Het dagboek - Deel II

Mijn blondbruine haar glijdt over mijn schouder. Ik veeg de lok weer achter mijn oor. Mijn bruine ogen flitsen over de regels. Ik glimlach echter niet. Met gespannen schouders en mijn tanden op mijn onderlip lees ik verder. Plots wordt er een hand op mijn schouder gelegd. Met een gil klap ik het boek dicht. "Boe." klinkt het droog in mijn oor. Ik kijk om, ookal weet ik nu al wie het is. "Steffie! Je laat me schrikken." mompel ik. Er klink een afwijzende brom. "Noem me niet zo, je weet dat ik dat niet leuk vind." klaagt Steven. Hij is mijn beste maatje. Het lijkt alsof ik hem al jaren ken, maar dat is niet zo. Vorige maand kwamen we toevallig samen in dezelfde klas terecht en sindsdien zijn we zowat onafscheidelijk geworden. Wie ik ben? Kaatje. Bijna vijftien - over een week - en strontziek. Met mijn trekzin - volgens mij heb ik die van mijn moeder gerfd - ben ik door de regen gaan wandelen en daar draag ik nu de gevolgen van. Wanneer ik precies verjaar? 7 Oktober. We zijn nu al de eerste. Het is vrijdag vandaag. School is blijkbaar net uit, aangezien Steven hier is. Hij is niet ziek en moet dus gewoon naar school toe. Mijn moeder is voor een weekje weg. Het is de eerste keer dat ze me zo lang alleen thuis laat. Ik moet meteen bellen als er iets ook maar een beetje verkeerd lijk te gaan. Hoe ik die week overleef? De koelkast staat vol microgolfmaaltijden. Ook wel 'Kant en Klare' maaltijden genoemd.

Hoofdstuk 1: De ontdekking

Mijn ogen zijn op Steven gericht. Hij wacht duidelijk op een reactie ofzo. "Hoe kom je binnen?" vraag ik maar. Hij steekt zijn tong naar me uit. "Achterdeur was los. Wat lees je?" vraagt hij dan. Ik haal mijn schouders op. "Niks. Heb je vandaag veel gedaan?" Gelukkig leidt die vraag hem af van het boek dat ik subtiel wegsteek in mijn bureaulade. "Neen." antwoord hij. "Enkel Wiskunde moet je nog overschrijven. Bij de rest schreef ik dubbel." "Dankje!" zeg ik meteen oprecht. Ik zwier mijn armen rond zijn hals en druk een kus op zijn wang. Puur vriendschappelijk, voor zover hij weet. Steven is zowat de knapste jongen die ik ken. Ken je David van Witerheits? Natuurlijk, wie kent hem niet? Stel je hem voor, zo'n 20 jaar geleden, toen hij 15 was dus. Zo ziet Steven er ongeveer uit, maar dan met een skater stijl. Maar hij heeft oh zo een mooi gezicht. Ik ben er nu echter pas achter hoe dat misschien zou kunnen komen.
"Ik ga weer." haalt Steven me uit mijn gedachten. Ik knik en loop met hem mee naar beneden. Steven moet op tijd thuis zijn, want hij heeft drumles. Van al dat drummen heeft hij ondertussen al behoorlijk veel spieren gekweekt. En het maakt hem er zeker niet lelijker op. Als hij buiten stapt open ik mijn mond pas weer. "Hoe heet je vader?" vraag ik. Steven kijkt verbaasd om. "Mathias. Hoezo?" Ik schud mijn hoofd. "Neen, zomaar." zeg ik zacht. Kalm sluit ik de deur achter hem, nadat ik hem uitzwaaide natuurlijk. Mijn hart bonkt in mijn keel. Waarom heeft mam het me nooit verteld? Waarom heeft ze zo angstvallig gezwegen over pap? Waarom moest ik erachter komen door haar dagboek te lezen?
Ja, dat heb je juist. Ik blijk niemand minder dan Kahlan te zijn. Verbaasd? Ik ook. Naar mijn weten heb ik altijd Kaat geheten, omgevormd tot Kaatje, voor de vrienden. Tot vandaag. Sinds ik mijn moeders dagboek begon te lezen deze ochtend zijn er al duizenden vragen door me heen geschoten. Sommige nog steeds onbeantwoord. Bovenal vraag ik me nu af waarom mam nooit heeft verteld wie mijn vader is en waarom - als toch alles weer goed zou komen - ik hem nooit heb gekend, of me hem alleszins toch niet meer kan herinneren. Steven blijkt nu ook nog eens 'Ome Mathis' zoon te zijn.
Ik kan het eigenlijk nog niet geloven. Ik ben de dochter van de drummer van Witerheits! Als driejarige peuter noemde ik hen ome Mathi, oom Davvie, Peetje en Papa. k. Misschien wel een van hun grootste fans. En waarom heeft Steven nooit vertelt dat zijn vader de zanger is van die band waar ik altijd de oren van zijn kop over zaag? Waarom is het allemaal zo ingewikkeld? Ik loop naar de telefoon en toets het nummer in dat ik ondertussen van buiten ken. Het is een actie vanuit een impuls, maar nu ik eenmaal het nummer heb ingedrukt zal ik niet meer van gedacht veranderen. Zo ben ik nu eenmaal. Twee keer gaat de toon over. "Met Manu." klinkt het dan vriendelijk. "Goedenamiddag, mevrouw. Met Kaatje. Bestaat er een kans dat uw man thuis is?" zeg ik beleefd. Het blijft even stil. "Jawel." klinkt het dan. "Ogenblikje."
Ik wacht gespannen af, met mezelf worstelend om de telefoon niet af te leggen. "Schat? Telefoon!" hoor ik gedempt roepen. Even is het stil. Dan klinkt er een klik, waarna een mannenstem begint te spreken. Het duurt even voor ik besef wat hij zegt. "Met Mathias." ik voel de zenuwen door mijn lijf gieren. "Hallo." zeg ik zacht. "Met Kaatje." "Oh Kaatje!" klinkt het meteen al veel opgewekter. "Steven is hier nog niet hoor." "Neen, dat weet ik, maar ik bel niet voor hem." Het is even stil. "Oh.." klinkt het verbaasd. "Waarvoor dan?" Ik slik. Nu komt het. Nu moet ik het zeggen. "Mijn moeder is een week weg en ik.. Nouja.. Weet u.." Ik voel hoe de tranen in mijn ogen springen. Waarom ga ik nu huilen? Er is toch helemaal niks om over te huilen. Ik schrap die gedachte meteen. Ik ben er net achter dat ik met mijn - soort van - oom aan het bellen ben. "Kan u even hierheen komen?" vraag ik half huilend. "Maar natuurlijk!" klinkt het geschrokken. "Ik ben zo daar!"
Mathias legt af en ik vervloek mezelf. Moest ik ook cht beginnen huilen aan de telefoon. Ik veeg mijn ogen droog en haal het dagboek weer uit mijn bureaulade. Vijf minuten later gaat de bel. Ik slenter naar beneden, met het dagboek in mijn hand. Ik open de deur, waarop ik oog in oog sta met d Mathias Hohgstein. Als de situatie niet zo ernstig was zou ik hem spontaan om een handtekening vragen. Ik slik. We hebben elkaar nog nooit in het echt gezien - voor zover k me kan herinneren - en toch herken ik hem meteen. Hij mij precies ook. "Vreemd." mompelt hij bedenkelijk. "Ik zou kunnen zweren.." Hij zwijgt bedachtzaam. Ik vul echter zijn zin aan. "Dat u me al eerder gezien heeft? Ik weet het. Dat heeft u namelijk ook." Ik laat hem binnen en sluit de deur achter hem. "Zo'n twaalf jaar geleden ongeveer." Mathias staart me aan.
Nu is dus cht het moment gekomen. Zonder pardon duw ik het dagboek in zijn handen. "Lees wat van de eerste bladzijden." fluister ik. Waarom raak ik net nu weer het geluid van mijn stem kwijt? Ik snuf en er volgt een hoestbui. Mathias kijkt me even bezorgd aan, maar slaat dan toch aan het lezen. Hij bladert wat door het boekje en leest enkele stukjes. Na twee stopt hij echter al, waarna hij me aankijkt. "Vanwaar heb je dit?" vraagt hij zacht. "Dat is mijn moeders dagboek." fluister ik. "Dus je wil zeggen.." Ik knik. Stilte. "Kahlan?" Ik knik weer. Doodse stilte. Plots een arm die om me heen wordt gelegd en die me tegen Mathias aantrekt. Ik huil alweer. "Oh God." mompelt Mathias. Hij huilt niet. Hij wrijft stomverbaasd over mijn rug en stamelt wat, maar huilt niet. Hij is dan ook maar mijn - soort van - oom. Ik vraag me af hoe Rik zal reageren. "Dus Ellen is in de buurt gebleven? Daarom vonden we haar niet." kan ik op een gegeven moment opmaken uit het gemompel.
"Weet.. Weet u waar.. Mijn vader is?" stamel ik. Mathias houdt me een eindje van zich af. "Alsjeblieft, geen u. En ja, ik weet waar je vader is." zegt hij dan. "Kan.. Mag.. Kan u me naar hem toebrengen?" Hij slikt even, maar schudt dan zijn hoofd. "Hij is niet thuis vandaag." Hoewel ik Mathias niet ken lijkt het alsof ik al zoveel over hem weet, gewoon door dat eerste deel van het dagboek dat ik las. Hij steekt het voorwerp van mijn gedachten omhoog. "Hoe kom je eraan?" vraagt hij. Ik haal mijn schouders op. "Het lag op mams bed. Ze is een weekje weg voor haar werk en volgens mij is ze het vergeten." Mathias zet zijn tanden even op zijn onderlip. "Dat zou me verbazen." zegt hij dan. "Ellen is er niet de persoon naar om haar dagboek zomaar te vergeten. Heb je het al helemaal uitgelezen?" Ik schud mijn hoofd. Mathias opent het dagboek en bladert er vluchtig doorheen.
Het is voor mij duidelijk dat hij het niet leest. Terwijl hij dat doet loop ik naar de woonkamer en ga in de zetel zitten. Hij volgt. Onbewust waarschijnlijk. Ook hij gaat zitten. Kalmpjes bekijk ik hem. Zijn haar ligt weer plat, zoals toen hij 16 of 17 was. De piercing in zijn wenkbrauw is allesinds verdwenen, tot mijn groot plezier. Piercings staan nu eenmaal niet bij een 37-jarige. Rockster of geen rockster. Althans, dat is mijn persoonlijke mening. Hoe ik de verschillen met vroeger kan weten? Als fan heb ik genoeg posters en DVD's van vroeger om mee te vergelijken. Ik had altijd al een grote voorkeur voor David. Nooit geweten waarom. Mathias haalt me uit mijn gedachten als hij plots weer begint te spreken. "Hier is het." zegt hij zacht. Ik richt mijn blik op hem en pak het dagboek aan. Het is opengeslagen op een van de laatst beschreven pagina's. Ik richt mijn ogen vragend op hem, maar hij reageert niet dus ik begin te lezen.

