Het dagboek

Ik leg mijn vingers tegen de ruit van de taxi en staar naar buiten. Ik ben nu op weg naar een nieuw begin. Kahlan maakt een murmelend geluidje in haar slaap en ik kijk even opzij om te zien of ze niet wakker wordt. Gelukkig is dat niet het geval. Ze smakt wat en slaapt braaf verder. Weer richt ik mijn blik naar buiten. Ik zie een licht aan de horizon, een ster. Ik weet dat alles beter zal worden wanneer ik weer uit de taxi stap. Die ster vertelt het mij. Altijd als er iets verandert in mijn leven, is die ster er. Toen mijn moeder stierf bijvoorbeeld. Of toen ik elf jaar geleden mijn huis ontvluchtte en met een taxi op weg ging naar een nieuw begin, net zoals nu. Er zijn wel enkele verschillen tussen toen en nu. Allereerst was ik toen de enige passagier van de taxi, terwijl er nu een driejarige peuter naast me ligt te slapen. Ook kende ik de vader van die peuter toen nog niet. Niet dat dat veel verschil maakt. Voor mijn part mag hij nu doodvallen, die kloothommel. Ik zal jullie vertellen hoe het zo is gekomen. Hoe ik hem leerde kennen, van hem ging houden en hem nu uiteindelijk het liefst in de hel zie branden.

Hoofdstuk 1: Het begin

Ik legde mijn vingers tegen de ruit van de taxi en staarde naar buiten. Ik was op weg naar een nieuw begin. Voor zover ik wist zou dat het begin van een beter leven zijn. Elf jaar geleden is dat nu al. Naast mij op de achterbank lag een sportzak met daarin een boel kleren, mijn Gsm, mijn oplader, mijn Mp3 en een hoop geld. Echt vl geld.
Mijn vader was niet arm, zijn portefeuille steeds goed gevuld, t goed zelfs, en ik had alles wat ik me maar wensen kon. Waarom ik dan ben weggelopen? Ik had alles, ja. Gescheiden ouders, een stiefmoeder die me het leven zuur maakte en een vader die zich er niet al te veel van aan leek te trekken - en die die stiefmoeder vaak zelfs gelijk gaf, trouwens. Vijftien jaar oud was ik toen ik wegliep. Ik voelde me leeg. Het leek alsof ik een deel van mezelf had verloren in de eeuwige strijd tegen mijn stiefmoeder. Dus, na een knallende ruzie, pakte ik in, pikte een paar honderd euro's en een bankkaart uit mijn vaders portefeuille - ik zei al dat dat ding goed gevuld was - en ging op weg. Waarheen? Dat wist ik zelf ook niet.
Ik sloot mijn ogen kort, waarna ik weer opkeek. Aan de nachthemel flonkerde een ster. De ster die ik altijd zag als er iets in mijn leven veranderde. De nacht dat ze me kwamen vertellen dat mijn moeder dood was, heb ik die ster ook gezien. Langzaam drong het tot me door. Dit was een nieuw begin. cht een nieuw begin. De taxi stopte. Ik had geen flauw idee waar ik was, maar ik betaalde de man en stapte uit. Met mijn sportzak in mijn hand liep ik door de straten. Pas toen ik een hotel binnenliep en een man tegen me begon te spreken kreeg ik door dat ik in Duitsland rondliep. Of in het deel van Belgi waar ze Duits spraken. Gelukkig heb ik Duitse familie en kon ik dus altijd al vrij goed Duits. Ik richtte me op de man die me aansprak.
"Ehm, ik wil graag een kamer huren voor een week?" mompelde ik verlegen. Hij knikte en verwees me door naar de balie. Daar herhaalde ik mijn wens. Er werd niet om mijn leeftijd gevraagd, gelukkig. Toen ik de bankkaart gebruikte en het juiste nummer intoetste om te betalen werd ik zelfs niet eens raar bekeken. Toch een leuk land, Duitsland - Of het Duitse deel van Belgi, maar ik was haast zeker dat het Duitsland was. Terwijl ik met de sleutel in mijn hand richting de lift liep om naar mijn kamer te gaan, dacht ik terug aan het briefje op het bureau thuis.

Pap,
Ik ben weggegaan. Volgens mij zag je het al aankomen.
Het spijt me dat ik je zomaar achterlaat. Het is gewoon..
Teveel voor me geworden. Ik ga dus op zoek naar mijn eigen
geluk. Ik heb geld mee uit je portefeuille, je bankkaart en
wat van mijn persoonlijke spullen. Ik denk niet dat ik nog
terugkom. Misschien bel ik je eens, wanneer ik alles op
een rijtje heb. Weet dat ik van je houd. Altijd.

Ik heb altijd gehoopt dat hij het begreep, dat hij me nooit iets kwalijk heeft genomen. Sinds de dag dat ik wegliep heb ik hem namelijk niet meer gezien of gesproken. Ik mis hem wel, maar niet zo verschrikkelijk veel.
Nu goed. Terug naar het verhaal. Ik heb dus een weeklang in dat hotel geleefd. Het was er wel leuk, daar niet van, maar als je helemaal niemand hebt om mee om te gaan verveel je je wel vaker. Oke, ik geef het toe.. Dan verveel je je altijd. Na die week trok ik verder. Weer een taxi, nog wat dieper Duitsland in. Zo heb ik volgens mij half Duitsland rondgetrokken in een jaar. Ik weet niet meer precies waar ik overal ben geweest, maar het is dan ook zo lang geleden allemaal. Ik trok van hotel naar hotel, sliep een nachtje op straat of in een park of maakte lange nachtwandelingen. Het was eigenlijk wel spannend. Ik kende geen angst voor moordenaars in donkere steegjes of meer van dat soort verhaaltjes, dus alles liep wel goed voor me. Ik denk niet dat ik echt veel heb meegemaakt toen en anders ben ik het ondertussen al vergeten. Belangrijk zal het dan toch niet geweest zijn.
Al mijn ellende - nuja, eerst vond ik het niet erg, maar nu weet ik wel beter - begon op die specifieke dag. 16 Mei 2004. Mijn verjaardag. Ik werd zestien. Het was toen iets langer dan een jaar geleden dat ik thuis was weggelopen. Mijn vader had zijn bankkaart niet laten blokkeren of iets, dus ik ging er vanuit dat hij het niet erg vond, dat hij me een leven gunde. Alleen al om die reden hield ik van hem, houd ik nog steeds van hem. Maar ik wijk weer af van het verhaal.
Die dag dus, mijn verjaardag, ik heb nooit geweten in welke stad of welk dorpje ik precies was, maar toen zag ik hem. Ik was net een party-of-one aan het houden - wat heel gezellig kan zijn, als je maar de juiste muziek op je Mp3 hebt staan - toen ik hem zag. Hij liep net samen met zijn band het hotel in waar ik ook verbleef. We wouden eigenlijk met vijf door de deur lopen, maar dat lukte niet helemaal, daar was de giga deur van het hotel toch nt te klein voor. Ik richtte verlegen mijn blik op de grond, zette een stap achteruit en mompelde een verontschuldiging. Toen ik opkeek, keek ik recht in zijn ogen. Hij keek me kort aan, voor hij zich weer op de deur richtte en verder liep, maar dat ene moment deed een schok door me heengaan. Op een of andere rare manier voelde ik me tot hem aangetrokken. Ik stond hen een tijdlang dom na te staren, voor ik ook het hotel binnen liep.
De rest van de week dat ik in het hotel verbleef heb ik geprobeerd een glimp van hem op te vangen, maar ik heb hem niet meer gezien. Na die week heb ik weer een taxi genomen en ben naar de volgende stad getrokken. Ik kreeg hem niet meer uit mijn hoofd.

