Heartbeat

Met rood behuilde ogen zit Veerle voor de spiegel. Ze kijkt naar zichzelf. Wat is er toch mis met haar? Is het haar golvende bruinrode haar, met de dooie punten? Zijn het de vele sproeten in haar gezicht? Haar te grote slobbertruien? Of is het soms dat ze zo klein is?
Ze schudt 'nee' met haar hoofd, en verbergt haar gezicht in haar handen. Er zijn toch wel meer kleine meisjes? En er zitten zat meisjes met sproeten in haar klas. Toch werd uitgerekend zij gepest.
Ze is gewoon anders. Dat is het. Ze hoort nergens bij. Ze is geen alto, en ook geen gothic. Ze is geen modepoppetje, en ook geen hiphopper. Ze is gewoon Veerle. Een Veerle van 16 jaar oud die niet op de hoogte is van wat er op dat moment in de mode is, of wat er in de hitlijst staat. Qua muziek loopt ze sowieso veertig à vijftig jaar achter. Ze leeft in haar eigen wereldje.
En altijd werd ze gepest. Jongens spogen voor haar op de stoep, meisjes wezen haar na. Maar dat was nog niet het ergste. Ze gingen soms in grote groepen om haar heen staan, gooiden delen lunch over haar heen en joelden naar haar. Het was zelfs één keer voorgekomen dat een meisje haar had geslagen, omdat Veerle wat had teruggezegd. Sindsdien heeft Veerle nooit meer iets tegen haar klasgenoten gezegd. Op school zei ze alleen maar wat als de leerkracht haar iets vroeg. Meer durfde ze niet.
De schooldirectie zag uiteindelijk nog maar één oplossing, Veerle Kampen moest worden overgeplaatst naar een andere klas.
Dat de directie daar goed aan had gedaan, zag Veerle niet toen ze het te horen kreeg. Ze was door de pesterijen erg verlegen geworden, en werd alleen al doodsbenauwd van het idee 'een andere klas'.
Ze zit zich nu thuis, op de laatste vrije dag van het paasweekend moed in te praten. Ze trekt haar knieën op en legt haar handen er om heen. Ze vindt zichzelf lelijk, en ze vindt zichzelf ouwelijk. Maar alleen omdat iedereen haar dat heeft aangepraat. Een traan rolt vanuit haar helder groene ogen over haar wang op haar slobbertrui.
"Veerle! Kom je eten?" Haar moeder roept haar van beneden. Veerle haalt een zakdoek door haar gezicht en zucht diep.
"Ik kom eraan, mam!"

Zwijgzaam kauwt Veerle op haar sperziebonen. Ze dacht dat ze met de nodige mascara haar traanogen wel had weggewerkt, maar voor je moeder kun je niets verborgen houden.
"Lieverd, je hebt weer zitten huilen. Wat is er toch? Het gaat nu toch juist wat beter met je?"
Veerle haalt haar schouders op. "Kan wel," zegt ze zachtjes.
Haar vader zucht. "Waar ben je bang voor?"
"Dat de situatie niet verandert," zegt ze. "Dat ze gewoon net zoals mijn oude klas me gaan pesten, zodra ze door hebben dat ik niet in hun f*cking plaatje pas!" Boos steekt ze een te groot stuk karbonade in haar mond en begint heftig te kauwen.
"Nou, nou, nou. Niet zo grof. Als je er meteen al zo tegenover staat, wordt het sowieso al niks. Hef je hoofd op, wees niet zo verlegen en wees vooral gewoon jezelf."
Die wijze raad heeft Veerle al vaker gehoord. Dat had haar moeder iedere keer tegen haar gezegd als ze weer eens met natte of vieze kleren thuis kwam of om een andere reden in tranen was. Maar de wijze raad hielp niet.
In no time heeft ze haar bord leeg. "Mag ik van tafel?"
"Hoef je geen toetje," vraagt haar moeder.
"Nee, dank je," zegt Veerle en staat op en loopt naar haar zolderkamer.
Ze ploft neer op haar zitkussens en zet een rock-'n-roll deuntje op uit de jaren 50. Ze heeft zin om haar hoofd vol te stoppen met zinloze liefdesliedjes, zodat ze ergens anders aan kan denken.

Heartbeat,
Why do you miss when my baby kisses me?
Heartbeat,
Why does a love kiss stay in my memory?
Piddle-pat, I know that new love thrills me
I know that true love will be
Heartbeat,
why do you miss when my baby kisses me?

Zo klinkt Buddy Holly door haar boxen. Ze moet glimlachen om het knullige melodietje, zijn knullige stem en de zeikerige tekst. Als het eens in het echt zo kon wezen?