Hoofdstuk 2: De brief

Lieve Kahlan,

Ja, zo noem je. Ik hoop dat je daar al achter bent als je dit leest.. Ik wil bovenal zeggen dat het me spijt. Alles wat ik voor je heb verzwegen. Ik vertrouw op jou nieuwsgierigheid, op mijn kennis van jou en Mathias kennis van mij dat je op deze pagina terechtkomt voor je het hele dagboek leest. Ik hoop ook dat je dit allemaal hebt gelezen voor ik terug ben. Zoniet, dan was die uitstap naar Belgie een heuse verspilling van mijn tijd en geld. Hoewel.. Ik kan een paar dingen doen. Ik zal het je uitleggen aan de hand van vragen die ik denk dat je jezelf gaat stellen.

Waarom ik je mijn dagboek laat lezen? Al lange tijd twijfel ik. Je hebt recht op het verhaal. Het chte verhaal. Eigenlijk heeft jou vriendschap met Steven voor mij de doorslag gegeven. Ik wil dat je het van mij hoort - nuja, leest - voor je er zelf op een andere manier moet achterkomen. Dat zou waarschijnlijk niet het geval zijn geweest als je it naar Steven toe zou gaan, dat weet ik nu al. Daarom vraag ik je ook het dagboek te lezen en niet aan Mathias, David, John of je vader te vragen wat er is gebeurd.

Waarom precies nu? Al jarenlang wil ik het je vertellen, eigenlijk. Wie je echte vader is, wat er gebeurd is tussen hem en mij waardoor ik zijn naam in de voorbije twaalf jaar enkel luidop uitsprak als ik met jou over Witerheits bezig was. Ik ben altijd blij geweest te zien dat jij een grote interesse in hen stelde. Ook heb ik jou voorkeur voor David opgemerkt. De reden daarvoor zal je vinden in het dagboek. (Prikkelt die nieuwsgierigheid al weer?) Zowat alles wat jij van de leden van Witerheits vindt is terug te leiden naar vroeger. Herinneringen aan dingen die ze deden, die jij niet meer weet, maar die nog ergens in je achterhoofd zitten opgeslagen, zorgen ervoor dat jij bepaalde gevoelens koestert voor die vier bepaalde mensen.

Wat ik bedoel met jou nieuwsgierigheid, mijn kennis van jou en Mathias kennis van mij? Ik weet dat, wanneer je mijn kamer binnenloopt om je in de warmte van mijn bed te koesteren, je dit dagboek zal zien liggen. Mr in het oog springend kan ik het ook niet leggen. Als ik je goed genoeg ken zal je nieuwsgierigheid groot genoeg zijn om het te lezen. Aangezien ik weet wie Steven is - of beter gezegd, wie zijn vader is - kan ik me ook lichtelijk indenken dat je contact zal opnemen met Mathias. Mathias kennende zal die mj goed genoeg kennen om te weten dat ik mijn dagboek niet zomaar laat rondslingeren. Ik baseer dit eigenlijk allemaal op hoop en vertrouwen in mijn kennis van bepaalde personen. Als een van de hier bovenstaande dingen niet uitkomt, dan was dit stuk volledig zinloos. Als je het hele dagboek hebt uitgelezen voor je dit las, kan je eigenlijk nu al stoppen. Tenzij je je dood verveelt terwijl je een van die Kant en Klare maaltijden eet.

Waarom ik een week naar Belgie ben gegaan? Ik kreeg heimwee. Ik heb je al eens verteld dat ik in Belgie geboren ben. De eerste vijftien jaar van mijn leven heb ik daar doorgebracht. De rest heb je in dit dagboek gelezen. Voor ik echter wegliep betekenden al die plaatsen, gebouwen, parken en straten behoorlijk veel voor me. Ik ga het graf van mijn grootouders bezoeken, zo ook bepaalde plaatsen uit mijn herinneringen en misschien loop ik per toeval mijn vader tegen het lijf. Ik weet niet eens of hij nog leeft of niet. Hoe dan ook, ik laat je deze week in de hoop dat je het dagboek vind en met jezelf in het reine bent gekomen tegen dat ik terug ben. Noem me een bangerik, wat je wilt. Het is nu eenmaal zo en niet anders. Ik heb niet de moed om je bij je hand te pakken, met jou in de zetel te gaan zitten en het je oog in oog te vertellen. Ik ben altijd beter geweest in mijn gevoelens uiten op papier. Sommige gevoelens dan. Het verhaal dat ik je vertel in het dagboek is daarbij ook niet iets dat ik op een hele dag kan uitleggen. Aangezien ik wil dat je lles weet, heb ik besloten je mijn dagboek te geven. Dat heb ik namelijk geschreven in de overtuiging dat niemand het ooit zou lezen, dus ben ik er volledig eerlijk in geweest. Iets wat ik niet zou zijn als ik het je zo vertelde. Zelfverdediging is nu eenmaal een natuurlijke reflex bij de mens.

Het spijt me echt dat ik je nooit eerder ook maar ets hierover heb verteld, maar het ging gewoon niet. De gedachte aan Rik alleen deed al tranen in mijn ogen springen. Ik voel ze nu ook weer komen opzetten. Ik hoor jou de trap al oprennen, je komt net thuis van je regenwandeling. Morgen ga je daar ziek van zijn, daar ben ik zeker van. Maargoed. Ik ga dit dagboek wegsteken. Je mag het pas zien als ik het huis uit ben. Weet vooral dat ik altijd van je heb gehouden. Ook van Rik. Wat ik ook mag beweren in het dagboek. Zoals ik al eerder constateerde praat ik het mezelf alleen maar aan. Al die haatgevoelens en die pijn.

Ellen

Hoofdstuk 3: David

Als ik klaar ben met lezen staar ik nog een tijdlang ongelovig naar de woorden. "Mam." piep ik. Er wordt een hand op mijn schouder gelegd. Ik kijk op in de twee bruine ogen van Mathias. Ik kan niet aan hem denken als Ome Mathi. Dat lijkt zo.. Verkeerd. "Het is moeilijk he?" vraagt hij, alsof hij precies weet wat ik voel. Ik knik. "Vind je het erg als David komt?" Ik schud mijn hoofd verdwaasd, als in een droom. "Oke. Hij is beter in dit soort dingen, zie je. Hij heeft zelf een dochter, Sandra. Veertien is ze nu. Geworden op 10 Juli." Wat hij zegt versta ik wel, maar doordringen doet het niet echt. Mathias babbelt nog even door, tot de bel gaat.
Nou, David moest ook dichtbij wonen dan. Terwijl Mathias opstaat om de deur te openen sluit ik langzaam het dagboek. Ik strijk met mijn vingers over de kaft. Ik kijk niet om. Horen doe ik ze wel. "Wat was er nu zo dringend?" klinkt een stem. Een stem die zo vertrouwd is. Een stem die ik ken van de duizenden interviews en fanvideos die ik al heb gezien. Een stem die ik zou moeten kennen van vroeger. Davids stem. Ik heb de rest van het gesprek zo goed als gemist door mijn gepieker. Plots trek ik het niet meer. Vanuit het niets spring ik recht, storm langs hen heen de trap op en rechtstreeks mijn kamer binnen, waar ik me met tranen in mijn ogen op mijn bed stort. Al die jaren leefde ik in de waan dat mijn vader ons had verlaten en dat mijn moeder geen flauw idee had waar hij was. Ook heb ik naar mijn weten nooit enige familie gehad. Die langs mijn moeders kant wonen in Belgie, zoveel weet ik wel.
Doch, nu, zomaar, vertelt een beetje inkt op een hoop papier mij dat ik twee ooms, een meter, een peter, een nichtje, een neef en een van de beroemdste vaders ter wereld heb. Ik weet niet hoe lang ik hier al lig te snotteren, maar ik voel plots hoe iemand me simpelweg oppakt en rechtopzet. Diezelfde persoon - veronderstel ik, aangezien ik met mijn handen voor mijn ogen zit - komt naast me op het bed zitten, legt zijn armen om me heen en trekt me tegen zich aan. Ik word met mijn hoofd tegen een hoop T-shirt aangetrokken. Zowat meteen lijk ik de geur te herkennen. 'Vertrouwd.' zegt de geur. De twee armen zijn veilig voor me. Niemand zal me pijn doen als die armen me omsluiten. Dat heeft hij beloofd.