Hoofdstuk 2: De ontmoeting

Er gingen weer een hoop maanden voorbij. Door de TV kwam ik erachter dat zijn band Witerheits noemde. Schiet me dood, maar ik kende ze niet. Ze waren ook nog niet zo hl bekend natuurlijk. Nu is dat allemaal anders. Het is gewoon moeilijk een plaats te vinden waar de mensen Witerheits nt kennen. Zo'n half jaar nadat ik hem die ene keer had gezien, heb ik pas een liedje van hen gehoord. Ik was meteen verkocht. Kon ook moeilijk anders, natuurlijk. Hj zat in de band, dan zou ik alles mooi vinden. Zo hopeloos was ik geworden, ja.
Ik was ondertussen al zestien en een half. Terwijl ik zo door Duitsland trok, van hotel naar hotel, leerde ik mezelf te overleven met het minste. Mijn vaders bankrekening was nog lang niet leeg, maar ik wist dat ik me ergens moest settelen, voor het geld op was, en een baantje zoeken. Dat was dat dan ook wat ik deed. Ik vestigde me in n of ander stadje en vond werk bij een hotel. In het begin ruimde ik gewoon kamers op enzo, maar de hotelbaas begon me meer en meer te vertrouwen. Ik hield de geheimen van de gasten ook echt geheim. Bijvoorbeeld dat de getrouwde vrouw uit kamer honderdtwee wel vaker 'tijd doorbracht' bij de knppe jonge vrijgezel uit kamer nul-vijfenzeventig. Of dat de modekoningin die eens verbleef in kamer twintig altijd een zak snoep onder haar kussen verstopte. Niet iedereen is perfect, dat wist ik wel beter dan wie dan ook. Andere kamermeisjes roddelden altijd met elkaar, maar ik luisterde alleen maar zwijgend.
Zo kwam het dus dat ik werd ingezet om de bekende gasten die er liefst undercover verbleven te helpen. Je kan misschien al raden hoeveel vreugde dat nieuws bracht. Misschien zou ik ooit Witerheits zien! De kans was niet al te groot, maar goed, je wist nooit..
Ik werkte al zowat een jaarlang in het hotel, toen mijn wens werkelijkheid werd. Zeventien jaar en een half was ik ondertussen. Het gebeurde op een simpele dag. De baas liet me roepen. Ik mocht weer eens een groepje bekende mensen bedienen en al. Het was ondertussen een gewoonte geworden. Ik heb vele bekende mensen zien komen en gaan. Robbie Williams zat er eveneens tussen. Ooit. Die gast gedroeg zich nog erger dan ik had verwacht. Maargoed. Ik ging dus 'vrolijk' op weg naar mijn nieuwe gasten. Beleefd als ik was klopte ik aan, met in mijn hart de ondertussen half vervaagde hoop dat het misschien Witerheits was.
Ik wil niet weten hoe ik keek toen net hj de deur opende, me even aankeek en me toen binnenliet. De deur werd meteen achter me gesloten. "Ehm.." mompelde ik. "Hallo. Ik ben jullie kamermeid." Standaard begroeting. Ze knikten. "Ben jij niet dat meisje van bij dat hotel daar?" vroeg hj plots. Hij sprak me aan! Wacht even. Wat zei hij nu? Ik keek hem verward aan. Herinnerde hij me nog dan? Hij had me maar zo kort aangekeken en we waren nu al een hele hoop maandjes verder.
Ik knikte langzaam. "Ja." mompelde ik verlegen. Hij glimlachte en ze stelden zichzelf voor. "John." Een jongen met vrij kort, bruin haar in stekeltjes en groene ogen. "Rik." Een jongen met eveneens vrij kort blond haar en bruine ogen. "David." Een jongen met iets langer donkerblond haar en bruine ogen. "Mathias." Een jongen met halflang, zwart haar en een tattoo op zijn bovenarm, die nu natuurlijk niet te zien was onder de T-shirt, en dezelfde bruine ogen als David. Ik slikte. "Ellen." Een meisje met lang bruin haar en blauwgroene ogen. Geen spoor van piercings of meer van dat soort ongein in mijn gezicht. Enkel een zilveren armband om mijn pols met daarop de naam van mijn moeder en haar geboortedatum. Ze glimlachten allemaal naar me. Ik voelde me wat ongemakkelijk maar ging door met mijn standaard uitleg.
"De baas heeft me aan jullie toegewezen omdat ik niet meedoe met het geroddel van de andere kamermeiden en ik betrouwbaar ben. Ook ben ik een van zijn beste personeel." Het klonk alsof ik mezelf aanprees, maar zo was het me geleerd. John schoot plots in de lach. Ik keek hem verbaasd aan. "We zijn heus niet van plan om je weer weg te sturen of om aan je te twijfelen hoor." zei hij vrolijk. Ik schatte hem een jaar ouder dan mezelf. "Zo is dat." klonk het toen. Dat was hj. Ik kende indelijk zijn naam. Ik beet op mijn onderlip en staarde verlegen naar de grond. "H, niet zo verlegen, we bijten niet!" zei hij. Ik keek op en zag nog net de glimlach op zijn gezicht. Hij leek er tien keer zo mooi door te worden. Twee bruine ogen keken me aan. Er twinkelde vrolijkheid in.
"Als ik zeg wat ik denk, gaan jullie me dat dan niet kwalijk nemen?" vroeg ik voorzichtig. Ze schudden vrolijk hun hoofd. "Dat zou eindelijk weer eens wat anders zijn dan al dat stijve gedoe." mompelde David. Ik meen me nog te herinneren dat ik naar hem glimlachte. "Wij gaan even uitpakken." zeiden ze toen. Ik schudde meteen mijn hoofd. "Dat is mijn job!" zei ik, iet of wat angstig. Als ik hn liet uitpakken ging mijn baas misschien nog denken dat ik mijn werk niet deed. Of alleszins niet gd deed. "Niemand raakt mijn persoonlijke spullen aan!" riep Mathias meteen uit. "Je blijft met je handen van mijn kleding!" klonk Davids stem al even direct. "Mijn spullen zijn priv." keelde ook John meteen. Ik keek verward van de n naar de ander. "Maar.." stamelde ik hopeloos. "Als ik niets doe kan ik ontslagen worden." De drie keken me nadenkend aan. "Je mag mij wel helpen." zei Rik toen. Ik draaide me met een opgeluchte blik naar hem om. "Heb jij spullen waar ik niet aan mag komen? Dan blijf ik daar wel af." Rik lachte zacht en ik smolt haast weg voor de blik in zijn ogen.
Jawel. Rik was de jongen die ik het voorbije jaar niet uit mijn gedachten kon zetten, hij is de vader van Kahlan, die nog steeds naast me ligt te slapen en hij is de kloothommel die voor mijn part nu mag branden in de hel. Maar toen vond ik hem natuurlijk nog gewldig knap en het feit dat ik hm mocht helpen was al helemaal fantastisch. Met een glimlach volgde ik hem naar zijn slaapkamer. - Neen, niet voor enige vieze gebeurtenissen. Ng niet allesinds.. - Ik pakte meteen een tas en begon met uitpakken. Met routine die ik in de voorbije maanden ontwikkeld had was de tas in no-time leeg. Alles lag z dat Rik er een duidelijk zicht op had en dus niet zou moeten gaan zoeken naar bepaalde dingen. Ik legde de tas onderin de kast en draaide me om naar Rik.
Die haalde - volgens mij - net de tweede of derde pull uit zijn tas. Hij keek op toen hij niets meer hoorde. Zijn blik ging van mij naar de kast, naar de tas onderin de kast en toen terug naar mij. Zijn mond viel nt niet open. Ik glimlachte. "Zal ik die ook uitpakken?" vroeg ik, met een knikje naar de tas voor hem. Hij keek me nog even onderzoekend aan en knikte toen langzaam, alsof het allemaal onwerkelijk op hem overkwam.
Een minuutje later lag alles mooi op zijn plaats en zaten wij naast elkaar op de rand van het bed. Hij was gaan zitten, had me gevraagd erbij te komen zitten en had me blijven aankijken tot ik dat uiteindelijk deed. Door de mij aangeleerde formeelheid die ik moest tonen tegenover de beroemde mensen, ging ik twee meter van hem af zitten, zowat de andere hoek van het bed. Hij bekeek me daar even raar om, maar toen startte hij een algemeen gesprek over koetjes en kalfjes.
Hoe het komt dat ik me dit alles nog zo precies herinner? Ik herinner me gewoon lles goed wat ook maar ts met hem te maken heeft. Eerst was dat uit adoratie, toen uit liefde en uiteindelijk uit haat. Je vraagt je nu vast af waarom ik hem dan ben gaan haten. Wel, dat is voor later.
De week dat ze in het hotel verbleven was voor mij geweldig. Hoe het voor hen was weet ik niet, maar volgens mij hebben ze zich niet verveeld. Ze hebben me een paar keer betrokken in hun gesprekken als ze op de kamer waren wanneer ik bedden opmaakte ofzo, maar cht close zijn we nooit geworden. Er zat een te diepe kloof tussen ons in. Zij waren beroemd, ik maar een simpele kamermeid. Zo gingen die dingen.