De volgende morgen loopt Veerle met lood in de schoenen over het schoolplein. Ze voelt de ogen in haar rug van haar oude klasgenoten.
Plotseling komen Mark, Loes, en nog een paar anderen om haar heen staan.
"Zo, dacht je dat wegrennen de oplossing was? Je bent gewoon bang, of niet soms? Geef het maar toe!" Mark geeft haar een duw.
Ze kijkt hem niet aan en probeert door te lopen maar Loes houdt haar tegen.
"Hij praat tegen je, dove! Waarom zeg jij nooit wat terug? Ben je je tong soms verloren? Laat eens kijken!" Loes probeert haar mond open te trekken maar Veerle duwt haar van zich af.
"Ja, duwen kan je wel, hè," zegt Mark. "Maar praten, ho maar. We hebben onze vrienden in jouw nieuwe klas,die jij niet hebt, al op de hoogte gebracht van jouw sociale stoornis. Wacht maar, je zult het weten, trut!"
'Wie heeft hier een sociale stoornis?' denkt Veerle. Maar ze zegt natuurlijk niets. Loes grijpt haar plotseling wild bij haar arm en probeert haar om ver te trekken, maar gelukkig komt op dat moment de conciërge naar buiten. Loes ziet nog net kans om een flinke kluit modder op Veerles shirtje te wrijven.
"He! Wil je dat wel eens heel gauw laten! Zijn jullie helemaal betoeterd..." Cor de conciërge trekt ze uit elkaar en Loes, Mark en de rest van het groepje hebben de volgende morgen om 7:30 corvee. Dat is een rot straf, dan moet je heel vroeg opstaan. Veerle weet dat ze haar die nog wel betaald zullen zetten.
Langzaam slenteren ze weg en kijken haar vuil na. Cor kijkt haar bezorgd aan. "Gaat het?"
Ze knikt. Het is niet waar. Ze voelt de tranen opkomen. Ze had het al heel vaak meegemaakt, maar het blijft een rotgevoel.
"Mag... mag ik een paar minuutjes van de eerste les verzuim om die modder van mijn shirtje te krijgen," vraagt ze hem met bevende stem.
"Natuurlijk," zegt Cor.

Even later staat ze bij de wc's haar shirtje schoon te maken met water. Het gaat er gelukkig vrij goed uit. Je ziet wel een hele natte plek, dat moet ze dan maar uitleggen. Ze zucht diep. Ze veegt haar tranen weg, en loopt richting klaslokaal. Eerste uur Engels.
Natuurlijk zit iedereen er al. Ze klopt op de deur en de docent geeft een teken dat ze binnen mag komen.
"Ha, jij bent Veerle Kampen, neem ik aan?" Zijn stem klinkt vriendelijk.
"Eh... ja. Sorry dat ik..." begon Veerle.
"Dat is in orde, Cor heeft me het net uitgelegd. Vervelende pestkoppen. Verhuis je van klas, in de hoop dat je ervan af bent, wrijven ze op het schoolplein modder op je shirt," zegt de docent. "Het valt ook niet mee, hè?"
Dankbaar kijkt Veerle hem aan. Nu hoeft zij het tenminste niet meer te vertellen.
"Nee, het valt niet mee," zegt ze met een zucht.
"Nou, Veerle, welkom in A4b. Ik ben meneer Droppers, de mentor van deze klas. Als je wilt, mag je je wel even voorstellen aan deze klas, en vertellen waarom je hier bent."
"Ehm..." Veerles buik doet pijn van de zenuwen. Achterin begint een groepje te gniffelen.
"Doe maar," zegt een meisje vooraan, dat haar bemoedigend aankijkt.
"Ja, doe maar," roept een jongen die een tafeltje achter haar zit. "wij zijn allemaal erg nieuwsgierig." Hij grijnst. Veerle voelt zich er erg ongemakkelijk door.
"Ik weet het niet, hoor..."
"Toe maar," zegt hij dan, "je hoeft niet bang te zijn. Wij bijten niet." Vlak nadat hij dat heeft gezegd, maakt hij met zijn kaken twee keer een klak-geluid alsof hij bijt en zet een idiote grijns op. Veerle schiet in de lach.
"Nou, vooruit dan maar..." zegt ze en begint voorzichtig haar verhaal over haar 'high school-life'.