**
Twee armen omsluiten me. Er klinkt geroep en getier op de achtergrond, maar het gaat steeds verder weg, tot ik haast niets meer hoor. Er lopen tranen over mijn wangen. Met mijn handen grijp ik me vast aan de witte T-shirt. Mijn enige zekerheid is dat de eigenaar van die T-shirt ervoor zal zorgen dat niemand me pijn zal doen. Dat heeft hij beloofd. Ik kan niet helemaal vatten wat er aan de hand is. Ik hef mijn hoofd op, met angstige oogjes. "Mammie en pappie lawaai." zeg ik, met mijn 3-jarige, hoog klinkende stemmetje. Een hand strijkt kalmerend door mijn haar. "Ja." klinkt het eerlijk. "Maar niet voor lang." Een dankbaar gevoel bekruipt me. Mijn deels angstige, deels dankbare blik richt ik op het gezicht van de persoon die me vast heeft. Ik kijk recht in twee bruine ogen.
**

Verward door deze plotse herinnering van zo lang geleden hef ik mijn hoofd wat op. Ik veeg de tranen weg van mijn wangen. Als ik opkijk, kijk ik recht in twee bruine ogen. Dezelfde ogen van in mijn herinneringen. "Oom David, ik ben bang." stamel ik, net zoals zoveel jaren terug. Ik zie hoe zijn ogen groter worden en de blik erin verbaasd. Hij slikt. "H-Herinner je je dat nog?" Ik knik. "Zonet." mompel ik. Voor ik verder kan praten legt hij een vinger op mijn lippen. "Laat maar. Dat is nu niet belangrijk." Ik slik. Hoe weet hij dat ik dat alleen wil zeggen om niet aan al de rest te denken? Ik zie hoe hij nog eens slikt. "Kaatje.." zegt hij dan zacht. Meteen weet ik dus waar mam die naam vandaan heeft. "Ja. Zo ben ik de voorbije twaalf jaar genoemd." Ik sluit mijn ogen, in de hoop dat dit maar een rare droom is. cht naar kan ik hem namelijk niet noemen. "Het is niet eerlijk. Ze snapt niet wat ze me aandoet. Ik vertrouwde haar!" gooi ik er plots uit.
David zegt niks. Hij trekt me gewoon weer tegen zich aan, alsof hij mijn diepste gevoelens doorziet en weet dat dat precies is wat ik nodig heb. Met mijn handen grijp ik de stof van zijn T-shirt. Ik duw mijn gezicht tegen hem aan en graaf mijn handen weer vast in de stof. Deze keer voel ik geen angst, alleen maar pure woede. Als de stof in mijn handen niet zou toebehoren aan Davids T-shirt, zou ik het aan flarden scheuren. "Pas op, mijn T-shirt krijgt geen adem meer." klinkt het. Precies het soort opmerkingen dat Steven ook zou maken. Nu weet ik dus ook vanwaar hj die heeft. En zijn look natuurlijk ook. Ik glimlach, door de woede en de tranen heen. "T-shirts ademen niet." mompel ik. David maakt een of ander geluidje dat ik herken als een ingehouden lach. "Verdomme, je hebt me door." zegt hij dan droog. Nu glimlach ik nog wat breder en lach zelf zacht.
Een voor een peutert hij mijn vingers los, waarna hij mijn handen in de zijne neemt. Hij streelt de rug van mijn rechterhand met zijn duim, terwijl zijn ogen op onze beider handen gericht zijn. Ik kijk er ook naar, zonder echt te weten waarom ik dat doe. Volgens mij heeft hij vroeger veel van me gehouden. Ik voel het aan de manier waarop hij me vasthoudt, zie het aan de blik in zijn ogen, weet het aan het gevoel dat kzelf kreeg op momenten dat ik hem in interviews enzo zag. Langzaam heft David zijn hoofd op en kijkt me aan. Ik staar nog steeds naar onze handen. "Je bent mooi geworden." zegt hij zacht, waarbij hij mijn linkerhand loslaat en een lok haar achter mijn oor strijkt. Het vermoeden komt bij me op dat hij meer van me heeft gehouden - en misschien nog steeds houdt - dan de anderen. Ik slik. Waarom klinkt dit voor mij eigenlijk half als een liefdesverklaring? Ik weet wel dat hij het goed bedoelt, maar toch. Ik kan me gewoon zo voorstellen dat Steven hier zit en dat tegen me zegt. Ik schrik van mijn eigen gedachte. Steven? Oke, hij is knap, toegegeven, maar Stven?
David stopt mijn gedachten door weer te praten. "Jouw moeder was mijn beste vriendin.." begint hij zacht. "..en jij was als een dochter voor me." Mijn vermoeden was dus juist. Het bleef even stil. "Ik heb nooit begrepen hoe Ellen me die twee belangrijke dingen zomaar kon afnemen." In zijn stem hoor ik de pijn doorklinken die hij de voorbije jaren gevoeld moet hebben. Daar zit ik dan. Tegenover mijn grootste idool, mijn handen door de zijne omsloten, met de weet dat ik hem ooit 'Oom David' noemde en dat hij meer van me houdt dan ik ooit in een tienerdroom dacht van hem te houden. Die tienerdroom veranderde natuurlijk toen Steven in mijn leven kwam, maar toch. Steven. Eigenlijk lijken hij en David ongelofelijk veel op elkaar. Alsof niet Mathias maar David Stevens vader is.
Ik zucht even. "Het is niet eerlijk." herhaal ik dan behoorlijk nuchter, waarna ik mijn handen lostrek en van mijn bed opsta. Het leven is niet eerlijk.. zegt David zacht. In dat ene kleine momentje heb ik mezelf weer bij elkaar geraapt en is er geen spoortje van mijn eerdere huilbui te bekennen. Mijn ietwat rode ogen uitgezonderd. Even blijft het stil achter me, dan hoor ik hoe David ook opstaat. "Dat heb je van je moeder." is alles wat hij zegt.

Hoofdstuk 4: Familieliefde

Samen met David loop ik de trap weer af en de woonkamer binnen, waar Mathias wat verdwaasd voor zich uit zit te staren. Hij kijkt op als we binnenkomen en glimlacht haast meteen opgelucht. Ik wandel sereen naar de andere zetel toe, ga zitten en neem het dagboek weer vast. Ik staar even naar de kaft, voor ik weer opkijk. Mathias en David zitten me beide zo goed als aan te stren. Ik trek een wenkbrauw op en zeg - weer helemaal mezelf zijnde: "Tsah, Oom David. Je bent al vijfendertig en je hebt een vriendin. One-night-stands zijn niet echt meer voor jou weggelegd." Mathias kan nog net een grijns onderdrukken en David wordt knalrood. "Ik heb nooit.." stamelt hij. Zijn blik verdonkert. "Gut, jij bent al even erg als je moeder!" komt er dan 'gerriteerd' uit. Ik lach even, waardoor Mathias ook in de lach schiet.
"Mathi. Volgens mij wil hij iets uitbeelden." zeg ik vrolijk, als Davids gezicht rood wordt. Het valt me op hoe ik David zonder moeite terug Oom David noem, maar dat ik Mathias gewoon Mathias of Mathi blijf noemen. Het verbaast me echter niet. Ik richt me weer tot David. "Hoeveel woorden? En? Is het een groente? Laat me even denken.. Een tomaat?" Mathias gaat helemaal vlak bij mijn woorden, terwijl Davids gezicht dreigender wordt. Ik zie echter de pretlichtjes in zijn ogen en maak me niet zoveel zorgen. Tot hij plots recht springt, op me af stormt en me begint te kietelen. Natuurlijk is dat net weer ht enige waar ik niet tegen kan, aanraking in mijn zij. Ik schiet dus ook opzij alsof ik door een hond ben gebeten, maar aan die kant zit zijn andere hand. Lachend probeer ik te ontsnappen. Als dat niet lukt hef ik mijn been op. "Kappen." zeg ik, met een gespeelde toon van moorddadige koelbloedigheid in mijn stem. Het is behoorlijk duidelijk waarom David zou luisteren, aangezien mijn voet op een gevoelig plekje gericht is en ik dat elk moment kan raken.
Voor David kan reageren doet Mathias dat echter. "Ach, dat voelt hij toch niet meer. Heeft hij al genoeg meegemaakt. Al die one-night-stands die hij later nog eens tegenkwam." zegt hij met een glimlachje en een plagerige blik op David. Die laatste laat me los, trekt een pruillipje en zet zielig een stapje naar achter. "Twee tegen n, dat is niet eerlijk." zegt hij droef. Ik sta op uit de zetel en wandel naar hem toe. "Ach gossie, kijk nou hoe droevig dattie is. Maar Oom Davviepavvie toch. Wil je een streeltje?" Voor hij iets kan zeggen geef ik hem een aai over zijn hoofd. Nuja, eerder over zijn gel. Twee bruine ogen kijken me stomverbaasd aan. Ik glimlach onschuldig. "Davviepavvie?" stamelt David. Ik voel een heuse lach aankomen, maar knik serieus. "Zo heeft nog nit iemand mij genoemd." komt er dan. Ik grijns. "Echt nog nit." Lacherig steek ik mijn tong naar hem uit. "Pech gehad." zeg ik vrolijk. "Nu dus wel." Ik sta hem met een ongelofelijk domme smile aan te kijken, moet ik toegeven, maar ach..
"Oh." zegt David verwonderd. "Jij drft!" Ik glimlach onschuldig en trek een lief gezichtje. "Ik ben toch lief he?" Met die woorden draai ik me om en vlucht naar de zetel waar Mathias inzit om me erachter te verschuilen. Mathias zelf, die nog steeds rustig in de zetel zit, kijkt zijn broer aan. Ik piep even achter de zetel uit en zie een soort van weemoedige uitdrukking op Davids gezicht. Heel even vraag ik me af precies hveel David om mijn moeder heeft gegeven, of nog steeds geeft.
Die gedachte verdwijnt echter al snel als ik plots rechtspring en luidkeels "Is John wl thuis?" vraag. Mathias knikt. "Ja, die wel." zegt hij, tegelijk met dat David vraagt: "Hoezo?" Ik kijk hem even aan. "Omdat Mathias zegt dat Rik niet thuis is, dan wil ik toch mijn peter zien. Als dat mag?" David knikt. "Natuurlijk!" zegt hij opgewekt. Ik krijg echter het gevoel dat hij een kwade blik op Mathias afvuurt, terwijl ik de deur uitloop. "Ik ga me even omkleden, ja?" roep ik. Er volgt een luid gehoest en ik kreun even van de pijn. "H, gaat het?" klinkt het uit twee monden tegelijkertijd. "Ja hoor. Gewoon wat verkouden!" Met die woorden begin ik de trap op te lopen. Op mijn kamer vis ik rap even een broek, T-shirt, pull en een setje ondergoed uit mijn kast. In no-time ben ik omgekleed. Ik glip op mijn sneakiest de trap af om hen eens goed te doen schrikken.
De Hohgfeld tweeling is echter niet van de slimsten, kom ik achter, want ze zijn behoorlijk luidruchtig aan het discussiren. "Hoezo ik me opwind? Mathias, je hebt tegen haar gelogen!" hoor ik David zeggen. Ik blijf onderaan de trap staan en kan het niet laten mee te luisteren. "David, wat moest ik anders zeggen? Als ik haar meeneem naar Rik komt ze daar binnen, staat ze meteen tegenover die Elena." klinkt het kwade antwoord. "Ja? En wat dan nog? Kahlan begrijp vast wel dat hij na twaalf jaar toch opnieuw verliefd is geworden! Ik bedoel, het zijn twlf jaren Mathias! Niemand heeft ooit van Rik verlangt dat hij zou blijven treuren om Ellen!" gromt David.
Ik bijt op mijn onderlip. Oom David neemt me behoorlijk serieus, merk ik nu, maar misschien ziet hij me toch iets t volwassen? Als ik mijn vader met een nieuwe vriendin zag die nog eens een naam heeft die op die van mijn moeder lijkt zou ik de deur uit zijn scharnieren halen en daar eens goed mee op zijn kop meppen. Oke. Dat kan ik niet. Maar ik zou het doen, moest ik dat kunnen!
Het is even stil voor Mathias stem weer opklinkt: "Neen, dat verwacht niemand van hem. Maar hij heeft het ook niet gedaan. Hij is gewoon van haar blijven houden en heeft aangepapt met een kopie van Ellen. Lang bruin haar, blauwgrijze ogen, zelfs haar naam lijkt er verdomme als twee druppels water op! Het is toch.." "Mathi, hou je kalm. Straks hoort ze het." Ik draai me om en sluip langzaam de trap op. Dus mijn vader heeft een vriendin die als twee druppels water op mijn moeder lijkt?
Bovenaan de trap gekomen - het verdere gesprek is me ontgaan - draai ik me om en storm overdreven luidruchtig weer de trap af. "Klaar!" roep ik overdreven luid. Mijn gedachten blijven echter rond het onderwerp 'Rik met een vriendin' hangen. Haast meteen komt David met een big smile de living uitlopen. "Op naar John!" zegt hij vrolijk. Ik knik met de meest oprechte glimlach die ik op dat moment kan opbrengen. Hij blijkt oprecht genoeg, want zonder iets te zeggen leidt David me naar buiten en naar zijn auto. Mathias loopt mee. Hij stapt echter niet mee in. "Ik moet naar huis. Het is etenstijd enzo. Jullie kunnen het wel zonder mij af he?" vraagt hij. Ik knik. Zonder dat ik zelf weet waarom sla ik mijn armen om hem heen en druk me even tegen hem aan. Ik weet dat hij verbaasd is, daar hij even niets doet, maar hij legt al snel zijn armen ook om mij heen en knuffelt me kort terug.
Ik laat hem los en stap in. Vooraan, naast David. Ik zwaai nog naar Mathias als we wegrijden, waarna ik mijn blik op de weg richt. Het blijft even stil, terwijl ik en David beiden in onze eigen gedachten gevangen zitten. Ik denk na over hun woorden. De beschrijving die Mathias had gegeven van die Elena heeft wel heel veel weg van mijn moeder, moet ik toegeven. Ergens ben ik benieuwd hoe ze er echt uit ziet. Hoe ze is. Waarom Rik precies hr heeft gekozen. Alleen om haar uiterlijk? Of zou hij ook vallen op h ze is? Het verbaast me dat ik hem Rik noem en ergens toch niet. Ik zie mezelf al helemaal niet aan hem denken als 'vader' of 'pap.'
"Hoe is ze, oom David?" vraag ik plots. David lijkt op te schrikken uit zijn gedachten en kijkt me even van opzij aan. "Wie?" vraagt hij verward, verbaasd. Ik kijk niet naar hem, terwijl ik me bedenk hoe hij zal reageren op mijn volgende woorden. Nuja, mijn volgende woord. "Elena." is alles wat er uit mijn mond komt. David opent zijn mond om iets te zeggen, maar blijft met die open mond zitten. "Eh.. Nou eh.." stamelt hij. Dan komt er een zacht uitgesproken woord uit, dat ik echter wel versta. "Shit." Niet meer en niet minder. Ik kan er niet aan doen, maar schiet spontaan in de lach. Daardoor kan David een grijns evenmin onderdrukken.