Hoofdstuk 3: Verloren

Vanaf het moment dat ze weg waren ging het eigenlijk steeds slechter met me. Ik leed eronder, mijn eetlust leed eronder, mijn werk leed eronder,.. Ik was geobsedeerd, zoveel is me nu wel duidelijk. Ik kon niet anders doen dan aan hm denken. Zijn ogen, zijn glimlach, zijn stem, de manier waarop hij naar me keek,.. En toen werd ik ontslagen. Het speet mijn baas, zei hij, want ik had goed gewerkt, maar de laatste tijd deed ik eigenlijk haast niks meer. Of ik deed het maar half. Hij had gelijk.
Ik vertrok. Ik checkte niet meer in in hotels, maar leefde gewoon op straat. Veel herinner ik me niet van die tijd. Er verstreken vele maanden. Koude, eenzame dagen regen zich aan elkaar door middel van even koude en eenzame nachten. Ik werd zwakker, door steeds in de kou te leven, op de kille stenen te slapen. Eten deed ik genoeg. Toch als ik er tijd voor vond tussen het van hem dromen in. Het was op oudjaar van het jaar 2006 dat ik hem terugzag. Alweer zowat een jaar later.
Ik zat op een bankje in een of ander park, kijkend naar de hemel. In stilte telde ik af. 'Tien, negen, acht,..' Het begon te regenen maar ik bleef zitten. Nattigheid en koude was ik al gewend. Het maakte me niet uit. '..vier, drie, twee, n." Zelfs van waar ik zat hoorde ik de mensen juichen op een feest een eind buiten het park. De zwarte nacht spatte uiteen in een rode vonkenregen, al snel opgevolgd door blauwe, groene, oranje en zelfs gouden flitsen. De regen lichtte op in de kleur van het vuurwerk. Waarschijnlijk was het een prachtig stukje werk, ik twijfel er niet aan, maar ik zag niets van de schoonheid. Ik kon alleen maar aan hem denken. Mijn bruine haar plakte tegen mijn hoofd en rug. Het kon me niet schelen. Ik sloot mijn ogen en fantaseerde hoe hij naar me toekwam, als de prins op het witte paard waar ik hem toen voor aanzag.
Plots stopte de regen. Het gelijkmatige getik van regen die op een paraplu neer druppelt drong tot me door. Ik opende mijn ogen. Voor me stond een jongeman, zijn gezicht diep weggestoken in de kap van zijn regenjas, een paraplu in zijn hand. Dezelfde paraplu die de regen boven mijn hoofd ook tegenhield. Hij keek me onderzoekend aan. "Ellen?" vroeg hij verbaasd. Hij deed zijn kap af. Ik keek recht in twee bruine ogen. Langzaam knikte ik. "Rik." vormden mijn lippen, zonder geluid te maken. Hij glimlachte. Op slag voelde ik me een heel stuk vrolijker. "Wat doe jij hier?" stamelde ik, mijn stem schor van het zo lang niet gebruiken. "Ik hou niet zo van feestjes." zei hij en hij haalde zijn schouders op. Ik glimlachte nu ook. "Wandel je even mee?" vroeg hij.
Mijn hart miste twee tellen en maakte toen overuren om dat in te halen. Ik knikte en stond recht, mijn tas in de hand. Althans, ik deed een poging tot rechtstaan. Mijn knien knikten en ik zakte zowat door mijn benen. Alles duizelde. Hij liet geschrokken een arm om mijn middel glijden en hield me zo rechtop. Ik denk dat daar, op dat moment, de adoratie overging in verliefdheid. "Je weegt haast niets!" zei hij. Hij was duidelijk geschrokken en vooral bezorgd. Hij reikte me de paraplu aan, die ik met mijn vrije hand overnam, waarna hij me optilde met een arm onder mijn knien en een arm achter mijn rug. De paraplu nam hij weer aan met de vrije hand die achter mijn rug uitkwam. Even voelde ik me Sneeuwwitje of Doornroosje toen ik recht in zijn ogen keek en mjn sprookje was compleet. Ik liet mijn tas op mijn buik rusten en sloeg mijn armen om hem heen. Mijn hoofd liet ik tegen hem aanleunen, net op de plek waar zijn hart zat.
"Je ziet er verschrikkelijk uit." mompelde hij, nog steeds bezorgd. "Wanneer heb je laatst gegeten?" Hij begon te stappen terwijl ik over die vraag nadacht. "Gisterenmiddag." fluisterde ik toen. In gedachten zag ik de kalender nog voor me die in de bakkerij ophing. 30 December was het toen geweest. 30 December 2006. Rik was duidelijk geschokt door mijn antwoord. "Wt?" stamelde hij verbijsterd. "Geen wonder dat je zowat niet meer kan staan!" De bezorgdheid in zijn stem zorgde ervoor dat ik spontaan zou kunnen gaan huilen. "Het spijt me." piepte ik, met mijn ogen gesloten. Het duurde niet lang voor ik wegdoezelde, in slaap gewiegd door het regelmatige geklop van zijn hart.
De geur van eten deed me mijn ogen openen. Ik keek verward om me heen. Zelf lag ik in een zetel. Voor me stond een tafel met daarop een bord croissantjes met boter en confituur. Mijn maag knorde luid, dus nam ik maar een van de croissantjes. Langzaam at ik het op. Plots ging er een deur open. "Oh, je bent wakker!" klonk het opgewekt. Ik ging rechtop zitten. De zanger van de band stond voor me. Het duurde een tijdje voor ik me zijn naam weer kon herinneren; Mathias.
"Waar is Rik?" fluisterde ik, nog steeds met die schorre stem. "Die ligt net een uurtje te slapen. Als je wilt wil ik hem wel wakker gaan maken hoor!" zei Mathias met een glimlach. Ik schudde snel mijn hoofd. "Laat hem maar slapen." Mijn stem was niet meer dan een beetje gepiep, mijn keel deed pijn en na die vier woorden volgde een serieuze hoestbui. Mathias keek me bezorgd aan. Zeventien was hij nu, maar zowat een kop groter dan mij, daar was ik zeker van.
"Liebe Schatz, jij bent behoorlijk ziek. Hoe kwam je daar zo in de regen op dat bankje terecht?" De vraag kwam als een schok. "Ontslagen." was alles wat ik eruit kreeg. Ik verorberde langzaam een tweede croissant. "Zonde." mompelde Mathias. "We hebben ons nog afgevraagd wat er van je geworden zou zijn, maar dat is niet zoveel goeds, blijkt." Ik knikte langzaam. Mijn huilbui kwam voor mij al even onverwacht als voor Mathias. Hij kwam meteen naast me in de zetel zette en streelde wat onwennig over mijn rug. Gelukkig had ik veel zelfbeheersing. "Sorry." snufte ik, toen ik mezelf weer in de hand had gekregen na maar enkele snikken. "Het geeft niet." zei Mathias zacht, waarna hij me met zachte dwang weer neerdrukte. "Slaap nog maar wat." Die raad volgde ik graag op.
Toen ik weer wakker werd klonken er stemmen. "..barstte spontaan in tranen uit en is toen weer gaan slapen." hoorde ik Mathias net zeggen. Ik opende mijn ogen. "Eindelijk wakker?" klonk het haast meteen. Ik zocht de eigenaar van die stem. David. De gitarist met het donkerblonde haar. Hij keek me glimlachend aan. "Neen. Ik denk dat ik in een nachtmerrie ben beland. Eentje over bosapen ofzo." fluisterde ik schor, waarna weer een hoestbui volgde. Davids glimlach verdween, maar Mathias lachte.
Net toen ik een derde croissant wou opeten ging de deur open en kwam Rik binnen. Zijn gezicht verhelderde meteen toen hij mij zag. Ik voelde me helemaal warm worden vanbinnen. Het leek alsof ik veel minder ziek was. Hij kwam naast me in de zetel zitten - Mathias zat al in een andere zetel sinds ik weer wakker was - en begon te spreken. "Zo." zei hij kalmpjes. "Onze schone slaapster is eindelijk wakker?" Voor ik kon antwoorden ging er voor de derde keer een deur open en kwam John binnen. Met alleen zijn boxer aan. "Help! Daar is bosaap numero twee!" piepte ik, waarna ik me achter een lachende Rik probeerde te verstoppen. Toen dat niet lukte trok ik het deken over mijn hoofd. Mathias en David lachten zo hard dat ik vreesde dat ze erin zouden stikken.
"Wil iemand me redden?" fluisterde ik, met een fikse hoestbui erachteraan. "John, doe alsjeblieft kleren aan voor je een gezamenlijke ruimte binnenkomt. Alsjeblieft zeg! Ik wil graag ouder worden dan achttien!" verzuchtte Rik. John bromde wat en ik hoorde een deur dichtgaan. Voorzichtig piepte ik onder de deken uit om zeker te zijn dat hij weg was, waarna ik weer recht ging zitten. "Duizend maal dank, mijn bosaap-verdrijvende prins!" fluisterde ik, met een dankbare blik op Rik. "Geen probleem prinses." was het antwoord. Ik werd weer helemaal warm vanbinnen.
Eindelijk verorberde ik het derde croissantje. "Voel je je al wat beter?" vroeg Mathias plots. Ik knikte, waarna ik opkeek. "Vertel me nu maar eens hoe het komt dat ik een pyjama aan heb. Ik hoop dat niemand van jullie dat heeft gedaan?" David begon wat dom te grijnzen, Mathias werd spontaan rood en Rik schudde snel zijn hoofd. "Dat was een kamermeisje." zei hij. Ik grinnikte. "Gelukkig maar." mompelde ik. Wederom kwam er een fikse hoestbui. Ik keek maar niet opzij naar Rik, want ik was er zeker van dat als ik dat deed, ik spontaan flauw zou vallen. Toch wist ik zonder te kijken dat hj mj aankeek. In stilte at ik de laatste croissant op.

Hoofdstuk 4: Samen leven

De jongens bleven een weeklang intensief voor me zorgen. Ze leken elk hun eigen taak te hebben. Mathias was er om mee te praten, David om gek mee te doen, John zorgde ervoor dat ik me veilig voelde en Rik was er om verliefd aan te staren. Op momenten dat hij dat niet merkte natuurlijk. Tegen het einde van de week was ik weer zo goed als genezen en een heel stuk aangesterkt. Ik stond weer op mijn eigen benen en kon met mijn normale stemvolume spreken. Het hoesten was helemaal over.
Het was al vier dagen na nieuwjaar toen ik zachtjes probeerde te zingen. Meezingen met een CD van Witerheits eigenlijk, maargoed. Zo was ik ook weer eens aan het zingen, toen Mathias binnen kwam stormen. "Raad ee.. Bah! Zet dat af! Welke kat is daar zo hoog aan het janken!?" Ik lachte. Dat zei hij dan ook elke keer wanneer ik Witerheits liedjes afspeelde als hij in de buurt was. "Dat ben jij." antwoordde ik. Het refrein van Overweight begon te spelen. "Ik? Kan niet! Ik zing veel lager!" riep Mathias uit. Om dat te bewijzen ging hij op een overdreven lage toon meezingen. Die ontkenning was nieuw. Ik zette lachend de radio af. "Je kent toch maar mooi de tekst he?" plaagde ik. Mathias stak zijn tong naar me uit, waardoor zijn tongpiercing in zicht kwam, die me tot dan toe niet opgevallen was.
"Maar raad eens wat voor goed nieuws ik heb!" vervolgde hij. Ik fronste vragend. "Hl goed nieuws?" deed ik een poging. Mathias grijnsde vrolijk. "Ik heb Jesper, onze manager, overhaald om jou aan te nemen als onze assistente. Dan heb je werk." Mijn mond viel werkelijk open van verbazing. Ik staarde Mathias aan als een zombie. Hun assistente zijn betekende overal mee naartoe gaan en Rik lke dag zien. Ik slaakte een luide, vrolijke kreet en vloog een lachende Mathias om de hals. Ik trok hem mee in een rondedansje. "Dat is geweldig!" riep ik vrolijk uit. "Wat is er zo geweldig?" klonk het van bij de deur. Ik liet Mathias los en stormde toen op Rik af. Ik vloog ook hem om de hals. In al mijn vreugde drukte ik een kus op zijn mond. Meteen werd ik knlrood, zette twee stappen achteruit en staarde verlegen naar de grond.
Rik deed alsof er niks gebeurd was. "Wat is er nou zo geweldig?" "Ellen wordt onze nieuwe assistente!" riep Mathias uit, voor ik iets kon zeggen. Riks gezicht klaarde helemaal op. "Maar dat is geweldig!" Ik knikte met een brede glimlach op mijn gezicht. "Wat?" vroeg nu David van op de gang. "Ik word jullie nieuwe assistente!" zei ik vrolijk. "Leuk!" was Davids spontane antwoord. Ik lachte vrolijk. "Mathias!" krijste ik toen. Ik vloog laatstgenoemde weer om de hals. "Dankje, dankje, dankje, dankje, dankje!" riep ik hyper uit. Toen stond ik stil. "Oke, nu ben ik weer normaal." zei ik toen. Net toen ik hem wou loslaten, verscheen er een meisje in de deuropening. Ik zeg meisje, want ze zag er zo'n twee jaar jonger uit, maar eigenlijk was ze dan al 16. "Prachtig." zei ze droog. "Ook leuk om jou te zien, Liebe." Ze had het overduidelijk tegen Mathias. Meteen liet ik hem los en zette ik vijf stappen achteruit, richting Rik. Het meisje nam me kritisch in zich op.
"En jij bent?" vroeg ze kalm. "Ellen." antwoordde Rik in mijn plaats. "Mathias heeft er net voor gezorgd dat ze onze nieuwe assistente wordt." Het meisje knikte langzaam. "Ik zou hem ook om de hals vliegen ja." zei ze. Er verscheen een klein glimlachje op haar gezicht. Ik tastte met mijn hand naar die van Rik. Als afgesproken pakte hij de mijne vast en we verstrengelden onze vingers. Ik ging dicht tegen hem aanstaan, als waren we samen. Hoewel er geen enkel spoortje jaloezie op het gezicht van het meisje te zien was geweest, leek ze ergens toch opgelucht door dat gebaar.
"Ik ben Manu." stelde ze zich voor. "Mathias vriendin." Ik glimlachte plichtsmatig. "Aangenaam." zei ik stil. Manu liep naar Mathias toe, legde haar armen om zijn hals, drukte een kus op zijn mond en trok hem toen even tegen zich aan. Mathias keek ons over haar schouder dankbaar aan. Ik knipoogde kort. Inwendig bruiste ik van leven. Mijn hand, die verstrengeld was met die van Rik, tintelde helemaal. Ik keek kalm toe hoe Mathias en Manu mijn kamer uitliepen. David was al uit de gang verdwenen. De deur viel dicht achter de twee tortelduifjes. Nog voor hij helemaal dicht was liet ik Riks hand los en zette een stap van hem weg. Hij hield mijn hand vast. Ik keek hem verward aan.
"Je bent duidelijk weer helemaal beter." zei hij met een glimlachje. Ik knikte langzaam. Even was er een stilte. "Het is echt leuk dat je onze assistente wordt." zei hij toen. Ik knikte weer, mezelf vervloekend dat ik er geen geluid uitkreeg. Toen liet hij mijn hand wel los. Ik liep naar mijn bed toe en ging erop zitten. Ik staarde wat naar de muur. Mijn buik leek vergeven van de vlinders, fladderende vlinders. Ik slikte. Net op dat moment kwam Rik naast me zitten. Ik probeerde niet opzij te kijken, maar het leek als vanzelf te gaan. Ik keek recht in zijn twee bruine ogen en verloor mezelf er haast in. Hij glimlachte. Ik glimlachte terug. Zo zaten we daar even, maar er gebeurde niets.
Ik heb vaak gedacht dat die dag de mooiste van mijn leven was. Ik kuste Rik op zijn mond n werd assistente van Witerheits. Maar sinds Kahlans geboorte twijfel ik daaraan. Het gevoel dat je krijgt als juw kind in je armen gedrukt wordt stijgt ver boven welke verliefdheid dan ook uit. Te weten dat die kleine handjes met daaraan perfecte miniature vingertjes toebehoren aan jouw dochter, dat die dunne armpjes later rond jou heen zullen worden geslagen, dat achter die gesloten oogleden twee prachtige groene ogen schuilgaan. Dat gevoel valt niet te beschrijven, maar volgens mij was dt de mooiste dag van mijn leven. Een kind is en blijft een kind. Als je er zelf een hebt kan je niet anders dan ervan houden, het koesteren. Ja, dat was wat ik in Kahlan vond. De liefde en genegenheid die ik ontbeerde op momenten dat Rik er niet was. En zo waren er vele. Nuja. Terug naar het verhaal.
Ik ging dus mee toeren met de jongens. Eigenlijk was ik gewoon het kamermeisje. Ik gaf hen hun spullen na elk concert wanneer ze terug waren in het hotel en zorgde ervoor dat ze altijd alles voorhanden hadden daar. Soms hielp Manu me, soms Lisa - Davids vriendin - en soms Jolijn of Brenda.
Die laatste twee waren goede vriendinnen van me geworden. Eigenlijk hadden ze zelf ander werk, maar we hadden teveel lol samen. Als we samen in n kamer bezig waren, waren we nooit echt volledig op ons werk geconcentreerd. Altijd maakte iemand wel een of andere domme opmerking waarna we weer een halfuur zaten te giechelen en te roddelen. We roddelden vooral over de jongens. Hun goede en slechte gewoonten. Het ging er ook vaak over wie er knap was en wie niet. Zij hadden het beide meer voor David, hoewel ze Mathias ook niet mis vonden. Ik deed alsof ik Mathias de knapste vond. Rik was knap noch lelijk, volgens hen, maar John viel helemaal buiten smaak.
We hadden het altijd erg gezellig met ons drien. Vanaf er een van de jongens de kamer binnenkwam vielen we steeds meteen stil en dan schoten we in de lach door hun verbaasde gezicht. Op een keer kwam Mathias zomaar binnenwandelen, waardoor hij nog een stuk gesprek opving. Hij heeft er ons sindsdien nog lang mee geplaagd dat we hem knap vonden. Ik trok het me niet zo aan, want ik wist dat het voor mij anders was. Jolijn en Brenda daarentegen bloosden elke keer als hij nog maar hun richting opkeek. Uiteindelijk werden ze ook weer wat minder verlegen en ze begonnen - als Manu niet in de buurt was - heel opdringerig tegen Mathias aan te hangen. Daardoor hield die eindelijk op met hen te plagen.