"Ik ben zelfs een keer geslagen, omdat ik er wat van zei. Sindsdien heb ik nooit meer iets tegen ze gezegd, uit voorzorg.
Uiteindelijk heeft de schooldirectie besloten om me over te plaatsen naar een andere klas. Dus daarom ben ik nu hier..." Zo beëindigt Veerle haar verhaal.
Ze kijkt de klas eens rond. Ze kan meteen al groepjes onderscheiden. Achterin zit een groepje meisjes en jongens die ongeïnteresseerd heel nadrukkelijk iets anders aan het doen zijn dan naar haar luisteren. Dat moeten de vrienden van Mark en Loes zijn.
De rest van de klas heeft wel aandachtig geluisterd. Ze kan nog één groepje direct onderscheiden van de rest, daarin zitten het meisje en de jongen die haar hebben aangemoedigd om te vertellen. Ze zitten dicht bij elkaar in de buurt en ze wisselen blikken, daaraan kan ze het zien.
"Ik vind dat soort dingen echt vreselijk," zegt meneer Droppers hoofdschuddend. "Je zou toch denken dat je in de vierde volwassen genoeg bent om dat soort dingen achter je te laten."
Veerle zegt niets.
"Ik ben het er wel mee eens," zegt de jongen. "Pesten komt zelfs bij volwassenen nog voor, maar zo'n kinderachtige vorm..."
"Precies. Volgende keer wel je hand opsteken, hè, Lucas? Het blijft een regel."
Hij heet dus Lucas. Hij heeft heel donkerblond haar tot zijn oren, met een beetje krullende slag er in onderaan. Hij heeft grijsblauwe ogen. Ze had de hele tijd naar hem gekeken tijdens haar verhaal.
"Nou, Veerle, ga maar ergens zitten, dan kunnen we ook nog wat Engels doen," zegt meneer Droppers.
Ze kijkt naar de stoel naast Lucas. Hij is nog leeg... Nee, dat durft ze niet. Ze is hier net nieuw en dan meteen al spontaan naast hem gaan zitten. Ze kent hem niet eens! No way.
Ze wil doorlopen naar de lege tafeltjes achterin, maar een arm houdt haar tegen.
"Kom gezellig naast mij zitten, joh! Hoef je niet in je uppie." Lucas kijkt haar vrolijk en vriendelijk aan.
"O, eh, o, oké," stottert Veerle en onhandig loopt ze achter zijn stoel door een gaat naast hem zitten. En het volgende uur zit ze weer naast Lucas. Het uur daarna naast Valerie, het meisje dat haar ook aangemoedigd had. De rest van de uren wisselt ze het af. Lucas is een grappige jongen, en Valerie is heel aardig. De rest van het vriendenclubje doet ook aardig tegen haar. Ze voelt zich eindelijk eens geaccepteerd. Maar ze blijft heel erg verlegen. Ze durft nog niet echt veel, en ze is bang om dingen over zichzelf te vertellen. Ze is bang dat ze slecht overkomt.

Na schooltijd loopt ze met een steen in haar maag naar de kluisjes. Ze weet dat Mark en Loes haar het strafcorvee betaald zullen zetten. Ze ziet Lucas door de gang lopen. Misschien als hij erbij is...
"Ehm... Lucas!"
"Oh, hé Veerle," roept hij vrolijk en steekt zijn hand op.
"Ik vroeg me af waar je woont," zegt ze voorzichtig.
"Dat kan," zegt Lucas. "Er is maar één manier om daar achter te komen..."
Ze grinnikt. "Waar woon je?"
"Willem de Zwijgerlaan 10." Yes! Oranjebuurt!
"Oh, ik woon daar bij in de buurt, stukje met elkaar meefietsen?"
"Sure!"