Hoofdstuk 5: John

Na zo'n twintig minuutjes rijden stopt de auto. Ik kijk naar het huis waarbij we gestopt zijn. Een vrij normaal huis, niet al te groot. Je zou helemaal niet verwachten dat hr John van Witerheits woont. Ik ben hier al zo vaak voorbij gefietst, zonder te weten dat daar mijn Peter woont. Ik stap uit. Terwijl we naar de voordeur toelopen mompelt David rap nog wat tegen me. "Niet verschieten, hij heeft een vriendin en een dochtertje." Ik knik snel. David belt aan. Ik ga achter hem staan. Z dat ik eerst even een blik op John kan werpen, voor hij mij ziet.
Het duurt even, maar dan wordt er opengedaan. "Yo Dave." zegt de man in de deuropening. Hij heeft halflang bruin haar en twee groene ogen die vrij fel lijken te staan. Echter, vanaf ik hem zie, weet ik dat ik hem ken. Ik onderdruk de neiging om me spontaan in zijn armen te werpen. "Wat brengt jou hier, joh?" vraagt John verbaasd. Ik blijf achter David staan. "Mijn auto." geeft die droog als antwoord. John grijnst. "Ja dat zie ik ook wel. Vertel eens, waarm ben je dan hier?" Ik grinnik om Davids droge antwoord en Johns reactie. "En sinds wanneer giechel jij zo meisjesachtig?" Nu houd ik het helemaal niet meer, dus ik kom achter David vandaan.
John richt zijn blik verbaasd op mij. Hij staart me even aan, voor hij weer naar David kijkt. "Ik dacht toch echt dat jij ten minste voor volwassene personen ging hoor. En was jij niet 'volledig trouw' aan Lisa? Je hebt een dochter hoor! Weet je nog? Sandra? Veertien jaar, bruine ogen, lieve lach?" David bromt gerriteerd. "Waarom denkt iedereen toch altijd het slechtste van mij?" Voor John of David daar nog iets aan kunnen toevoegen stort ik me plots naar voor. Een soort van instinct binnenin me zorgt ervoor dat ik mijn armen om Johns middel sla en me zowat tegen hem aan plet. "Peetje!" zeg ik daarbij.
Mijn actie verbaasde hem misschien, als ik die woorden zeg verstijft hij helemaal. Ik weet dat hij David nu vragend aankijkt en ik weet dat David enkel knikt en breed grijnst. Hoe ik dat weet, weet ik zelf niet. Blah, zoveel geweet. Allesinds, nog geen twee seconden later worden er twee armen om mij heen gelegd en ik voel hoe John me even tegen zich aantrekt. "Dus, Dave, waar heb je haar opgevist?" vraagt John. Hoewel hij nog steeds vrolijk en licht spottend klinkt, weet ik dat dit een serieuze vraag is. "Ach, eigenlijk vond zij ns. Ellen is een week op vakantie en ze liet haar dagboek achter voor onze lieve meid hier. Toen ze dat las heeft Kaatje meteen Mathi gebeld - Zij en Steven zijn beste vrienden - waarna die mj belde en toen besloot Kaat dat ze naar jou toe wou, dus nu staan we hier." legt David kort uit. Het is het soort van uitleg dat helemaal van David te verwachten valt.
"Het spijt me." zeg ik zachtjes. "Dat mam zomaar is weggegaan en mij mee heeft genomen." Vijftien jaar ben ik en ik zal jullie even verklappen dat ik tegen de zestig kilo weeg, net iets minder, maar John tilt me met gemak - of zo lijkt het toch - een eindje op, tot ik oog in oog met hem hang. "Daar kan jij niets aan doen dus braaf mondje houden daarover, ja?" zegt hij berispend, met een soort van kwade blik. Alleszins iets dat daarvoor moet doorgaan. Ik lach en knik, waarna ik weer wordt neergezet.
Even voel ik me het 3-jarige kind dat zij als laatste van mij zagen, maar vanaf John een stap opzij zet en ik cht een drie- of vierjarig kind zie verdwijnt die gedachte meteen. "Is dit mijn nichtje?" vraag ik opgewekt. John grinnikt. "Soort van." zegt hij, waarna hij aan een klaagpreek lijkt te beginnen. "Het is een echt kreng. Altijd maar wenen op momenten dat ik net even wil slapen.." Hier wordt hij echter - gelukkig - al onderbroken door een vrouwenstem die uit de kamer naast de hal komt. "Niet moeilijk, jij wilt elke moment net even slapen. Aan wie zit je nu weer van die slechte dingen over je dochter te vertellen?" Ik grijns breed. Als John dat ziet werpt hij me een 'kwade' blik toe.
Ach. David is hier, Margot, samen met mijn nichtje en hou die mond van je nou eens dicht als ik een gesprek wil voeren." roept hij terug.
Op dat moment komt de vrouw die eerder had gesproken de deur doorwandelen. Haar golvende blonde haar is samengebonden in een staart. Twee ogen met de kleur van zeewater waar de zon op schijnt kijken helder de wereld in. "Ja ik hou ook van jou hoor." zegt ze waarna ze meteen op David afloopt om hem te omhelzen. Mij loopt ze daarbij straal voorbij, ze lijkt me niet eens te zien. "Leuk je weer eens te zien! Wat brengt je hier?" "Zijn auto." zeg ik, voor iemand kan reageren. David schiet in de lach en Margot draait zich verbaasd om.
"Och gut! Ik had je helemaal niet gezien! Ik dacht al: 'Waar is die nicht van John ergens?' Ik ben Margot, Johns vriendin, aangenaam! Ik wist eigenlijk niet dat John een nicht had. Welke ben je precies?" babbelt ze aan een stuk door. Ik schud vriendelijk haar hand. "Kahlan. Riks dochter." stel ik mezelf voor. Margots mond blijft een stukje open staan en ze staat me wat dom aan te kijken. Mijn hand wordt nog steeds door de hare vastgehouden, maar ze lijkt niet van plan die ergens in de loop van de volgende paar minuten los te laten, dus laat ik haar hem maar vasthouden, als ze zich daar beter door voelt.
"H Marrie, vergeet je mond niet dicht te doen, het tocht hier." David loopt langs John naar binnen terwijl hij dat zegt en John sluit de voordeur. "Misschien moet je dan eens kleren gaan aandoen die passen." opper ik met een onschuldige blik Davids richting uit. "Oom Dave." voeg ik er nog plagend aan toe. Zacht lachend laat Margot mijn hand los, waarna ze naar de driejarige toeloopt en die oppakt. Ik volg haar met mijn ogen. Achter me hoor ik David gerriteerd brommen: "Helemaal haar moeder." Als vanuit een impuls zeg ik vrolijk: "Davvie kijk niet zo vies naar me en John haal die grijns van je gezicht." Daarbij loop ik naar Margot toe en kriebel even met mijn vinger langs de wang van het meisje.
"Wat je zegt." bromt nu ook John als antwoord op Davids woorden. Ik grijns ongemerkt naar Margot die al even onopvallend knipoogt. "En wie is dit kleine lieve wezentje?" vraag ik vrolijk. Het meisje, mijn nichtje, giechelt. "Ta-ma-ra." zegt ze, alsof de naam zo in stukjes hoort. "Ta-ma-ra he?" vraag ik, eveneens in stukjes. "Das een mooie naam!" Ze giechelt weer. "Neen! Tamara!" zegt ze dan. Deze keer komt het er vloeiend uit. "Oh! Tamara! Das ook een mooie naam hoor!" Ze lacht en steekt haar armpjes naar me uit. Ik kijk Margot even vragend aan voor ik Tamara van haar overneem. Margot verdwijnt meteen weer in de kamer naast de hal, wat de keuken blijkt te zijn. Blijkbaar is ze dus eten aan het maken.
John leidt mij en David naar de woonkamer, waar ik in een zetel neerplof met Tamara op schoot. Ik voer een vrij kinderlijk gesprekje met haar, terwijl David en John wat praten over niks eigenlijk. Terwijl ik met Tamara bezig ben hou ik hen beiden echter in de gaten. Ik bestudeer John om in me op te slaan hoe mijn peter eruit ziet en hoe hij zich gedraagt. Alle mensen die ik nu voor de eerste keer zie, lijken toch allemaal zo bekend voor mij. Ik besef dat mijn moeder gelijk heeft. Alles wat ik voor de leden van Witerheits voel, komt voort uit de herinneringen die in mijn onderbewuste verstopt zijn. Herinneringen van lang geleden, maar toch herinnert mijn gevoel ze nog. Zo krijg ik een spontane uitbarsting van een soort familiale liefde als ik John aankijk, terwijl ik overloop van dankbaarheid en een gevoel van veiligheid wanneer ik mijn blik op David richt. Als ik echter naar Mathias kijk voel ik een soort van liefde, gemengd met verdriet en een lichte afkeer. Ik vraag me af wat hij gedaan heeft vroeger.