Hoofdstuk 5: Open kaart

Weer verstreken er vele maanden. Ik werd negentien. Witerheits kreeg steeds meer succes. Tussen mij en Rik daarentegen gebeurde er niets meer. De vier jongens en ik werden natuurlijk hele goede vrienden, maar ik hield me meestal zo ver mogelijk uit Riks buurt, uit verlegenheid. Tot de dag kwam - een van de mooiste dagen van mijn leven - dat ik besloot om open kaart te spelen met hem. Ze hadden - voorlopig - geen concerten, dus we bevonden ons in de opnamestudio. Ik liep ongegeneerd de leefruimte binnen. "Hoe vaak heb ik al gezegd dat je moet kloppen?" vroeg John meteen. Het was zo ongeveer zijn standaard begroeting aangezien ik nooit klopte, behalve op bad- of slaapkamerdeuren. "Hoe vaak heb ik al gezegd dat je maar niks raars moet uitvoeren in openbare ruimtes." antwoordde ik, zonder hem zelfs maar aan te kijken. Ik liep door naar de gang en zo tot bij Riks kamerdeur en klopte aan.
"Binnen." klonk het. Ik opende de deur, liep naar binnen en sloot het weer achter mij. Hij stond bij zijn bureau, zijn hoofd naar mij toegedraaid, met een aantal papieren in zijn handen. "Rik." begon ik kalm, terwijl ik naar hem toeliep. De vlinders in mijn buik was ik al gewoon, maar nu was ik ook nog eens zenuwachtig. "Wat?" vroeg hij en draaide zich helemaal naar me toe. Ik stopte voor hem. Even keek ik hem recht aan, hl even twijfelde ik zelfs, voor ik mijn lippen zonder pardon op de zijne duwde. Spontaan veranderden de kriebels in mijn buik in een golf van getintel die helemaal door me heenging.
De papieren die Rik vast had gleden uit zijn handen en donderden op de grond. Hij leek een momentlang niet meer te kunnen bewegen. Toen, plots, legde hij zijn handen op mijn schouders en duwde me een stukje achteruit. Ik had me al voorbereid op de teleurstelling, dus hard kwam het niet echt aan. Hij keek me even recht aan, licht onderzoekend, waarna hij glimlachte en me gewoon opnieuw kuste. Ik voelde hoe mijn hart enkele tellen leek stil te staan, waarna het dubbel zo snel verder klopte. Waarom reageerde ik altijd zo als hij me aanraakte? Gewillig opende ik mijn mond een stukje.
De kus leek langer te duren dan hij eigenlijk duurde, maar nog steeds vond ik het niet lang genoeg. Net toen hij zijn hoofd weer terugtrok werd er op de deur geklopt. Ik bukte me kalm om de papieren die Rik had laten vallen weer op te rapen. "Ja?" klonk het van Riks kant. De deur ging open. "Rik, heb je..?" klonk het opgewekt. Verder bleef het akelig stil. Ik raapte de papieren bij elkaar, stond rustig op en legde ze op het bureau waarna ik omkeek. Astrid - was het Astrid? - van de geluidstechniek keek ons een voor een aan.
"Hebben jullie gezoend?" vroeg ze. Ik was verbaasd over die vraag. Rik duidelijk ook. Hij knikte tergend langzaam. Astrid slaakte een kreet, draaide zich om, rende de gang op en riep: "Rik en Ellen hebben gezoend!" Ik keek verbaasd opzij naar Rik, hij keek verbaasd terug. Hij begreep hier dus ook helemaal niets van. We wandelden samen naar de gang toe en zo tot in de - soort van - woonkamer. Daar stond een hele groep. Mathias, David, Manu, Jolijn, Brenda, Astrid en zelfs John stonden ons naar ons te kijken. Staren eerder
"Wat?" vroeg ik, iet of wat ongemakkelijk. "Wt, vraagt dat dan!" riep Mathias bijna uit. "David, jij bent Rik!" Hij deed alsof hij op een stoel zat en druk bezig was. David deed alsof hij een boek las. Dit was een, voor mij, bekende situatie. Het gebeurde maar al te vaak dat ik weer eens wat in de administratie te zoeken had terwijl Rik in mijn buurt een boek las. Ik begreep dus niet waarom ze dat deden. Tot het begon.
Mathias keek op een gegeven moment 'onopvallend' opzij naar David, zoals ik effectief ook altijd deed als zo'n situatie zich voordeed. Net op het moment dat Mathias wegkeek, keek David op. Zo keken ze een paar keer heen en weer. "Rk?" blrde Mathias plots op een irritant hoog toontje. "Wat?" vroeg David kalmpjes, in een haast perfcte imitatie van Rik. Ze hadden dit duidelijk vaker gedaan. David trippelde naar Mathias toe en keek over zijn schouder naar de zogezegde papieren. Daarbij ging hij haast tgen Mathias aanstaan. Ik fronste. "Kappen. Nu. Of ik vertel bepaalde mensen over bepaalde gebeurtenissen." zei ik gerriteerd. Meteen schaarden de twee zich weer bij de rest van de groep, met een berouwvolle blik. Het bleef even stil.
"Hoe is het zo gebeurd?" vroeg Brenda toen. Ik keek even opzij naar Rik, waarna ik vijf meter van hem wegliep en me toen naar hem toedraaide. "Riiiik!" blrde ik op het irritant hoge stemmetje dat Mathias eerder voor mij had gebruikt. Ik liep onderwijl op Rik toe, met uitgestoken handen, gestrekte armen en een of ander dom trippelpasje. Helemaal huppelkont-like dus. Rik speelde het spelletje mee. Hij ving me op in zijn armen, waarbij hij opgewekt "Ellen!" zei. We drukten onze monden tegen elkaar, op zo'n manier dat onze neuzen heel nromantisch tegen elkaar knotsten en we beiden onze lach moesten inhouden. Ik draaide me weer om naar de rest van de groep, die ons ongelovig stonden aan te gapen met open monden. Het bleef een tijdje stil, terwijl ik probeerde niet in lachen uit te barsten.
"Goed." zei ik na een tijdje kortaf, omdat ik vreesde anders toch te gaan lachen. "Genoeg gestaard. Bekijk elkaar nu maar een beetje." Ik draaide me om en liep Riks kamer weer in. Hij volgde me kalmpjes. Vanaf de deur achter hem dichtviel proestten we het beide uit. "Hun gezchten!" gierde ik. "Die ks!" lachte hij. "Als ik ooit cht zo kus, dump me dan meteen. Alsjeblieft!" Ik deed een poging tot knikken. Toen we beiden uitgelachen waren, opende hij zijn armen een stukje. Ik liep meteen naar hem toe en liet me door hem omhelzen. Hij drukte een kus op mijn mond. Toen trok hij me tegen zich aan. "Weet je hoe lang ik dit al heb willen doen?" mompelde hij zacht, met zijn mond ergens in de buurt van mijn oor. Ik glimlachte. "Weet je hoe lang ik al wil dat jij dit doet?" antwoordde ik al even zacht. Ik wist gewoon dat hij glimlachte. "Ja, nou, dat hebben David en Mathias ons duidelijk getoond." Nu glimlachte ik ook.
Hij duwde me weer wat achteruit, boog zich naar me toe en kuste me weer. Ik voelde de vlinders in mijn buik alle kanten opfladderen, als om te ontsnappen, mijn hart klopte tien keer zo snel als normaal en dat allemaal om n simpele kus. Ik legde mijn armen om zijn hals en ging wat dichter tegen hem aan staan. "Liebe Schatz." zei Rik zachtjes. Het deed me spontaan denken aan de dag dat ik wakker werd in de zetel met Nieuwjaar en Mathias dat tegen me zei. Waarom dacht ik op een moment aan dit aan Mathias? Rik onderbrak mijn gedachten door verder te praten. "Ik laat je niet meer gaan." fluisterde hij haast.
Wat ik me eerder ook had ingebeeld, op dat moment was ik helemaal zeker dat mijn sprookje cht compleet was. Ik had Rik en hij had net gezegd dat hij me niet meer zou laten gaan. "Beloof je dat?" vroeg ik zachtjes. Hij keek me recht aan, wat zijn volgende woorden nog geloofwaardiger maakte. "Dat beloof ik uit de grond van mijn hart." Als zijn armen niet om me heen hadden gelegen, was ik waarschijnlijk op de grond gezakt. Nu weet ik wel dat die woorden niets meer dan een valse belofte waren, maar toen geloofde ik hem volledig. Na die woorden kuste hij me ook nog eens. Dat was voor mij een geweldig moment. Ik voelde me op dat moment echt gewoon geweldig. Woorden heb ik er niet voor. Ik kan het gevoel niet beschrijven.
Toen de kus eindigde leek Rik plots ergens aan te denken. "Ik moet Bianca bellen." mompelde hij. Ik fronste verbaasd. Bianca? Hij had toch geen vriendin ofzo? Waarom dacht hij net n aan haar? Rik leek mijn twijfel en verwarde blik op te merken want hij zei: "Bianca is mijn zus. Ik heb haar beloofd dat ik het haar meteen zou vertellen als er nieuws was." Ik lachte zacht. "Dus ze heeft al over me gehoord?" vroeg ik op een plagerig toontje. Rik bloosde licht. "Ach, nu ben je schattig." zei ik vertederd, waarna ik een kus op een van zijn rode wangen drukte. "Dankjewel." hoorde ik hem mompelen. De ironie in zijn stem was onmiskenbaar. Ik sloot mijn ogen even. "Ik heb me nog nooit zo goed en tegelijkertijd zo slecht gevoeld." mompelde ik toen voor me uit. Zonder dat ik het besefte schakelde ik over op Nederlands toen ik er nog wat achteraan mompelde. "Klerevlinders!"
"Wat?" vroeg Rik haast meteen verward. "Kliereflindersch?" probeerde hij me na te praten. Ik lachte. "Dat was mijn moedertaal." zei ik opgewekt. "Oh? Van waar kom je dan?" Ik schudde mijn hoofd met een glimlach. "Zoek dat zelf maar uit." zei ik plagerig. Hij trok een sip gezicht, maar ik gaf niet toe. "Iedereen zijn geheimpjes." zei ik kalm. Hij keek even nadenkend en haalde toen zijn schouders op. "Oke dan."

