgelopen.
'Ik ben verbaasd om je kunnen, Prins, maar een betoog dat een tien zou verdienen, zou zijn als je het als je de eerste kamer zo gek zou krijgen om er een wetsvoorstel van kon maken.' Had hij dat nu maar niet gezegd...

Terug | Auteur: Vonk