Hoofdstuk 6: Rik

De stilte die nu al een tijdje in de woonkamer heerst wordt door mij verbroken. "Gaan we naar Rik?" vraag ik. David schrikt op en kijkt meteen naar me. Een paar bruine, een paar groene en een paar blauwgroene ogen staren me aan. David, John en Tamara dus. "Peet Rik geen bezoek wil." mompelt Tamara dan. Ik glimlach naar haar en strijk een lok haar achter haar oor. "Wel als ik het ben." zeg ik doodnormaal. Ik pak haar op, geef haar een knuffel en zet haar naast me neer. "Elena." is het enige wat David zegt, met een waarschuwende ondertoon in zijn stem. "Kan de pot op." vul ik hem zonder probleem aan. Ik loop naar John toe en omhels hem ook.
"Vanaf nu kom ik je veel vaker bezoeken, peetje." zeg ik. Hij lacht zacht. Ik voel hij ook zijn armen even om me heen legt. "Dat mag ik hopen. Anders kom ik je persoonlijk een keertje de kieteldood geven." Ik lach om die woorden. "Hou ik je aan." zeg ik vrolijk. Ik loop de woonkamer uit, zodat David en John ook mooi wat priv kunnen zeggen. In de keuken is Margot nog steeds bezig met koken. Nouja. Pannenkoeken bakken. Met stroop. "Ruikt lekker." zeg ik vrolijk. "Ik en David gaan weer eens." Ik ben verbaasd als ze me spontaan een knuffel geeft, maar laat het maar gebeuren.
Als ze me loslaat loopt ze meteen de woonkamer in. "Davvie!" hoor ik haar opgewekt zeggen. Ik besluit David eens te pesten en ga dus achter haar aan. "Davviepavvie!" roep ik uit, waarop ik mijn oompje omhels. Naja. Oompje. Een kop of twee groter, maargoed. Bijzaak. Ik weet dat John en Margot me verbaasd aankijken. Ik weet ook dat ik zo meteen gekieteld ga worden als ik niet snel maak dat ik weg ben. Ik laat hem dus bijna meteen weer los en vlucht naar de deur toe. "Kom je nog, slome?" roep ik achterom, waarna ik de deur uitstorm.
Bij de auto gekomen draai ik me om. Verbaasd zie ik hoe een kleine Tamara op me af komt gewaggeld. "Tammie knuffie!" roept ze uit en ze strekt haar armen naar me uit. Ik lach, pak haar op en zwier haar eens in het rond. Dan geef ik haar een knuffel. "Kaat terugkomt?" vraagt ze met een lach op haar gezichtje. Ik geef haar een aai over haar hoofdje. "Ja. Als mama en papa eens weggaan zal Kaat eens blijven slapen, goed?" Tamara knikt heftig en loopt meteen terug naar haar ouders om het heuglijke nieuws door het huis te roepen. Ze rent lachend langs een verbaasde David die net de deur uit komt. Hij kijkt nog even om en roept iets het huis in, waarna hij de deur sluit. Zwijgend loopt hij naar me toe. We stappen beide in de auto en hij rijdt weg. De tocht verloopt zwijgend. Het is maar vijf minuutjes, maar het voelt als uren.
Wanneer de auto stopt, stapt David nog niet uit. Ik kijk even opzij naar hem. "Kaatje. Je moet wat weten. Kijk.. Wij, Witerheits, hebben nu een pauze van zes maanden. Dit is de voorlaatste week. Sinds Rik Elena leerde kennen hebben we geen contact meer met hem. Hij beantwoord geen telefoontjes meer, geen smsjes. Als we langskomen doet zj de deur open en mogen we niet meer binnen. Als ik nu durf te bellen neemt zj op en legt meteen weer af, wanneer ze hoort wie het is." Ik kijk David aan. Hij kijkt terug. Dan draai ik me van hem af, open het portier en loop naar de deur toe.
Bij elke stap voel ik de zenuwen door mijn lichaam gieren. Ik bel aan. Het duurt even voor er wordt opengedaan. Een vrouw die zowat de tweelingzus van mijn moeder zou kunnen zijn doet open. Ze kijkt me verbaasd vragend aan. "Wat moet je?" vraagt ze, niet al te vriendelijk. "Is Rik thuis?" stamel ik. Ze knikt langzaam, maar haar ogen glijden naar een punt achter me. David, weet ik. "Ga toch weg." zegt ze bot. Ik zet mijn lichaam tussen de deur, wat haar verhindert om die dicht te doen. "Ga toch zelf weg." zeg ik koud. Alle beetje woede, gerriteerdheid en zelfs haat die ik in me kan vinden vuur ik met die woorden af. Ze kijkt me verbaasd aan. "Denk je dat ik het niet weet?" vraag ik ijskoud. "Mensen zoals jij zijn alleen maar uit op geld. Denk je dat ik dat niet weet?" Haar ogen fonkelen, de mijne staan zo koud als maar kan. "Hoe drf je me zo te beledigen in mijn huis?" vraagt ze woest.
Ik kap haar volgende woorden af voor ik er zelf erg in heb. "Het is ook mjn huis." zeg ik. Het zijn vijf woorden die vol haat worden uitgesproken. Vijf woorden die mijn mond verlaten voor ik dat kan voorkomen. Vijf woorden waarvan ik weet dat ze waar zijn. Vijf woorden waardoor er een geschokte uitdrukking op het gezicht van de vrouw, Elena, zie verschijnen. "Waar?" vraag ik, met diezelfde hatelijke stem en diezelfde koele blik.
Elena probeert kwaad terug te kijken. Het lukt haar niet. Ik zie paniek in haar ogen. Ze leeft hier duidelijk cht met hem samen enkel en alleen om het geld. Ik hoor en voel hoe David tot achter me stapt en Elena gewoon aan de kant duwt. Ik glip langs haar heen. Dat zij tween nog maar wat ruzin. Mijn vader is ergens in dit huis. Ik besluit als eerste de woonkamer te proberen. Ik weet meteen welke kant ik op moet, alsof ik hier al jaren woon. De woonkamer haal ik echter niet meteen, daar ik in de eetkamer afgeremd word door een herinnering.