Hoofdstuk 6: Geluk

Weer verstreken er tijden. Ik werd ouder. Ik groeide op. Hoewel ik nog steeds even onnozel kon doen als daarvoor met Brenda en Jolijn, had ik zo ook wel eens mijn serieuzere momenten. Oke, toegegeven, die waren zeldzaam. Ik weet niet meer precies waarom maar van seks was er bij mij en Rik helemaal geen sprake. Volgens mij heb ik me daar een keer behoorlijk sterk erover uitgedrukt - negatief dus - en heeft Rik daarna het onderwerp niet meer ter sprake gebracht. Hoe dan ook, het stoorde me niet. Ik had er geen nood aan. Ik was blij met de relatie die ik met hem had. We hadden ook geen last van afstand, zoals Mathias en Manu, of meningsverschillen, zoals David en Lisa.
Mijn twintigste verjaardag kwam en ging, net zoals de eenentwintigste en de tweentwintigste. Witerheits brak ook door in Amerika rond die tijd. Het schema was drukker dan ooit. We trokken van hot naar her. De jongens hadden zowat geen pauzes. Wat wel een voordeel was: Samen met hun groeiden hun fans op. De gillende zestien en zeventienjarige meiden werden af en toe juichende en applaudisserende twintigers. De hopeloze tienerdromen die ze voorheen koesterden werden vervangen door een blijvende genegenheid voor de jongemannen op het podium. Vriendjes en zelfs verloofden namen de plaats in van 'liefde van hun leven.' Hoewel Witerheits bleef concerten geven, verliep het allemaal minder hectisch. De jongens zelf werden ook volwassener, natuurlijk. Mathias liet zijn haar kort knippen, David droeg iets smallere kleren en broeken die tenminste goed opgetrokken waren. Aan Rik en John veranderde niet z veel. John stopte met roken, dat was alles. Rik vermagerde alleen een beetje, iets dat waarschijnlijk enkel ik weet.
Dus zo verstreken de jaren. Van land naar land. Van hotel naar hotel. Van dag tot dag. Het was voor mij een rustige tijd. Ik hield van rondtrekken. Een groot deel van mijn jeugd had ik dan ook rondgetrokken. Trektochten met mijn ouders toen ik jonger was en van mijn vijftien op mijn eentje door Duitsland. Er waren geen problemen, bij niemand en alles leek geweldig te lopen. Tot de dag dat Larissa in mijn leven kwam. Stel je even voor; D grootste huppelkont die er op de wereld rondloopt, met van die hoge-hakschoentjes, een rokje dat ze bijna evengoed niet kan dragen, zo weinig bedekte het, een topje dat met een berg geluk nog net een btje blote huid verborg en de meest lelijke persoon die er bestaat. Nuja, eigenlijk was ze knap, Larissa.. Erg knap. Haar gezicht had alleen iets wat me niet aanstond. Iets wat me afstootte.
Iedereen vond haar wel ok, in het begin, behalve ik. Ik moest echt nks van haar hebben. Ze had me nooit wat misdaan, maar ik kon haar vanaf het prille begin al niet meer uitstaan. Als Larissa en ik samen in een kamer waren dan knetterde de lucht bijna. Ik moet toegeven, als blikken konden doden, was ze waarschijnlijk dood neergevallen van de eerste keer dat ze in mijn nabijheid haar mond opendeed. Ik wierp haar van het eerste moment al zo'n vuile blik toe.. Nuja. Waar Larissa vandaan kwam? Van de straat geplukt. Oke, nee, dat lieg ik. Het was Johns vriendin. Waar hij haar vandaan heeft gehaald weet ik ook niet. Op een dag nam hij haar mee naar de opnamestudio en sindsdien ging ze ook overal mee naartoe, net zoals ik. Het was voor de jongens niet handig, dat weet ik ook wel, maar voor mij evenmin. Hoe kwaad ik haar ook bekeek, als ik een moment alleen op mijn kamer zat voelde ik de tranen al opkomen.
Zo zat ik weer eens op mijn kamer, Larissa was misschien een half jaar bij ons op dat moment, toen Mathias aanklopte. Ik probeerde de tranen weg te vegen, maar hij opende de deur al en liep naar binnen. Net toen hij iets wou zeggen, zag hij mijn gezicht. Hij sloot de deur meteen achter zich en draaide het ding ook nog eens op slot. Toen kwam hij naar me toe. Zonder een woord te zeggen kwam hij naast me zitten, legde een arm om me heen en wreef even over mijn schouder.
De eenentwintig jaar oude Mathias, die nog steeds een kop groter was dan mij en toch een jaar jonger. Ik probeerde me nog even sterk te houden, voor ik me naar hem toedraaide, mijn hoofd tegen zijn schouder aanlegde en de tranen dan maar liet lopen. Mijn schouders schokten licht, maar ik hield me zelf zo goed ik kon in. Mathias zat daar naast me, met zijn arm om me heen geslagen, kalmerend tegen me te mompelen.
Toen ik uitgehuild was viste ik een zakdoek van mijn nachtkasje, snoot mijn neus en droogde de tranen. "Danke." mompelde ik, zonder Mathias aan te kijken. Ik gooide de zakdoek weg, wierp een blik op mezelf in de spiegel en keek Mathias toen aan. "Dus, wat wou je zeggen?" vroeg ik kalmpjes. Hij had me met zijn ogen gevolgd en zat me nu, van op mijn bed, rustig aan te kijken. "Kom eens hier." zei hij rustig. Ik voelde me als een hond die gecommandeerd wordt door het baasje, maar ik stapte maar weer tot bij hem. Hij stond op, waardoor hij meteen weer een hoofd boven mij uit stak, waarna hij een hand op mijn schouder legde.
"Wat scheelt eraan?" vroeg hij zacht. Eerst wou ik de vraag wegwimpelen, maar hij keek oprecht bezorgd dus ik gaf toe. "Larissa." verzuchtte ik. "Ik kan kwaad kijken wat ik wil, de spanning die hier hangt ontgaat mij evenmin. Ik snap dat het voor jullie echt niet makkelijk is. Vooral niet voor John, want het is zijn vriendin, maar ik kan haar echt niet hebben." Mathias knikte. "Ik kwam net vertellen dat Larissa een weekje naar huis gaat." zei hij toen. Het voelde alsof er een heuse last van mijn schouders werd gehaald. Ik ademde diep in en sloeg uit pure vreugde mijn armen om Mathias heen. Hij lachte zacht, waardoor ik hem snel weer losliet. 'Hoeveel beter kan mijn dag nog worden?' vroeg ik me in stilte af. Mathias verliet mijn kamer weer en de dag verstreek.
De avond van die dag zou mijn leven voor altijd veranderen. Kan je het al raden? Juist. Ik ging met Rik naar bed - neen, ik ga niet beschrijven hoe het was. Ik kan wel vertellen dat het niet veilig gebeurde en dat daaruit Kahlan ontstond. Dat laatste wist ik toen nog niet natuurlijk. De weken verstreken zonder dat ik iets doorhad. Tot ik op een ochtend wakker werd en meteen naar de WC moest vluchten. Ik had al gemerkt dat ik lichtjes verdikt was, maar zoveel lette ik er niet op, aangezien ik continu bezig was. Na dat gebeuren echter, ging ik meteen om een zwangerschapstest. Die bleek dus positief. Leuk nieuws. Mij maakte het niet uit. Alleen moest ik het Rik nog duidelijk maken. Dat gebeurde natuurlijk op mijn eigen subtiele manier, waarbij ik hem vooral hl zachtjes voorbereidde. Niet dus.
Ik liep de badkamer uit, rechtstreeks naar Rik toe. "Ik ben zwanger." was het eerste wat ik zei, waarna ik een kus op zijn mond drukte en hem compleet verbijsterd achterliet om te proberen toch ts van ontbijt binnen te krijgen. Mathias en David zaten al aan de keukentafel. David met cola - Ik rende bijna weer naar de wc toen ik het zag. -, Mathias, gelukkig, met thee, zoals elke ochtend. Ik begroette met een hartelijke 'Goeiemorgen!' en nam plaats.
Pas toen ik na een halfuur n broodje binnen had gespeeld kwam Rik binnengelopen. John had al lang ontbeten en was nu waarschijnlijk met Larissa aan het bellen. Dat kind liet hem ook geen twee minuten met rust. Ik glimlachte lichtjes naar Rik, terwijl ik opstond. Hij kwam naar me toe gewandeld, legde zijn armen om me heen en kuste me. De tweeling, die 's ochtends gewoon waren dat ik en Rik elkaar een vluchtige kus gaven, staarden ons zowat aan toen de kus bleef duren. "Wat valt er te vieren?" vroeg Mathias, nadat hij zijn hap had doorgeslikt. Ik onderbrak de kus, bleef Rik nog even aankijken en richtte me toen tot Mathias. "Ik ben zwanger." zei ik zacht, waarbij ik onbewust een hand op mijn buik legde.
Davids broodje glipte uit zijn hand en donderde de grond op. Mathias glas thee volgde het voorbeeld van Davids broodje, ontsnapte aan Mathias vingers en sloeg kapot op de grond, waardoor er een hele plas hete thee zijn weg naar vrijheid zocht. Ik schoot spontaan in de lach en rende meteen naar de wc om het schrale ontbijt van die ochtend weer uit te spugen.