Ze wordt minder verlegen als ze met Lucas alleen is. Mark en Loes kijken haar na, maar doen niets. Ze durven waarschijnlijk niet, als er iemand naast haar loopt. Ze lopen de kluisjeshal uit naar de fietsenkelder.
"Zo, geen last gehad van pestkoppen, vandaag, gelukkig. Heeft wel geholpen, die nieuwe klas," zegt Lucas.
Veerle knikt. "Zeker."
"Om even een onderwerp aan te kaarten," begint Lucas, "van wat voor muziek hou jij?"
Shit. Daar heb je meteen al die rot vraag, nu moet ze gaan vertellen dat ze van jaren '60-'70 muziek houdt. Daarom zegt ze maar:
"Och, ik ben niet echt zo'n muziek fan." Dat is wel een grote leugen, denkt ze bij zichzelf zodra de woorden haar mond hebben verlaten. Muziek is haar alles. Ze luistert elke dag naar de Bealtes, of de Rolling Stones, Bob Dylan, The Doors en kleinere bandjes. En ze zingt vrolijk mee. Volgens haar moeder klinkt het goed, maar ze weet van zichzelf dat het waarschijnlijk niets is. Haar moeder is geen maatstaf.
"Echt waar niet? Iedereen houdt toch wel een beetje van muziek..." zegt Lucas.
Veerle haalt haar schouders op. "Ach, ik luister wel wat..." probeert ze terug te krabbelen.
Ze stappen op en fietsen uit de fietsenkelder het schoolplein over (ook al mag dat eigenlijk niet), en de straat op.
"Ik hou zelf van heel veel verschillende soorten muziek," zegt Lucas. "Er zijn weinig dingen waar ik niet van hou. Ik heb toevallig niks met hiphop en R&B, maar wel met rock. Meestal vind ik oude muziek leuker, je weet wel, Beatles, en andere bandjes uit die tijd. Maar nu komt er ook nog wel eens wat leuks voorbij."
Veerles mond valt open. En zij zeggen dat ze niet van muziek houdt!
"Dat vind ik ook leuk! Alles wat oud is. Wat er nu voorbij komt weet ik niet, maar ik vind zo ongeveer alles leuk wat voor 1980 bestond."
"Jij hield niet zo van muziek, dacht ik?" Hij grijnst. "Bang dat ik je uit zou lachen. Wij sixties-fans zijn tenslotte in de minderheid..."
Veerle knikt.
Dan vraagt hij: "Speel je ook een instrument?"
"Eh, nee. Ik luister alleen. En, eh, ik zing mee, maar..."
"... maar dat is niet veel soeps, denk je?" maakt hij haar zin af.
Veerle grinnikt en kijkt naar de grond.
"Ik speel wel een aantal instrumenten. Piano, bijvoorbeeld. En akoestische gitaar, ook elektrisch, en sinds kort ook basgitaar, maar dat rammelt nog een beetje," vertelt hij zonder een greintje opschepperigheid.
"Wauw," is alles wat ze kan zeggen.
Hij glimlacht naar haar. "Vanmiddag heb ik veel huiswerk, maar anders kom je morgenmiddag na school bij me langs? We kunnen wel een beetje musiceren," hij knipoogt. "Kijken hoe mooi jij kan zingen."
"Alsjeblieft niet, zeg," roept ze verschrikt.
"Dan niet," zegt Lucas en haalt zijn schouders op.
"Nee, wacht, ik kom wel," zegt ze vlug.
"Leuk. Ik moet er hier af, dus dan zie ik je morgen wel!" Hij steekt zijn hand op en slaat af.
Veerle realiseert zich dat dit de eerste keer sinds jaren is dat ze met iemand mee naar huis is geweest. Ze kan Lucas de rest van de dag niet meer uit haar hoofd krijgen.

Met Lucas is het net zo. Normaal gesproken valt hij niet voor verlegen meisjes, maar die Veerle heeft iets bijzonders. Al die schreeuwerige meisjes in korte rokjes of strakke spijkerbroeken hebben voor hem geen betekenis meer, na de nodige vriendinnetjes. Hij had besloten een tijdje single te blijven, daar was hij aan toe. Dat was nu een maand of drie al zo, en 'being a bachelor-boy' beviel hem prima totdat die muizige Veerle voor de klas stond.
Ze is een klein en muizig meisje, maar toch best mooi. Ze is niet spontaan, bang en heel erg verlegen, maar dat is te begrijpen met haar verleden. Ze hebben het haar ook niet makkelijk gemaakt. Een meisje dat te spontaan is en zowel qua kleding en gedrag letterlijk en figuurlijk laat zien wat ze in huis heeft, vindt hij niet meer interessant. Veerle heeft iets geheimzinnigs. Juist dat gene wat ze niet laat zien maakt dat je haar beter wilt leren kennen.
Is hij nou verliefd aan het worden op haar? Hij vraagt het zichzelf toch wel af. Het voelt nog niet echt zo, hij is gewoon nieuwsgierig. Toch kan hij alleen maar aan haar denken. Hij zou voorlopig single blijven! Hij had het van de daken geschreeuwd! Waar begint hij nou weer aan... Vrouwen...