**
Geroep. Getier. Ze schreeuwen elkaar dingen naar het hoofd. Mijn ouders. Neen. Het klopt niet. Mam schreeuwt pap dingen naar het hoofd. Pap staart haar zwijgend aan, met een schuldbewuste blik in zijn ogen, terwijl hij een stap achteruit zet. Hij ontkomt echter niet. Mams geroep blijft doorgaan. Mijn oren doen pijn. Ik klem me angstig vast aan mams been. Ik zie hoe paps blik van mam naar mij glijdt. Hij slikt. "Ellen.." probeert hij zacht mijn moeder te onderbreken. "Je dochter.." Mijn moeder laat hem niet uitspreken. "Het is ook jouw dochter, verdomme!" gilt ze uit. Ik zie hoe mijn vader smekend naar een persoon schuin achter me kijkt. Zijn lippen vormen een woord dat ik niet kan verstaan. Even later omsluiten twee handen de mijne. "Kom maar meisje." zegt een stem. Een vriendelijke, warme stem. "Kom maar. Ik zal je beschermen." Enkel door die belofte laat ik mams been los, waarna ik word meegenomen naar een andere kamer. Nog een andere kamer. Twee armen omsluiten me. Er klinkt nog steeds geroep en getier op de achtergrond, maar het gaat steeds verder weg, tot ik haast niets meer hoor. Er lopen tranen over mijn wangen.
**

Verward knipper ik met mijn ogen. Ik besef dat ik vanavond dat dagboek moet lezen, voor ik helemaal gek word van al die mysteries in mijn hoofd. Ik loop verder. De eetkamer door, de woonkamer in. En daar zit hij. Mijn vader. Hij kijkt verbaasd op. Zijn ogen worden groot en hij krimpt lichtjes ineen. Als ik niet beter weet, zou ik zeggen dat hij gek is geworden. Gek is echter niet het juiste woord. Ik zie verdriet in zijn ogen. Verdriet, spijt en angst. "Ellen?" komt er vaag over zijn lippen. Ik schud mijn hoofd en zie hoe Rik slikt. Ik kan niet zeggen of hij opgelucht is of juist niet. "Kahlan." zeg ik, mijn eigen naam zorgvuldig uitsprekend. Volgens mij krijgt mijn vader nu een hartstilstand.

Hoofdstuk 7: Gevloek, verdriet en tranen

Rik lijkt te verstenen. Niets beweegt nog aan hem. Dan knippert hij plots met zijn ogen, waarna hij die sluit en zijn hoofd even schudt als om te checken of hij wakker is. Ik loop ondertussen langzaam naar hem toe en ga naast hem in de zetel zitten. Medelijden borrelt in me op. Ik zie hem zo weer voor me, zoals in mijn herinneringen. Met een angstige, geschokte blik. Ik verzamel al mijn moed en leg twee armen om hem heen. Haast meteen heft hij zijn hoofd en kijkt me verbaasd aan. Dan omhelst hij me ook en trekt me tegen zich aan. Ik voel hoe een hevige liefde door me heen trekt. Hij is mijn vader. Dat weet het onderbewuste deel van mijn herinneringen en dat weet mijn hart.
Pijn schrijnt door me heen bij het besef dat mijn vader - stoere, sterke, drummende Rik - huilt. Als een klein kind kruip ik bij hem op schoot en ik rol me tegen hem aan. Zo koester ik me in het besef dat ik een vader heb. Familie. Ik sluit mijn ogen Onbewust leg ik mijn hoofd tegen Riks borstkas. Ik onderdruk een hoestbui en snuf even. Strontziek en met een gevoel alsof ik de hele wereld aankan lig ik daar. De hele wereld behalve n iemand. "Rik? Wat heeft dit te betekenen?" De schelle stem van Elena knalt door mijn, ns, prille geluk heen.
Ik open mijn ogen en ga rechtop zitten. Zo kom ik tussen Elenas blik en mijn vader in te zitten. Ik zie hoe hij vliegensvlug zijn vochtige ogen afveegt en me kort dankbaar aankijkt. "Wat heeft wt te betekenen?" vraagt hij dan kalm aan Elena. "Dit. Alles. Wie is dat kreng?" Ik slik en voel de woede omhoog komen. Via mijn buik, langs mijn keel komen de woorden uit mijn mond. Zo lijkt het toch. Ik spring van mijn vaders schoot af en been op Elena af. Meteen word ik half vergast door haar parfum. "Dat krng heeft er nu genoeg van om jou strontlelijke kop te zien. Dat krng heeft trouwens ook een naam. Kahlan. Hou je ktbakkes en ga schijten in de tuin van de achterburen. Ik ken jou soort wel. Jij wilt mijn vader alleen om zijn fucking geld. Zo'n straathoer als jij verdnt hem niet. Het kan me niet schelen met wat voor zoete woordjes je hier binnen bent geraakt, ik stuur je met plezier veel minder zoet naar buiten. Dat in naam van mijn moeder die duizend maal knapper is dan jij en die tenminste niet naar kattenpis stinkt!" smijt ik Elena recht in haar gezicht op steeds luidere en steeds kwadere toon.
Ik zie hoe ze tijdens mijn uitleg eerst lijkbleek wordt en daarna hoogrood aanloopt. De blik in haar ogen is moorddadig. Een hand gaat de lucht in, waarop haast meteen een stekende pijn door mijn gezicht gaat. Ik slik, maar hou me sterk. Ik weiger te huilen of een traan te laten ontsnappen in haar bijzijn. Er worden echter direct twee armen om me heen geslagen. "Gaat het?" fluistert een warme stem in mijn oor. Aan de toon hoor ik dat David grijnst. Ik knik. "Ik liet me even gaan, sorry." mompel ik zacht. Z dat Elena het niet kan verstaan. Rik is echter al op haar toegelopen. Ik hoor hoe David in de lach schiet en dat probeert te verbergen. Ik draai me om in Davids armen en laat hem me tegen zich aandrukken. Er volgt een hoestbui op mijn uitbarsting van eerder en ik voel hoe mijn keel pijn begint te doen. Roepen is dus niet goed voor me. Op de achtergrond klinkt er geroep en getier. Steeds stiller. Dan drie duidelijke woorden. "Mijn huis uit." Een stilte en een klap volgt. Ik krimp onbewust ineen, waarop David me kalmerend over mijn rug wrijft.
Rik komt teruggelopen. "Niemand slaat mijn dochter." hoor ik hem mompelen. David laat me los. Ik slaak een zucht. Een soort van kille leegte overvalt me. Alsof plots al het kwaad weer toegang heeft tot mij. "Sheiβe Davvie, het is koud." verzucht ik. Daarop volgt weer eens een hoestbui. "Ben je ziek?" vraagt mijn vader meteen bezorgd. Ik knik. "Niets bijzonders. Ik ging door de regen wandelen." David lacht. "Nou, dat bewijst meteen dat Rik hierzo je vader is. Is het niet, Riekjepiekje." zegt hij dan plagend.
Mijn vader wordt hoogrood en vuurt een kwade blik op David af. "Noem me niet zo." bromt hij. En dan: "Hoe komen jullie hier eigenlijk?" David gaat in een zetel zitten en ik kruip nu bij hem op schoot. Ik draai me op een bolletje. Mijn hoofd leunt tegen zijn borstkas en ik hoor zijn hart gelijkmatig kloppen, terwijl hij het hele verhaal aan Rik doet. Over het dagboek, hoe ik Mathias belde die dan weer David belde, hoe we langs John kwamen en uiteindelijk hier belanden. Bij het luisteren naar zijn gelijkmatige stem zakken mijn ogen weer toe en ik langzaam doezel weg.
Ik word wakker als er iemand zachtjes aan mijn schouders schudt. "Kaat?" vraagt een vriendelijke stem. Een stem die ik herken uit duizenden. Ik glimlach en open mijn ogen. "Steffie!" roep ik uit. "Wat doe jij hier?" komt er dan achter, als ik me herinner dat ik in Riks huis ben. "Nou. Pap heeft thuis alles uitgelegd en ja.. Nouja.. Toen wou ik mee?" Ik grinnik. "Je ziet me graag! Geef het maar toe!" kir ik overdreven. Steven wordt helemaal rood. Natuurlijk wilt oom David weer mee pesten. "Steven en Kahlan, zitten in een boom, Z-O-E-N-E-N. Zoenen!" Hij krijgt een woedende blik van Steven en ik pik zijn pet handig van zijn hoofd, waarna ik snel van zijn schoot afspring en wegren. "Alleen ik mag Steven plagen!" zeg ik lacherig. Ik onderdruk een hoestbui en storm een andere kamer in.
"Kahlan!" klinkt een verbaasde stem. Ik zet de pet van oom David scheef op mijn hoofd, trek mijn broek nog wat lager op mijn heupen en maak een of ander gangster-teken met mijn rechterhand, terwijl ik me omdraai. "Wat isser loos, homies?" vraag ik. Drie paar ogen staren me aan. Als eerste begint John te lachen. Dat klinkt natuurlijk weer zo aanstekelijk dat Mathias en Rik mee vlak gaan. Achter me hoor ik echter David al aan komen lopen, dus ik ga er vandoor. "Mijn pet!" klinkt het 'kwaad.' Na vijf passen draai ik me alweer om. "Yo homie!" zeg ik tegen David. Hij blijft verbaasd staan als hij me zo ziet. Dan kijkt hij opzij naar Mathias, Rik en John, die nog altijd zitten te lachen.
"Steffie! Vang!" roep ik. David richt zijn aandacht weer op mij en wacht tot ik de pet, die ik ondertussen in mijn hand heb, naar Steven toegooi. Ik ga echter voor een andere tactiek en zwier het ding tussen Davids benen door. Steven grabbelt het van de grond en rent ermee de woonkamer in. Even later komt hij rustig teruggewandeld, zonder pet en zonder David. Vier vragende gezichten kijken hem aan, ik inclusief. "Wat heb je met David gedaan?" vraag ik vrolijk. "Ach." zegt Steven schouderophalend. "Die zoekt zijn pet." Ik grijns ondertussen al, Steven glimlacht. "En wat heb je met de pet gedaan?" De glimlach op Stevens gezicht verandert in een grijns als hij de pet van onder zijn pull uithaalt. Ik pak het ding lachend aan en zet het op Riks hoofd.
Even later komt David de eetkamer binnen gerend. "Wat hebben jullie met mijn pet gedaan?" roept hij uit. "Wind je niet zo op, oompje, dat is slecht voor je bloeddruk!" zegt Steven. Met een steek in mijn hart besef ik dat David Stevens chte oom is. Ik kan hem alleen maar zo noemen en hopen dat het echt waar is. Die donkere gedachte verdwijnt echter als ik Davids gezicht zie. Ik proest het uit en loop naar John toe. "Peetje." zeg ik, zo angstig als ik maar kan klinken met de brede grijns op mijn gezicht. "Volgens mij wilt het me aanvallen." "Ht?" tiert David meteen door de kamer. Ik zie echter dat hij moeite doet om zijn grijns te verbergen. Toch ga ik er vandoor, achter Steven aan die de hal in is gevlucht.
Als ik echter ook de hal binnenkom staat Steven me daar op te wachten. Hij doet teken dat ik stil moet zijn, trekt me aan mijn hand tot bij hem en drukt zijn lippen op de mijne. Ik maak een verbaasd geluidje. Mijn eerste gedachte is om hem weg te duwen. Dan besef ik de meest waarschijnlijke reden dat hij dit doet. Vanuit de eetkamer hoor ik David al aankomen. "Mijn pet! Kleine mormels! Waar hebben jullie mijn pet gedaan?" klinkt het, steeds dichter. "Mijn pe.." Stilte. David staat nu in de deuropening van de hal, weet ik. "Oh." klink het, behoorlijk stom. Dan hoor ik hoe hij weer weggaat. Ik trek bijna meteen mijn hoofd van dat van Steven weg. We kijken elkaar breed grijnzend aan. "Gelukt." fluistert Steven. Ik knik met pretlichtjes in mijn ogen, waarna ik mijn lippen weer kort op die van Steven druk. De eerste zoen met een jongen in mijn hele leven en diezelfde jongen staart me nu met twee grote ogen aan. Ik schiet in de lach.