Hoofdstuk 7: De baby

En zo verstreek de tijd. Toen John het nieuws hoorde dat ik zwanger was heeft hij zich een hele dag opgesloten in zijn kamer - ik veronderstel om met zichzelf in beraad te gaan - waarna hij het uitmaakte met Larissa. Spontaan was de sfeer in de groep een stuk beter. De dagen regen zich aaneen. Concerten kwamen en gingen. Ik bleef evenveel doen, aangezien mijn werk niet moeilijk was. Tot ik acht maanden zwanger was. De jongens dwongen me om rust te nemen en niets meer te doen, wat ertoe leidde dat ik een hele dag chagrijnig was omdat ik me verveelde. En toen was de dag gekomen.
Gewoon, midden op de dag - ik las kalm een boek - brak mijn water. Ik panikeerde, kreeg mezelf weer in de hand en belde het dichtstbijzijnde ziekenhuis. De jongens hadden net die dag een lokaal concert in Duitsland, dus ik zat in Mnchen. Er werd een ambulance gestuurd en alles verliep vooral heel hectisch en ingewikkeld. Om een lang verhaal kort te maken, ik was nt op tijd in het ziekenhuis voor de bevalling. Buiten de pijn en al het Nederlandse gevloek en getier dat uit mijn mond kwam verliep het nog vrij goed. Geen keizersnede. Geen verdoving. Puur natuur.
Er werd mij verteld dat Rik niet bereikbaar was. "Bullshit!" riep ik uit. "Breng me een telefoon!" En dat deden ze. Ik tikte meteen Riks Gsm-nummer in. Na nog geen twee bieptonen werd er opgenomen. "Rik." klonk het, licht buiten adem. "Liebe. Ik lig in het ziekenhuis." vertelde ik. "Je hebt een dochter. Gezond en wel." Het bleef doodstil. "Rik?" vroeg ik even later bezorgd. "Maar dat is geweldig! Waarom was ik er niet bij?" stamelde hij. Ik slikte. "Ze konden je niet bereiken. Het ging voor mij ook allemaal zo snel." Het bleef even stil. "Verdomme." zei hij toen. Ik was blij dat Rik het even erg vond als ik dat hij er niet bij kon zijn. "Kom." zei ik alleen nog maar, waarna ik ophing.
Na ongeveer tien minuten werd Kahlan me gebracht. De verpleegster duwde het bundeltje baby in mijn handen met de woorden 'Het is een meisje.' -alsof ik dat nog niet wist- en liep toen weer weg. Ik keek haar even verbaasd na, voor ik mijn ogen op Kahlan richtte. Ik was meteen verkocht. Het leek alsof alle belangrijke dingen in mijn leven werden weggenomen en vervangen door dit ene kleine kindje. Ik streelde met mijn vinger langs Kahlans wang en barstte spontaan in liefdevolle tranen uit. Mijn dochter, wat klinkt het nog steeds geweldig om dat te zeggen, opende haar oogjes en keek me even met die heldere blik van haar aan. Ik glimlachte door mijn tranen heen naar haar. "Hey meisje." zei ik stilletjes. "Heb je honger?" Ik legde haar tegen me aan en wiegde haar wat heen en weer, waardoor ze spontaan begon te huilen. Verward probeerde ik haar stil te krijgen. Dat lukte me pas toen ik haar liet drinken.
De tijd verstreek, ik lag daar in het bed met Kahlan bij me. Zachtjes streelde ik over haar wangetjes als ze sliep of ik wiegde haar heel langzaam heen en weer terwijl ik een Nederlands kinderliedje zong. Op het moment dat ze voor de tweede keer bij me dronk, kwam Rik de kamer binnen. Hij was duidelijk zo snel hij kon naar me toe gekomen en er was dan ook maar ongeveer een uur verstreken. Het concert was namelijk ook niet bij de deur geweest. Ik kreeg een kus op mijn mond, waarna zijn blik naar Kahlan gleed. "Ik hoop dat je naar je dochter kijkt, want anders kan je een mep krijgen." zei ik opgewekt. Hij richtte zijn ogen weer op mij en kon het duidelijk niet laten te glimlachen om mijn woorden. Vanaf Kahlan klaar was met drinken reikte ik haar naar Rik.
Hij nam haar zo voorzichtig aan alsof ze elk moment kon breken. Een tijdje bekeek hij haar, te verbaasd over het feit dat hij zijn eigen, pasgeboren dochter in zijn handen had. Kahlan keek even terug zonder echt besef te hebben van wat ze zag, sloot toen haar oogjes en viel weer in slaap. Niet veel later kwamen de andere drie binnen. "Gefeliciteerd, mama!" zei Mathias meteen, waarna hij naar me toekwam om me een kus op mijn wang te geven. De andere twee feliciteerden me op dezelfde manier. Eerst David, dan John. "Gefeliciteerd, peter." gaf ik die laatste ten antwoord. "Tenminste, als je dat wilt." John keek me verbouwereerd aan. "Ik?" stamelde hij. Ik knikte. Hij slikte, staarde me aan en slikte nog een keer, waarop hij spontaan gefeliciteerd werd door David en Mathias. Rik had de hele tijd aan de kant gestaan, met Kahlan in zijn armen, starend naar haar perfect gevormde, miniature vingertjes, handjes, neusje, oogjes, lippen en oortjes. Na John te feliciteren ging de tweeling echter op hem af.
"Mag ik even?" vroeg Mathias. Rik knikte, nadat hij zijn blik eindelijk van zijn dochter had losgescheurd. Langzaam overhandigde hij zijn dochter aan Mathias. Die nam Kahlan zo voorzichtig mogelijk van haar vader over en bekeek haar gezichtje. "Ze is prachtig." fluisterde hij, waarbij hij opkeek naar me. Ik zag een twinkeling in zijn ogen. Dezelfde twinkeling die in Davids ogen verscheen toen hij naar het kleine wezentje keek. Ik knikte glimlachend, ten antwoord op Mathias woorden. Kahlan werd door iedereen even vastgehouden, waarna ik haar weer aangereikt kreeg door John.
"Dit was het zeker waard om het concert uit te stellen." zei Mathias toen, zacht lachend. David knikte, maar ik schrok op. "Wat? Hebben jullie het concert uitgesteld? Waarom? Ik had alleen Rik nodig..?" zei ik verward. Nu was het David die zacht lachte. Ik zag meteen weer die gelijkenis tussen hem en Mathias, zelfs al waren ze zo anders. "Je dacht toch niet dat wij jullie dochter lager stelden dan welk concert ook? De fans hebben te horen gekregen dat Rik vader is geworden en dat we het concert dus morgen zullen doen."
Ik was zo ontroerd door die woorden dat ik alleen maar 'Danke Schn' kon fluisteren. Het verbaasde me dat de bevalling me zo emotioneel had gemaakt, maar ik vermoedde dat het deels ook de uitputting was. Voor ik verder op die gedachte kon ingaan, rolden de tranen al over mijn wangen. Ik veegde ze weg, met een licht gerriteerd gezicht. "Zenuwen." mompelde ik op de verbaasde en bezorgde blikken van de vier jong.. Mannen. Jongens kon ik ze eigenlijk al niet meer noemen. Iemand legde mijn bed plat - het hoofdeinde kon je rechtop zetten. Ik wist niet wie het was, want vanaf ik mijn ogen sloot sliep ik al. Althans, zo voelde het.
En toen ging het leven verder. Ik bleef nog enkele dagen in het ziekenhuis, waarna ik naar huis mocht. Het enige verschil in het verdere verloop van de dagen, was dat er een baby bij was. Kahlan was eigenlijk een doodbraaf kind. Ze huilde haast nooit 's nachts. Zolang ze om tien uur kon drinken sliep ze over het algemeen braaf door tot zeven uur. Het verbaasde me, maar ik was er zeker niet rouwig om. Tegen dat Kahlan wakker werd was er altijd wel iemand van de band wakker die haar flesje tegen dan al klaar had gemaakt.
Eigenlijk werd Kahlan door vijf mensen verzorgd. John zag het als zijn plicht als peter van Kahlan, terwijl Mathias en David het gewoon leuk vonden om met zo'n klein kindje bezig te zijn. Ik had het nooit in de tweeling gezien, doch ik vond het alleen maar een positief punt. Manu en Lisa dachten daar soms anders over, aangezien de jongens vaker met het kind bezig waren dan met hen. Toen ik hen daar een keer op wees, haalden ze hun schouders op en hun ogen gingen als automatisch naar de wieg waar mijn dochter lag. Ik kon hen gewoon niet berispen na die blik.
Jolijn en Brenda zorgden overdag af en toe mee voor Kahlan, maar ze hadden het beiden iets minder voor kinderen. Ik nam het hen niet in het minst kwalijk. Ik was algauw blij dat we nog altijd onze gezamenlijke onnozele momenten konden hebben. Ook Bianca kwam op bezoek. Zij was immer Kahlans meter, aangezien ik niemand van mijn familie zelfs maar over haar had verteld. Ik had geen contact meer met wie dan ook uit mijn oude leven gehad sinds ik was weggelopen en ik voelde me er goed bij. Wel voedde ik Kahlan deels Nederlands en deels Duits op. Ik sprak altijd Nederlands tegen haar en de jongens Duits. Het is daardoor dat ze nu dan ook Duits n Nederlands brabbelt.
Ik had een speciale manier van opvoeden, zo vertelde iedereen me. Ik sprak namelijk altijd met Kahlan. Bij alles wat ik met haar deed stak ik een verhaaltje tegen haar af, waarbij ik vaak tijd liet voor haar om een geluidje te produceren of zelfs gewoon een blik op me te werpen. Ik vertelde haar altijd wat ik deed, hoe ik het deed, hoe ik me daarbij voelde, of hoe zij zich kon voelen. Het is denk ik door die 'gesprekjes' dat ze heel leergierig is kwestie van spraak. Ze is nog maar drie, maar brabbelt nu al hele verhalen tegen me, die ik soms maar met moeite kan verstaan. Gelukkig maakt het haar niet uit wt ik antwoord, ls ik maar antwoord. Meestal zeg ik dus 'Ja.', 'Dat vind ik ook.' of 'Zeker en vast.' waarna zij dan weer verder brabbelt.