Als Veerle de volgende dag op school komt, valt ze weer terug in haar oude gewoontes. Ze komt de klas in zonder iemand aan te kijken en wil aan een lege tafel gaan zitten.
Valerie tikt verbaasd tegen haar schouder. "Kom je niet naast mij zitten?"
"Oh, eh, ja, natuurlijk! Ik was het al weer vergeten..." stamelt ze.
"Een mooie ben jij," lacht Valerie.
"Sorry..." zegt ze zacht.
"Joh, ik maak maar een grapje, hoor."
"Oh."
Valerie blijkt te houden van heavy metal, en sommige hardrock. Maar wel meer van deze tijd, dat vindt Veerle jammer.
"Ik kan je wel eens wat laten horen," zegt Valerie.
"Nou, nee, dank je, hoeft niet, hoor."
"Tuurlijk wel, je kunt het toch proberen! Misschien vind je het wel leuk," dringt Valerie aan.
"Nou, oké dan," geeft Veerle toe. "Maar niet vanmiddag. Lucas vroeg me gisteren of ik bij hem langs wilde komen."
Valerie kijkt haar met grote ogen aan. "Echt waar?" Pretvonkjes verschijnen in haar ogen.
"Oh, ja hoor. Die Lucas met zijn 'bachelor-boy'-plan. Ik vond het al knap dat hij het een maand of drie vol hield." Ze keek met een schuin lachje naar Lucas.
"'Bachelor-boy'-plan?"
"Ja, dat is een lang verhaal. Je komt er nog wel achter."
Veerle begrijpt er weinig van. Ze durft niet verder te vragen, het is duidelijk dat Valerie het haar niet uit wil leggen.

Eindelijk is dan het laatste uur voorbij. Vrijwel direct als ze het lokaal uitlopen komt Lucas naast haar lopen.
"Zo," begint hij vrolijk, "Dat zit er weer op. Ik vind het wel tof dat ik mijn muzieksmaak eens met iemand kan delen..."
"Oh, ik bedenk me op eens dat mijn moeder het helemaal niet weet! Ik heb niks gezegd," zegt Veerle.
"Nou, dan komt ze daar vanzelf wel achter, toch?"
"Ik denk dat ik haar beter even kan bellen. Momentje."
Lucas grinnikt. Hij begint te zingen: "Even aan m'n moeder vragen..."
"Shh, niet zo hard, joh," zegt Veerle half lachend, "Er lopen mensen langs."
"Ja, nou en? Ik doe gek, en ik vind het niet erg om voor gek te lopen. Jíj hoeft je niet te schamen."
Veerle kijkt hem even aan en schudt met haar hoofd. Ze belt haar moeder op.

De telefoon gaat over.
"Met Marieke Kampen."
"Hey mam, met mij. Je hebt toch nummer melder?"
"Ja, hoezo?"
"Dan hoef je niet je hele naam te zeggen, hoor, als je ziet dat ik het ben."
"Ach, macht der gewoonte."
Veerle hoort Lucas grinniken.
"Hoe dan ook, ik was je vanmorgen vergeten te vertellen dat ik vanmiddag met een jongen van school meega."
Het was even stil aan de andere kant van de lijn. "Dat is geweldig. Ik bedoel, je bent nog nooit met iemand mee geweest! Hoe heet hij? En waar woont hij? Is hij gewoon een vriend, of eh...?"
"Hij woont een paar straten verder dan wij. Hij heet Lucas. En op al je andere vragen zal ik antwoord geven als ik thuis kom, oké?"
Nog meer gegrinnik van achteren.
"Tuurlijk. Maar, je bent vanmorgen met de bus gegaan vanwege de regen. Je hebt geen fiets bij je! Hoe ga je dat dan doen?"
"Oh, shit. Ehm, nou ja, ik verzin wel iets. Hoe dan ook, ik ben nog voor het eten thuis. Tot dan!"
"Tot dan, veel plezier!"
Ze hangt op.
"Eh, Lucas," zegt ze voorzichtig, "Ik ben wel even iets vergeten."
"Wat?"
"Omdat het regende vanmorgen, ben ik met de bus gekomen. Ik heb dus geen fiets."
"O, muts!" riep hij uit. "Tja, dan moet je maar bij mij voorop!"
"Voorop?"

Lucas pakt haar bij haar arm en trekt haar mee naar de fietsenkelder. Hij neemt haar tas aan, en bindt die op zijn bagagedrager. Hij stapt op en zegt:
"Kom maar op het stuur!"
Veerle vind het eigenlijk doodeng, maar ze zegt het niet. Ze vind het sowieso eng om op een stuur te zitten, en ze vind het nog enger om bij een jongen voor op een stuur te zitten. Maar ze vind het ook wel leuk. Voorzichtig gaat ze zitten.
"Okay, here we go," zegt Lucas.