Hoofdstuk 8: Vrijheid

Ik voel hoe Stevens hand de mijne pakt. Een reflex die hij zo af en toe heeft als iets hem volledig verrast. "Ach, kindje toch." zeg ik 'medelevend.' Steven knippert een paar keer met zijn ogen. "Waarom deed je dat?" vraagt hij dan. Ik haal mijn schouders op. "Zomaar." Het blijft even stil. "Waarom heb je nooit verteld dat Mathias jou vader is?" vraag ik dan. Steven richt zijn blik verlegen op de grond. "Nou.. Weetje.. Ik.. Vroeger wou iedereen enkel met mij bevriend zijn om mijn vader. Ze wouden altijd bij me thuis komen om hm te zien en ze vroegen me helemaal over hm uit. Jij bent de eerste die me leuk vindt om wie k ben en niet om wie mijn vader is. Ik had schrik dat je net zoals die anderen zou worden als ik het je vertelde. Het was wel moeilijk. Op momenten dat jij over hem en mijn oom bezig was moest ik erop letten dat ik er niet teveel uitflapte." Ik knik. Het doet me pijn dat Steven ooit zo over mij dacht. "Je weet ondertussen toch al dat ik zoiets nooit zou doen?" vraag ik dan zacht. "Ja, natuurlijk!" komt er meteen na mijn woorden uit, waardoor ik me toch al wat beter voel. "Dat drong na verloop van tijd ook tot me door, maar ach.. Weetje.. Het leek nooit van belang dat ik het jou vertelde. Wat maakt mijn vader ook uit?" Ik slik.
Mijn vader maakt voor mij net heel veel uit. Hij is het enige wat ik heb gemist in mijn leven. Ik verwacht echter niet dat Steven zoiets begrijpt, dus ik knik. Het blijft stil. "Zijn jullie van plan nog lang in zo'n donker hoekje van die hal te blijven staan?" klinkt Davids stem vanuit de eetkamer. Ik lach zachtjes. "Ga schijten.." begin ik te roepen. Hij onderbreekt me echter. "Bij de achterburen? Nee dankje, daar zit Elena al." Ik schiet nu echt in de lach en loop de eetkamer weer in. Steven komt achter me aan. Even worden we beide door vier paar nieuwsgierige ogen aangekeken. Ik trek een wenkbrauw op en geef ze de blik die mijn moeder zo goed kan. De 'Wat-kijk-je-zo-heb-ik-iets-van-je-aan?' blik. Ze draaien meteen alle vier hun hoofd weg. Even heb ik het idee dat ik dat beter niet had gedaan, maar dan haal ik mijn schouders op en zet het van me af.
"Gaan we?" vraagt David. Ik werp een blik op de klok, zie dat het zes uur is en knik. Lang geslapen heb ik dan. Aangezien David gaat, besluiten Mathias en John dat ook te doen. Er wordt dus afscheid genomen. Ik krijg een knuffel van Mathias en geef hem een kus op zijn wang. John houdt me toch wel even langer vast en ik laat mezelf ook even in zijn armen rusten. Het voelt zo goed om te weten dat ik een peter heb. Ook hij krijgt een kus op zijn wang. Na John sta ik echter tegenover Rik. We kijken elkaar aan. Hij twijfelt, weet duidelijk niet wat hij moet doen. Ik besluit hem uit dat dilemma te redden en sla mijn armen om hem heen. Daarbij leg ik mijn hoofd tegen zijn borstkas aan. Hij lijkt even te twijfelen, voor hij mij ook omhelst. "Kahlan." mompelt hij. Ik slik. "Zondag." fluister ik stilletjes, waarop we elkaar loslaten.
Samen met oom David loop ik dus de deur uit, naar zijn auto toe. Ik draai me nog even om voor ik instap en kijk naar mijn vader die daar in de deuropening staat. Eenzaam en alleen. Ik wil wel blijven, op een of andere manier, maar toch ook niet. Ik heb een ander huis. Ik woon waar mijn moeder woont. Pas als ik al dit met haar heb besproken, pas als ze terug is van haar vakantietje, pas dan zal ik weten of ik in dit huis zal wonen. Mijn vader bezoeken zal ik sowieso doen. Dat kan niemand me verbieden. Met die gedachte stap ik in en trek de deur van Davids auto dicht. De motor draait al en we rijden weg. Ik steek nog even mijn hand op naar mijn vader, net voor we de bocht omdraaien.
"Zeg.." zegt David plots. Ik kijk opzij naar hem. "Zou je het erg vinden als ik bij jou bleef slapen?" Ik ben verbaasd om die vraag. Waarom zou oom David bij mij willen blijven slapen? Ik haal mijn schouders op. "Is oke hoor." zeg ik dan. David knikt, waarna hij zijn Gsm uit zijn zak vist. Met zijn blik op de weg gericht toetst hij blindelings een nummer in. Ik kijk toe hoe hij op de groene belknop duwt. Zelfs van waar ik zit hoor ik de pieptoon. Na zo'n drie piepen klinkt er een vrouwelijke stem. Ik schrik van de felheid waarmee ze spreekt. David houdt de telefoon een stukje van zijn oor, alsof hij het ondertussen al gewoon is.
"Schatz..?" onderbreekt hij de woordenstroom. "Ja." Er klinkt een korte stilte, waarin de vrouw aan de andere kant doorkwettert. "Neen." zegt hij dan. Het blijft weer even stil. De stem aan de andere kant van de lijn klinkt luider, kwader. "Ik leg het morgen wel uit. Dag." zegt David plots, midden tussen heel de tirannie in. Hij legt af en steekt zijn Gsm weer weg. Ik volg zijn hand met mijn ogen terwijl hij die terug op het stuur legt. Dan richt ik mijn ogen weer op het landschap buiten de auto. Het is al twintig voor zeven als we bij mij thuis aankomen. David volgt me als een schoothondje naar binnen.
"Heb je iets te eten?" vraagt hij, ik hoor de irritatie nog in zijn stem, maar hij glimlacht. "Ik rammel!" Ik glimlach terug. "Kant en Kla.." begin ik, maar ik word al meteen onderbroken. "Pizza bestellen dus." zegt hij vrolijk. Ik lach. "Welke wil jij?" Nog nalachend knik ik. "Vier kazen." zeg ik meteen, waarna ik richting trap loop. "Waar ga je heen?" vraagt David haast meteen. "Omkleden. Telefoon in het bureau. Ik wil gn gluurders." David lacht. "Ik ga mijn eigen nichtje cht niet begluren hoor!" roept hij me nog na. Lachend ren ik de trap op, en mijn kamer binnen, waar ik mijn oranjeroze Musti-pyjama aandoe. Als ik tien minuten later naar beneden ga, met mijn haar in een staart en mijn pyjama aan, zit mijn oom al onderuitgezakt in de zetel naar een zwart televisiescherm te staren. "Welke film?" vraag ik meteen. "Nog geen idee. De pizza komt er over zo'n 15 20 minuutjes."
Ik loop naar de filmkast toe en vis er een of andere komedie in. Rustig steek ik de DVD in de DVD-speler, waarna ik naast David in de zetel plof. Zo zitten we daar een tijdje in stilte te kijken. "Leuke film." klinkt Davids stem na een tijdje. Ik maak een instemmend geluid. Weer een korte stilte. "Misschien moet je hem maar eens aanzetten?" zegt hij dan weer. Aangezien ik vind dat hij daar wel een punt heeft volg ik zijn raad op. Ik grabbel het DVD kastje van de salontafel en zet de film aan. Na zo'n drie of vier stukjes reclame voor andere films gaat de bel. David staat op en loopt naar de deur. Terwijl hij weg is stel ik de taal en de ondertiteling in. Om oom David te pesten stel ik Nederlands als taal in en Engels als ondertiteling.
Even later komt hij terug. Hij ploft naast me neer en duwt een pizzadoos in mijn handen. "Bah? Nederlands?" mort hij met een zijdelingse blik op mij. Ik glimlach onschuldig. Met een zucht zet hij zich goed, waarna we zwijgend film kijken. Anderhalf uur, een pizza en drie glazen cola later - toch in mijn geval - is de film gedaan. Ik ga rechtop zitten, waarbij ik mijn hoofd van David schouder afhaal en kijk opzij naar hem. Hij slaapt. Zo voorzichtig mogelijk sta ik op. Op mijn gemakje ruim ik de salontafel op. Uit de salonkast pluk ik een wollen deken die ik over mijn oom heen leg. "Slaapwel oompjelief." fluister ik. Ik druk een kus op zijn wang en sluip de kamer uit. Zo stil als ik kan loop ik de trap op.
In mijn kamer gekomen pak ik het dagboek, waarmee ik mijn bed in kruip. Ik moet nu verder lezen, daar mijn moeder morgenmiddag al naar huis komt. Ik sla het boek dus open en blader naar de juiste pagina. In een gespannen stilte zit ik me af te vragen wt er gebeurd kan zijn waardoor alles toch verkeerd is gelopen. Wat heeft mijn vader, of mijn moeder, gedaan, maar vooral, wat heeft Mathias gedaan? Waarom heb ik zulke tegenstrijdige gevoelens voor hem? Ik slik en richt mijn blik op het eerste woord van het nieuwe stuk. Een stuk dat zowat een half jaar later geschreven is. Ik slik. Nieuwsgierig begin ik te lezen.