Hoofdstuk 8: Het vertrek

Zoals ik al zei; Het leven ging gewoon voort. De jongens deden concerten terwijl ik thuis bleef. Niet in de studio, neen, Rik kocht een klein, maar gezellig huisje in de buurt van de studio. Daar verbleef ik en daar kwamen Brenda en Jolijn ook werken. Het was wel een herademing, moet ik toegeven, om mijn eigen huis te hebben, waar ik kon doen en laten wat ik wou zonder aan iemand verantwoording te moeten afleggen.
Ohja, voor ik het vergeet. Ongeveer een maand nadat Kahlan geboren was, beviel ook Manu. Aangezien zij nooit vaak bij ons was hadden zij en Mathias niet veel moeite gehad het voor de rest te verzwijgen. Het kwam als een verrassing voor ons allemaal. Ze kregen een zoontje. Steven. Uitgesproken op z'n engels, als Stieven dus. Ik heb hem eigenlijk niet zo veel gezien. Manu bleef vaker in het huis dat Mathias en zij bewoonden. De enige die nog in de opnamestudio leefde was volgens mij David.
Ookal druiste dat volledig tegen Lisas mening in. Hoe ouder hij werd, hoe minder hij zich van anderen aantrok, leek het wel. Tegen mij is hij echter altijd even vriendelijk gebleven. Ik denk dat hij teveel van Kahlan hield daarvoor. Het maakte mij echter dubbel zo blij dat ik een eigen huis had en Rik wel belang hechtte aan mijn mening. Naja.. Over het algemeen was Rik niet vaak thuis, maar wanneer dat wel zo was ging al zijn aandacht naar mij en Kahlan uit en kon al de rest stikken.
Naarmate Kahlan ouder werd, werd al zijn aandacht alleen nog maar op haar gericht en die van haar enkel op hem. Ik was jaloers, dat zal ik niet ontkennen. Elk uur van elke dag van elke week stak ik in onze dochter. Ik doorstond al haar slechte buiten, troostte haar wanneer ze weer eens huilde om een klein pijntje en was er ltijd voor haar. Rik daarentegen was er misschien met moeite twee maand op een jaar, en toch leek het voor mij alsof Kahlan meer van hem hield dan van mij. Ze vloog hem om de hals vanaf ze hem zag en was niet meer uit zijn buurt weg te slaan. Hij is haar vader, oke, dat snap ik wel, maar ik ben toch ook haar moeder? Het leek alsof ze niet keek naar alle dingen die ik voor haar deed, maar bij het minste dat Rik iets tegen haar zei, ze hem helemaal geweldig vond. Ik deed al die dingen met plezier voor haar, daar niet van, ik wil niet zeggen dat ik het haatte om voor haar te zorgen. Het was gewoon.. Ze leken er beide maar vanuit te gaan dat ik al die dingen deed. Alsof dat logisch was. Dat het zo gebeurde en iedereen dat maar moest aanvaarden.
Kahlan heb ik dat nooit kwalijk genomen, zij was - en is - nog zo jong, maar Rik nam ik het kwalijk. Ik zocht alleen af en toe een teken van appreciatie voor wat ik deed, maar dat kreeg ik niet. Nooit. Ik denk dat vooral daardoor mijn gevoelens tegenover hem langzaam veranderden van liefde naar afkeer en nu uiteindelijk haat. Ik kan niet anders dan toegeven dat ik misschien fout zat, waarschijnlijk fout zat, maar het is gebeurd en ik kan er nu eenmaal niets meer tegen doen, zelfs als ik dat gewild had. Ja, daarmee bedoel ik dat ik er niets meer aan wil doen. Ik snap best dat het niet expres was en dat hij het anders zou doen moest dat kunnen. Het is gewoon te laat.
Nu ik dit allemaal vertel kan ik het niet blijven ontkennen. Eigenlijk voel ik nog wel liefde voor Rik. Ik houd nog van de persoon in hem waar ik op 16 jaar al van ging dromen. Ik hou van alles wat hij deed vr Kahlan er was. Alles wat we toen samen deden. Ik haat echter hoe het is geworden sinds Kahlan er is. Dat ligt niet aan Kahlan, ik zeg niet dat ik haar liever nooit geboren had geweten, dat bedoel ik niet, maar ik had het liever anders zien gebeuren. Sinds ik niet meer meekan op touren is het eigenlijk gewoon allemaal verkeerd gegaan. Ik snap best dat Witerheits belangrijk voor Rik was, en nog steeds is. Ik snap ook dat hij graag zoveel mogelijk van de tijd die hij thuis doorbrengt met zijn dochter wilt spenderen, maar dat hij daarvoor mij maar volledig moest negeren? Dat ik maar gewoon aan de kant moest worden gezet?
Op momenten dat hij er was voelde ik me meer een huishoudster dan een vriendin, toch zeker het laatste jaar. Toegegeven, dat lag waarschijnlijk deels aan mij. Rik kwam binnen, sloeg zijn armen om me heen, gaf me een kus en ging naar Kahlan kijken, waarna hij zich gedroeg alsof zij het enige op de wereld was. Naarmate de tijd vorderde irriteerde ik me meer en meer. Ik beantwoordde zijn kus niet of trok me zelfs los uit zijn armen. Of de andere drie dat zagen of niet, kon me niet schelen. Het moet hen wel opgevallen zijn, doch, niemand sprak erover.
Ja, dat was mijn leven. Zo leefde ik ongeveer de voorbije drie jaar. In het begin viel het nog mee, omdat ik het gewillig verdroeg, maar later gedroeg ik me koeler en koeler. Ik begon het allemaal te haten. Nog steeds deed ik alles voor Kahlan, maar om de 3 4 maand kwam er eens een vreemde man in ons leven, die Kahlan van me afpakte en mij als een stuk meubilair behandelde. Dat was hoe het voor mij voelde. Dat was de manier waarop ik mijn dagen doorging als hij er was. Als een stuk meubilair. Ik bestond. Ik had een reden om te bestaan. Ik had een reden om niet buiten gegooid te worden, maar daar stopte het ook.
Rik had Kahlans geboorte gemist, oke, maar hij miste ook haar eerste woordjes, haar eerste stapjes, de eerste keer dat ze zelf at,.. Al die momenten vereeuwigde ik in mijn gedachten, maar hij heeft ze nooit gezien, ik kon hem er alleen maar over vertellen, maar na een tijdje deed ik dat ook niet meer. Hij zag zijn dochter niet groter worden. Hij had momentopnames van haar. Een weekje hier, een maandje daar, een dagje hier, soms zelfs maar een uurtje. Kahlan was altijd reuzeblij als ze hem zag en sprak vaak over hem als hij er niet was. Ik daarentegen had het liever zo min mogelijk over hem. Ik voelde me met elke dag dat hij er was slechter worden. Vanaf hij weer wegging werd ik ook meteen een heel stuk vrolijker.
Het viel niemand op, natuurlijk. Er was niemand die het kn opmerken. Kahlan wass te jong en de andere jongens waren eveneens weg als Rik er niet was. Jolijn en Brenda waren er wel als Rik er niet was, maar niet meer als hij er wl was. Dus het viel niemand op. Het eindigde op de dag dat ik er genoeg van kreeg. De dag dat ik een artikel in een of ander tijdschrift las en besefte dat het genoeg was. Het eindigde gisteren. Gisterenavond, eigenlijk. Ik had eindelijk 's avonds ergens tijd gevonden om de post te lezen. Nuja, post. Een hele hoop tijdschriften die we automatisch kregen omdat er vaker dingen over Witerheits in stonden. Kalmpjes ging ik dus al die tijdschriften af, tot mijn blik werd getrokken door een artikeltitel op de voorpagina. Ik bladerde snel naar de juiste pagina en liet mijn blik over de tekst glijden. Het was een engels tijdschrift.
'Is Witerheits drummer Rik Miesen cheating on his girlfriend?' luidde de titel. De foto erbij zei eveneens genoeg. Rik - duidelijk cht Rik - kussend met een of ander sloerie van een jaar of twee jonger misschien. Het leek alsof ik mijn avondeten kon voelen omdraaien in mijn maag, maar het kwam er gelukkig niet uit. Net op dat moment kwam Kahlan aanwaggelen. Ik sloeg het tijdschrift dicht en hief mijn dochter op mijn schoot. "Wat zou je ervan vinden als mama en Kahlan eens op reis gingen?" vroeg ik met een fake glimlachje. "Reis!" kirde ze meteen. Ik glimlachte oprecht. "Morgen vertrekkken we." Kahlan brabbelde wat en liep toen weer weg. De rest van de avond besteedde ik aan inpakken. Toen ik vanochtend weer opstond schreef ik allereerst een kort briefje aan Rik. Ik kan me nog zo herinneren wat ik schreef.