Ze voelt zijn adem in haar nek als ze langs de straten fietsen. Ze komen af en toe wel wat bekende mensen van school tegen, die verbaasd naar Veerle staren.
"Niet op letten, gewoon voor je kijken," zegt Lucas zacht bij haar oor.
Ze knikt schokkerig. Ze houdt haar hele lichaam stijf. Ze gilt iedere keer als Lucas een zwieper maakt.
"Kijk nou uit! Aaah!"
"Ho, paaltje," zegt hij dan vrolijk. "Oeps, bijna stoeprand!"
"In je hoofd, ja! Kijk uit, bussluis! Naar links! Nee, andere links!"
"Zeg, ik weet niet of je wel eens met iemand voor op je stuur hebt gefietst..."
"Ik heb het je ook niet gevraagd. Hou recht!" Ze was niet echt boos.
"Ik deed het omdat iemand er niet aan gedacht heeft vandaag haar fiets mee te nemen."

Het vreemde is, denkt Lucas bij zichzelf, dat hoe verder we van school verwijderd raken, hoe minder ingetogen en verlegen ze wordt. En hoe leuker ze wordt.

"Oké, je mag er af," zegt Lucas lachend als ze bij zijn huis aangekomen zijn.
Veerle springt in een sierlijke beweging van zijn stuur af. Ze zucht diep.
"Dat was dus eens en nooit weer, vriend." Ze kijkt hem hoofdschuddend aan. Hij kijkt terug met een verdrietig pruillipje. Ze schiet in de lach.
Ze kijkt eens rond. Het huis heeft een grote voortuin, en daarnaast een lange oprit met een vrij grote auto ervoor.
"Groot gezin?" vraagt ze terwijl ze naar de auto wijst.
Lucas haalt zijn schouders op. "Valt wel mee. Klein zusje en baby-broertje. En twee ouders, natuurlijk."
"Dat dacht ik al."
"Wil je wat drinken?"
"Ja, graag."
Hij loopt naar de deur en steekt de sleutel in het slot. "Mijn ouders zijn er niet, dus we zijn alleen," zegt hij.
Veerle betrapt zichzelf er op dat ze haar handen even tot vuisten balt en heel zacht 'yes' fluistert zodra hij zich heeft omgedraaid. Ze loopt achter hem aan.
"Ik neem iets van spa, of zo, denk ik. Je moet om drie uur nog niet aan bier beginnen," hij knipoogt, "Wil jij ook iets fris? Cola?"
"Nee, dank je. Ik lust geen cola."
"Nee, ik eigenlijk ook niet. Te zoet. Spaatje dan maar?" Behendig gooit hij de fles de lucht in en vangt hem weer op. Het schuimt binnenin als een gek.
"Nou, ik weet niet of dat nu nog wel zo verstandig is..."
Voorzichtig draait hij de dop er af en het spuit er uiteraard uit, over zijn blouse heen en op de grond.
"Ho, shit! Nou ja, het is maar water..."
Veerle lacht. "Ja, ik zou het toch maar even opdweilen." Ze pakt een doekje van het aanrecht en maakt de vloer schoon. Terwijl hij de schuimende spa in glazen giet neemt ze ook nog even de de glazen en de fles af.
"Moet je mij ook nog even afnemen, poetsvrouw?"
"Misschien wel, ja." Speels wrijft ze met het doekje over zijn blouse en gezicht, niet dat het er droger van wordt.
"Ja ja, zo kan ie wel weer!" roept Lucas.
Lachend gooit ze het doekje in de wasbak.
"Kom, muts, we gaan buiten zitten."
Ze nemen plaats op het bankje in de tuin.
"Weet je, je bent echt een hartstikke leuk meisje," zegt Lucas opeens. Veerle draait met een schok haar hoofd om.
"Ik heb je vroeger wel eens door de gangen zien lopen," gaat hij verder, "maar dan liep je altijd naar de grond te staren. En gisteren en vandaag in de klas hield je je ook erg stil. En ik neem je mee naar mijn huis, en dan zie ik je lachen. En dan zie ik je gek doen en je schaamt je er niet meer voor. Waarom ben je niet altijd zo?"
Veerle is even stil. Ze kijkt voor zich uit.
"Op school durf ik niet. En ik wist niet eens zeker of ik het hier wel zou durven. Maar blijkbaar wel. Ik voel me op mijn gemak omdat ik weet dat jij me niet zult uitlachen." Ze glimlacht een hele warme glimlach naar hem. Lucas voelt vlinders.
"Wat durf je op school niet?"
"Gek doen. Lachen. Me laten horen. Mezelf zijn, dus eigenlijk." Ze zwijgen even. "Zeg, waar zijn jouw instrumenten eigenlijk?" vraagt ze om op een ander onderwerp over te springen.
"Jaaaaa...." zegt Lucas. "Mijn ouders hebben liever niet dat ik binnen herrie maak, dus die staan in de garage. Daar heb ik mooi ruimte voor de piano en het drumstel en mijn gitaren. Ga je mee?"
"Ja. Ik wist niet eens dat je ook kon drummen."
"Een beetje."
Ze lopen de garage binnen. Veerle gelooft haar ogen niet...