Hoofdstuk 9: De ramp

Het is nu een half jaar geleden dat het gebeurde. Ik vind echter nu pas de moed om dit te schrijven. Het is allemaal misgelopen. Zo volledig misgelopen. Daarbij is het ook nog eens mijn schuld. Kan je je voorstellen dat ik me niet geweldig voel. Wat er is gebeurd, vraag je je nu af. Wel.. Twee dagen nadat ik alles goed had gemaakt met Rik vertrokken we dus op tour. Het liep echter fout nog voor we goed en wel vertrokken waren. Herinner je dat meisje waar Rik mee kuste op die foto? Die ene waarvan niemand van hen de naam niet kende? Nou. Liegen is iets waar Mathias niet rouwig om is, ben ik toen achter gekomen.
Met Kahlan op mijn heup volgde ik Rik dus richting tourbus. Het was een hele lollige boel geweest in de auto en we hadden beiden een beetje een melige bui. Ik liep naast Rik met een smile op mijn gezicht. Plots stond ik stil. Een koude golf trok door me heen. Ik verstijfde helemaal. Rik keek verbaasd om naar me. "Ellen? Wat heb je?" vroeg hij verward. Ik kon niet antwoorden, alleen maar staren. "Wie is dat?" vroeg ik en ik knikte richting de vrouw waar ik naar staarde. "Dat? Das iemand van de techniek. Sonja heet ze geloof ik. Hoezo?" Ik draaide mijn hoofd met een ruk naar hem toe. Zelf zou ik niet willen weten hoe ik toen keek. Met mijn vinger wijs ik haar kort aan. "Hoezo?" siste ik, mijn stem ijskoud van woede. "Kijk eens goed naar haar!" Ik draaide me om en beende weg. Richting de auto. Ik stapte in, zette Kahlan in de passagierszetel naast me en scheurde weg op volle snelheid. In de achteruitkijkspiegel kon ik nog zien hoe Rik kwam aanlopen.
Ik reed naar huis, met de auto nog vol kledingtassen en alles. Thuis gekomen laadde ik meteen al mijn spullen over naar mijn auto. Ik pakte Kahlan uit de auto en met haar op mijn heup liep ik het huis binnen. Ik beende de trap op. Hoe kon Rik me dit aandoen. Hoe kon Mathias zo liegen? Niemand van hen kende haar naam, neen. Ze werkte bij de technek, verdomme! De technek! De vier zagen haar elke dag, maar Mathias had nog het lef om daarover tegen me te liegen ook. Ik haatte hem. Ik haatte Rik. Hen allemaal. Ik wou dat ik hen persoonlijk alle vier in een kaasmaler kon steken. Hoewel.. John en David hadden er niet veel mee te maken. Oke. Ik wou dat ik Mathias en Rik in een kaasmaler kon steken.
Kahlan maakte een paar brabbelgeluidjes langs mijn zij, maar ik lette er niet op. Ze stak haar duim op een gegeven moment in haar mond, waarop ik die meteen weer uit haar mond trok. "Mag niet." Terwijl ik de trap opstoof en onze kamer binnenliep om nog wat spullen van mij bijeen te rapen hoorde ik beneden Rik binnenkomen. Met misschien de andere jongens ook. Ik liep met de sportzak weer naar beneden en zette die bij de deur. Toen liep ik de woonkamer in. Daar stond de hele groep. "Ellen.." begon Mathias. Ik wierp hem een woeste blik toe. "Jj moet niet beginnen tegen mij, begrepen." siste ik woedend. "Met je 'Ik heb geen flauw idee eigenlijk wie het is. Ik denk dat niemand van ons haar naam kent.' Allemaal dikke shit, natuurlijk! Iemand van de techniek, Mathias. Iemand van de techniek! Voor hoe stom hou je me wel? Dacht je dat ik haar niet zou herkennen? Verdomme, klojo! Liegen en bedriegen dat kan je wel goed he, maar als het op vertrouwen aankomt ben jij nt degene waar ik heen zou stappen!" Toen ik die woorden had uitgesproken raakte Mathias hand mijn wang. Mijn hoofd schoot opzij en ik voelde hoe ik mijn tanden in mijn lip had geplaatst.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe John Mathias meetrok, de kamer uit. Ik negeerde de pijn, legde niet eens een hand op mijn wang, maar draaide me meteen naar Rik. Daarbij zette ik Kahlan neer die zich aan mijn been vastklampte. "En jij." begon ik kwaad. "Je kust met een of ander sloerie. Zomaar. Alsof het niets is. Dronken zijn is geen excuus, weet je. Denk je dat ik me nooit meer heb afgevraagd wie ze eigenlijk was? Denk je dat ik nooit heb gedacht dat je het nog wel eens zou kunnen doen? Verdomme Rik!" Ik bleef tieren, had zelf volgens mij niet eens door wat ik zei. Rik deinsde achteruit. "Ellen.." onderbrak hij me. "Je dochter.." Ik liet hem niet uitspreken. "Het is ook jouw dochter, verdomme!" gilde ik uit. "Ik heb er niet alln voor gezorgd dat ze op deze wereld kwam, maar ik moet er wel alln voor zorgen dat ze hier ook blijft!"
Het viel me maar half op dat er iemand Kahlan oppakte en meenam. Ik lette er niet op, vergat de hele omgeving terwijl ik Rik allerlei verwijten naar zijn hoofd smeet. Wat voor een idioot hij wel niet was, hoezeer ik hem haatte, wat voor een stomme vrienden hij had, wat voor een kut leven hij me bood en nog meer van dat soort onzin die ik toen volledig geloofde. Toen had ik er plots genoeg van. "Ik ben hier weg!" riep ik uit. Na die woorden draaide ik me om. Ik sjeesde de kamers door, tot ik David in n van de verst verwijderde kamers vond, met Kahlan in zijn armen. Ik keek hem niet aan, kon hem niet aankijken. David was mijn beste vriend en ik wist dat ik het niet zou kunnen aanzien hoe hij me kwaad of afkeurend zou bekijken. Daarom stak ik enkel mijn handen uit en tilde Kahlan uit zijn armen, waarop ik me alweer omdraaide om weg te lopen.
"Wat ga je doen?" klonk het achter me. "Ik ga." was het enige wat ik antwoordde. Koud en onbuigbaar. "Waarheen?" vroeg hij. In mijn oren klonk het op dat moment zacht, kwetsbaar en smekend. "Weg." was mijn enige antwoord. Ik keek hierbij echter wel om, waardoor onze blikken elkaar kruisten. "Het spijt me." fluisterde ik, waarna ik weer voor me keek en verder liep. In de hal pakte ik de tas op, waarmee ik de deur uitliep.
Met Kahlan nog steeds op mijn heup zette ik de tas bij in mijn auto, waarna ik instapte en haar naast me zette. Daarbij negeerde ik Mathias en John, die buiten stonden en me met hun ogen volgden bij alles wat ik deed, volledig. Ik startte de auto en reed weg, naar het dichtstbijzijnde hotel. Daar bleef ik een paar nachten, terwijl ik een huis zocht. Algauw vond ik er eentje, zo'n vijf minuutjes rijden van Mathias huis af, maar wist hij veel.
Daar woon ik nu al zo'n 5 en een halve maand met Kahlan, nu Kaatje geheten. Ik besef wel dat ik misschien over reageerde. Het was allemaal niet zo erg als ik leek te geloven. Ik bedoel. Iedereen kan wel eens de mist ingaan. Ikzelf ben ook niet perfect, zoals ik eerder al zei en ik ben de eerste om dat toe te geven. Het is echter gebeurd nu, er is niets meer dat ik er aan kan veranderen. Ik ben weggegaan. Mijn eigen stomme koppigheid houdt me tegen om hem gewoon op te bellen en het allemaal uit te praten. Ik weet dat dit niet goed is. Niet voor mij, niet voor hem en al zeker niet voor Kahlan. Kaatje, zoals ik haar nu noem. Het is allemaal zo verdomd verkeerd gelopen. Allemaal mijn eigen stomme schuld. Ik weet het. Ik besef het.
Tranen stromen over mijn wangen nu ik weer aan hem denk. Ik mis hem zoveel. Niet alleen hem, maar hoe het was. Het gevoel dat hij me gaf. De blijdschap die Kahlan vertoonde als hij er was. De liefde die ik van hem kreeg. Alles mis ik. Elk kleine, minieme detail dat ik toen als vanzelfsprekend zag, maar dat nu verdwenen is. 's Ochtends wakker worden in een bed dat verwarmd wordt door de lichaamswarmte van het lichaam naast me. Een lichaam waar ik me naartoe kan draaien om me er tegenaan te schurken en te beseffen dat ik liefst de hele dag daar blijf liggen. Aan de ontbijttafel proberen om enig eten n de mond van mijn dochter te krijgen in plaats van dat alles over haar kleren wordt gesmeerd door het kind in kwestie. Daarbij opkijken om te zien hoe hij rustig zijn thee drinkt en even opkijkt om naar mij en onze dochter te glimlachen. Al die kleine details, dingen die over het algemeen geen grote impact op mijn leven hebben, maar die ik toch mis.

Terug | Auteur: Diversity