'Rik,
Ik ben zeker dat er een goede uitleg is voor deze foto,
maar het feit alleen al dat ik zelfs maar dnk aan de
mogelijkheid dat je me bedriegt is voor mij een teken
dat het niet meer gaat. Het spijt me. De omstandigheden
waren ons gewoon niet gunstig gezind. Ik heb veel
van je gehouden. Vandaag vertrek ik naar mijn
thuisland. Samen met Kahlan.
Ellen'

Het briefje heb ik op het keukenaanrecht gelegd, bovenop het tijdschrift met dat bepaalde artikel erin. Ik ben daarna naar boven gegaan, heb Kahlan wakker gemaakt en haar helpen aankleden en klaarmaken, waarna we vertrokken. Ik nam weer een hele hoop cash geld mee en de - opnieuw - goed gevulde bankkaart van mijn vader. Zo liep ik met Kahlan de stad in, waar ik een taxi tegenhield. We vertrokken ongeveer een uur voordat de mannen zouden thuiskomen. En nu zit ik dus hier, in deze taxi. Niet veel anders dan 11 jaar geleden. Ik ben al bijna een uur onderweg, maar nog steeds in Duitsland. Ik vraag me af hoe Rik zal reageren als hij mijn briefje leest. Achter mij klinkt de sirene van een politieauto en mijn taxichauffeur wordt teken gedaan te stoppen. Ik zucht, maar laat het allemaal maar gebeuren. Ik heb de routineuze cirkel onderbroken en ben eindelijk weggegaan uit dat huis. Kahlan wordt langzaam wakker door de auto die aan de kant stopt. Ze knippert een paar keer, waarna

Hoofdstuk 9: Gevlucht

Ik moet toegeven, sinds Kahlan uitstapte is er al een hele hoop veranderd. Het is nu avond. Ik zal jullie vertellen wat er verder gebeurde. Toen Kahlan klaar was en ze haar broek weer goed vast had gekregen, liepen we terug naar de taxi. Ik had mijn ogen op de grond gericht, dus toen Kahlan haar hand lostrok kwam het als een verrassing. "Ome Mathi!" riep ze. Ik keek verbaasd naar haar. "Nee muisje, dat kan niet.." begon ik, maar ik zweeg toen mijn ogen bleven rusten op de man die haar oppakte en een keertje rondzwierde. "Hey kleine meid!" zei hij vrolijk. Het vaderschap had hem zeker goed gedaan, besefte ik. Pas op dat moment merkte ik namelijk hoe volwassen hij eigenlijk was geworden. Net zoals zijn tweelingbroer die een stukje achter hem stond. Ook David knuffelde Kahlan stevig, waarna hij een stukje van mij en Mathias weg wandelde met haar.
Ik keek hen even na, waarna ik mijn blik weer op Mathias richtte. "Wat doen jullie hier?" vroeg ik zacht. Hij haalde zijn schouders op. "Voorkomen dat je alles wat er tussen jou en Rik is vergooid." antwoordde hij me rustig. "Er is niets meer tussen mij en Rik." Ik klonk gevaarlijk kalm. IJzig. Mathias schudde gewoon zijn hoofd. "Je bent zven jaar met hem samen geweest. David staat daar met jullie dchter. Vertel me niet dat er niets meer is, Engel." Bij het horen van die door Mathias uitgevonden bijnaam voelde ik me helemaal koud worden vanbinnen. "Is het al zeven jaar?" was echter het enige wat ik fluisterde. Hij knikte. "Vertel nu eens wat er scheelt. Waarom ben je weggegaan?" Ik wou protesteren, zwijgen, maar zijn blik leek me te dwingen om te antwoorden. Dus ik vertelde het hem. Het feit dat Rik er nooit was, hoe ik alles alleen moest doen, alle kleine frustraties die ik in me had. Terwijl ik sprak zag ik hoe mijn koffers in hun limousine werden gezet en hoe mijn taxi wegreed nadat David de man had betaald. Toen ik klaar was bleef het even stil.
"Wees dan kwaad op mij." zei Mathias plots rustig. "Ik ben degene die Rik altijd maar weer meetrok naar de concerten. Hij heeft vaak gezegd dat hij meer tijd met jou en Kahlan wou doorbrengen, maar ik overhaalde hem steeds opnieuw. 'Als ze wil dat je er meer bent, zal ze dat wel zeggen.' zei ik hem. Blijkbaar was je daar niet de persoon naar." Ik slikte. "Ik wou niet degene zijn die de band uit elkaar haalde." Het was niet meer dan gemompel. Ik voelde hoe de tranen kwamen opzetten. Omdat ik wist dat Kahlan keek hield ik me in. "Dat zou je nooit geweest zijn." stelde Mathias me gerust. "Over dat gedoe dat Kahlan meer van hem zou houden dan van jou. Dat beeld je je maar in. Kahlan houdt evenveel van jullie allebei. Rik ziet ze gewoon veel minder dus profiteert ze van de momenten dat ze hem ziet en tnt haar liefde. Jij bent er elke dag. Jij bent gewoon. Dat maakt niet dat ze minder van je houdt, gewoon dat ze het minder expliciet toont." Ik kon niet anders dan hem gelijk geven, dat wist ik. Het klonk ook zo logisch, hoe hij het zei. Langzaam knikte ik.
Kahlan kwam naar ons toe en trok aan mijn hand. "Mutti?" vroeg ze zachtjes. Ik bukte me en pakte haar op. "Kahlan, muisje?" vraag ik rustig. "Heb je zin om naar papa toe te gaan?" Kahlan bleef even stil. Toen knikte ze. "Papa zien!" riep ze. "Papa mee reis!" "Ga dan maar met oom David mee." zei ik glimlachend, terwijl ik haar weer neerzette. Ze wankelde meteen naar David toe, die haar mee naar de limousine droeg. Ik volgde, samen met Mathias. Pas toen ik instapte kwam de meest logische vraag in me op.
"Hoe hebben jullie me gevonden?" vroeg ik, eenmaal genstalleerd in de auto. Ik zat naast Mathias, tegenover David en had Kahlan op schoot. "Je brief." antwoordde Mathias haast meteen. "Wat?" vroeg ik verward. "Daar stond toch niet in waar ik heenging? En jullie zouden toch pas nu ongeveer thuis komen?" Kahlan sloeg haar armpjes om mijn hals en legde haar hoofdje tegen me aan. Ik richtte mijn ogen vragend op Mathias, die even naar Kahlan had zitten kijken. Hij slikte even toen hij me aankeek.
"Nou kijk. We waren bijna een uur eerder thuis dan gepland. Met z'n allen gingen we jullie huis binnen, maar er bleek niemand thuis." Ik had ze dus maar net gemist. "David, John en ik gingen in de woonkamer zitten, terwijl Rik in de keuken drank ging halen." Hier knikte David even. Mathias vervolgde gewoon zijn verhaal. "Rik bleef wel heel lang weg en we hoorden ook geen kasten open of dicht gaan, dus ik ging kijken. Ik vond hem in de keuken, jou briefje in de hand, lijkbleek, starend naar het tijdschrift. Ik las snel het briefje over zijn schouder. Meteen nadat ik het laatste woord las vroeg ik hem of hij wist waar je geboren was. Hij schudde van nee, maar mompelde enkele woorden in jou taal die Kahlan vaak tegen hem zei. Ik herkende ze meteen, heb al zoveel fans ze tegen mij horen zeggen vroeger. Ik wist dus dat je van Belgi kwam." Hier werd hij onderbroken door David. "Wat ik trouwens niet van jou had verwacht. Ik dacht eerder Engels of zelfs puur Duits." Mathias knikte even. "Maargoed, ik ben meteen vertrokken met David om te proberen jou in te halen."
Ik fronste. "En wat deed Rik dan?" vroeg ik koel. Mathias zuchtte. "Die wou mee. Ik heb hem er maar met moeite van kunnen overtuigen dat het beter was als hij thuis bleef. Ik heb hem eigenlijk nog nooit zo kwaad geweten en tegelijkertijd was hij ook zo verslagen.." Mathias zweeg. David begon te spreken. "Je betekent echt veel voor hem, Engel." zei hij stil. Ik sloot me af van de wereld. Een deel van mij wou dat niet weten, een ander deel verlangde ernaar die woorden te horen. "Noem me niet zo." zei ik zacht. David negeerde het, daar is hij behoorlijk goed in, en ging gewoon verder. "Hij tierde tegen ons dat het onze schuld was omdat we hem altijd weer meesleepten op al die concerten. Hij tierde dat hij de meest kuttige persoon was die er op deze wereld rondloopt. Hij tierde nog een hele hoop verwensingen. Toen plofte hij neer in de zetel, waar hij verslagen naar jou briefje en dat tijdschrift keek."
Ik herinnerde me plots dat tijdschrift weer. De rest van Davids uitleg werd als een gewild geschenk in mijn gedachten opgeslagen. "Wie was dat mens eigenlijk?" vroeg ik. Weer nam Mathias het woord, die meteen begreep waarover het ging. Het viel me nog maar eens op hoeveel ze op elkaar lijken, die twee. Ze zaten me allebei serieus aan te kijken. David fronste een beetje, terwijl Mathias even zijn ogen sloot, voor hij begon te spreken. "Dat was op een after-party waar we ons allemaal behoorlijk zat hebben gedronken, moet ik toegeven. Die foto is getrokken in de twee seconden voor Rik doorkreeg wat er gebeurde en dat mens, zoals jij haar noemt, van zich afduwde. Ik heb geen flauw idee eigenlijk wie het is. Ik denk dat niemand van ons haar naam kent." legde hij uit.
Ik voelde me vreemd opgelucht. Een hoop gedachten schoten door mijn hoofd. Allemaal zo wanordelijk dat ik er zelf bijna niet aan uit kon. Zou ik dan toch nog houden van de man die me de voorbije drie jaar als een meubelstuk had bekeken? Zou ik toch nog kunnen vergeven wat hij me had aangedaan? Die haat waar ik zo diep van doordrongen was. Zou ik die toch kunnen vergeten? Gedeeltelijk.. Of zelfs helemaal? Zou ik al die nachten van pijn en verdriet, van elk aan een kant van het bed liggen kunnen wegstoppen in een ver en donker hoekje van mijn gedachten om er nooit meer aan te denken? Zou ik hem kunnen vergeven dat hij de eerste drie jaar van zijn dochters leven zomaar had gemist? Ik besefte dat er een kans toe was. Zeker nu dat Mathias had toegegeven dat het voor een groot deel hun fout was. Toch wou ik eerst Rik zien. Ik wou eerst weten hoe hij eraan toe was, hoe hij zich voelde. Ik wou zijn gezicht zien en beseffen dat ik wraak had kunnen nemen. Tegelijkertijd echter wou ik dat niet. Ik wou hem niet cht pijn doen. Daarvoor was de herinnering aan onze goede tijden nog te vers.

Terug | Auteur: Diversity