In de garage hangen overal posters van artiesten van lang geleden, en bovendien staat er een doos met grammofoonplaten en een grammofoonspeler.
Lucas gaat achter de piano zitten. Het is een kleine houten piano, zonder vleugel. Het geluid is toch mooi. Lucas speelt een klassiek deuntje. Veerle komt er naast staan en luistert. Ze kijkt toe hoe zijn lange vingers over de toetsen vliegen. Hij speelt heel mooi, en zonder bladmuziek.
"Hé, ik ken dat deuntje,"zegt ze opeens "Wat is het?"
"Het heet Opus 10, geloof ik," antwoordt Lucas zonder te stoppen met spelen. "Het is van Chopin."
"Nee, daar ken ik het niet van. Het is een heel oud deuntje, dat mijn vader af en toe draait. Een zangeres zingt het met een hele lage stem." Een diepe denkrimpel verschijnt op haar voorhoofd.
Lucas denkt ook even na. Dan herinnert hij het zich, Jo Stafford heeft het ooit gezongen. Maar hij zegt het toch nog even niet.
"Hmmm... wil je het eens zingen, als je de tekst kent?" vraagt hij haar.
"Ja, ik denk dat ik het nog wel weet. 'No other love', heet het. Ik kan niet zo laag zingen als zij, hoor. Ehm, ja! Nu herinner ik me de tekst weer."
Ze voelt weer haar buik pijn doen van de zenuwen. Dit is voor het eerst dat iemand haar hoort zingen, behalve haar moeder dan. Voorzichtig zet ze in.

"No other love, can warm my heart."

Snel springt Lucas in met de begeleiding.

"Now that I've known the comfort of your arms.
No other love.
Oh the sweet contentment that I find with you
Every time, every time.

Eh, en de rest weet ik niet meer..." zegt ze zacht.
"Geeft niet, neurie maar verder, de mooie uithaal moet nog komen," spoort Lucas haar aan.
Veerle neuriet verder en gaat zo gemakkelijk als ze het kan omhoog.
Lucas stopt met piano spelen en kijkt haar aan. Verbaasd stopt zij ook met zingen.
"Is er iets?" vraagt ze.
"Mens, waar haal je de lucht vandaan? Weet je zeker dat je alleen nog maar thuis gezongen hebt?"
"Ja."
"Doodzonde. De zangeres heette trouwens Jo Stafford, dat wist ik al wel, maar ik wilde je het even horen zingen."
"Oh, dat is gemeen. Ik vond het doodeng!" Ze gaf hem lachend een duw.
"Ja, je bibberde af en toe inderdaad een beetje. Maar je hebt een fantastische stem, echt waar! Je hebt zoveel bereik! Als je een beetje zou oefenen, dan kan het nog veel beter worden! Je zou eens op een podium kunnen zingen, ik weet een café..." Lucas ratelt maar door, hij is er opgewonden van.
"Hohoho, ik voel me zeer vereerd, maar je moet niet te hard van stapel lopen. Ik denk niet dat ik al gelijk op een podium wil. Ik zing liever gewoon af en toe eens, voor de lol," zegt Veerle.
Lucas kijkt haar teleurgesteld aan.
"Bij jou, natuurlijk," zegt ze dan om hem op te vrolijken. Hij glimlacht.
"Oké. Toch jammer."
Hij staat op en pakt zijn akoestische gitaar. "Ken je Jaap Fischer?" vraagt hij.
"Vaag. Die vent zingt zo verveeld. Zijn liedjes zijn soms wel grappig."
"Klopt, jouw bereik heeft hij niet. Dit vond ik ook qua gitaarspel wel sterk. Het heet 'Blaren'. Ik zal het even voor je spelen."
Veerle gaat tegen over hem zitten en luistert. Hij slaat zijn gitaar een paar keer krachtig aan als intro, en begint te zingen.

"Ik hoorde, dat ze in de stad was,
en liep, om haar te ontmoeten,
de blaren aan mijn voeten
Omdat ik zo vervloekt veel van haar houd.

Ik stemde mijn gitaar op haar
en speelde 's nachts terwijl ik brandde
de blaren aan mijn handen.
Omdat ik zo vervloekt veel van haar houd.

Ik luisterde hoewel ze sprak,
over dingen die ik liever niet wou horen
de blaren aan mijn oren
omdat ik zo vervloekt veel van haar houd.

Hij stopt even. "Nu komt er nog zo'n stukje, maar dat weet ik niet meer. Dus dan skippen we naar het eind:"
Veerle moet lachen.

"Ik hoorde dat ze weer weg is,
en voelde, zonder het te willen,
De blaren,
omdat ik zo vervloekt veel van haar houd.

"Wauw. Mooi. Je speelt mooi gitaar," zegt Veerle.
"Dank je," antwoordt Lucas. "Zin om nog wat te zingen?"
Ze knikt. Niets liever!
"Ken je Dusty Springfield?" vraagt ze hem. Hij knikt heftig.
Ze spelen de rest van de middag door, en Veerle zegt bij het weggaan dat ze na het eten nog even terug komt. Mét fiets, dit keer, natuurlijk.

Zo, dat werd een lang stukje...

Veerle verandert langzamerhand in een iets minder verlegen meisje. Omdat Lucas en zijn 'crew', zoals hij dat noemt, haar erbij genomen hebben, wordt ze ook niet gepest door de vrienden van haar pestkoppen uit de vorige klas. Die negeren haar gewoon, en zij hen ook. Heel af en toe krijgt ze nog wel eens een opmerking van Mark of Loes als ze alleen door de gang loopt, maar het doet haar niets meer.
Bijna iedere middag gaat ze met Lucas of met Valerie mee naar huis. Bij Lucas zingt ze voornamelijk, of ze luisteren samen muziek of kijken cabaret of ze kletsen gewoon. Alles gaat daar heel gemakkelijk, merkt Veerle aan zichzelf. Ze schaamt zich niet meer, zoals ze zich vroeger wel heel veel schaamde.
Met Valerie doet ze typische 'meiden'-dingen, die ze vroeger eigenlijk nooit gedaan heeft, omdat ze toen geen vriendin had. Zo lopen ze op een vrijdagmiddag door het overdekte winkelcentrum. De volgende dag is er een feestje in Lucas zijn stamcafé, die ook 'Het Stamcafé' heet. Natuurlijk zijn de dames uitgenodigd, en dat betekent volgens Valerie: nieuwe outfit kopen!
"Wat wil je dan kopen," vraagt Veerle, "een jurk, of zo?"
"Nee, joh! Veel te chique! Het is een café, daar draag je geen jurk," verklaart Valerie.
"Oké, wat wil je dan?"
"Een leuk tuniekje, of een broekpak. Alhoewel, een broekpak is wel wat ouwelijk. Een kort rokje kan eventueel ook wel... Zullen we even in dat winkeltje kijken?"
Even later staat Veerle in de spiegel te kijken met een kort rokje aan.
"Ik weet niet, misschien wel een beetje heel erg kort?"
"Een beetje heel erg kort, hee... paradox. Maar je hebt wel gelijk. Probeer deze anders eens. Dat is die geribbelde stof, dat is wel leuk. Of deze, spijkerstof."
"Paradox?" Valerie maakt er soms een sport van om moeilijke woorden te gebruiken. En dat antwoordt ze altijd:
"Zoek maar op in het woordenboek, wordt je wijzer van. Hier, probeer deze eens?"
Zuchtend pakt Veerle het geribbelde rokje aan en stapt weer in het kleedhokje.
"Trouwens, Veerle, hoe zit het nou met jou en Lucas?" vraagt Valerie opeens.
"Hoe zit wat?"
"Nou, jullie gaan wel heel vaak met elkaar mee naar huis. Je gaat me niet vertellen dat jullie niets hebben."
Veerle glimlacht. Typerend voor Valerie. Maar helaas voor haar, ze hebben echt niets.
"Goed, dan vertel ik je dat niet." Ze doet het gordijntje weer open. "Hoe vind je deze? Ik vind het eerlijk gezegd een beetje een poepkleur."
"Hmm. Ja, dat is waar. Ik denk dat dat van spijkerstof nog het beste was. Probeer maar."
Ze doet het gordijntje weer dicht.
"Hebben jullie echt niets," probeert Valerie nog maar eens.
"Nee, echt niet. Ik bedoel, nog niet, in ieder geval," antwoordt Veerle. "Maar geloof me, als er een vonk over springt ben jij de eerste die het hoort, hoor."
"Daar houd ik je aan."

Terug | Auteur: Artemiss